Marktstraat in Qamişlo met zakken granen, winkels en mensen die zich door de straat bewegen
Dagelijks leven op een markt in Qamişlo, waar autonomie zichtbaar wordt in handel, nabijheid en volhouden.

Rojava begint niet met een manifest, maar met een stroomstoring.

Het is vroeg in Qamişlo. Het licht valt uit, zoals zo vaak. Niet omdat de zon het laat afweten of omdat een generator hapert, maar omdat verderop een transformatorstation is geraakt. Een drone, meestal. Soms weet iedereen het al voordat het nieuws het bevestigt. Soms blijft het bij vermoedens. Waterdruk zakt weg, telefoons worden opgeladen waar het nog kan. Het dagelijks leven schuift een versnelling terug en gaat door.

Zo ziet autonomie er vandaag uit in Rojava. Niet als vaandel, maar als onderhoud. Als iets wat je elke dag opnieuw moet dragen, repareren, verdedigen.

Steun vrheid.nl op Substack

Er was een tijd dat Rojava vooral werd beschreven als belofte. Een autonoom Koerdisch-geleide gebied in Noordoost-Syrië waar radicale democratie werd geoefend, waar vrouwen niet alleen mee mochten praten maar mede bepaalden, waar macht niet omhoog werd georganiseerd maar verspreid. Die kern is niet verdwenen. Maar de wereld eromheen is verhard. Wat ooit hoop heette, heet nu uithoudingsvermogen.

Wat begon als een opening in de chaos van de Syrische oorlog is veranderd in een langdurige worsteling om ruimte te behouden. Niet om groter te worden, maar om niet te verdwijnen.

Die strijd is niet los te zien van een geschiedenis die nooit is afgerond. De Koerden vormen nog altijd de grootste stateloze bevolkingsgroep ter wereld. Verdeeld over Syrië, Turkije, Irak en Iran leven ze met grenzen die nooit de hunne waren. Die geschiedenis hangt niet als decor aan de muur; ze zit in elke vergadering, elke veiligheidsafweging, elke discussie over wie beslist en wie wacht.

In Turkije werd Koerdische taal en cultuur decennialang bestreden alsof ze een besmetting vormden. Het conflict met de PKK kostte tienduizenden levens en legitimeerde een veiligheidsstaat die tot op de dag van vandaag bepaalt wie mag spreken en wie verdwijnt. Die logica stopt niet bij de grens. Ze reist mee, in wetten, in drones, in diplomatieke stiltes.

Ook in Syrië waren Koerden lange tijd bedoeld om niet te bestaan. Onder het Ba’ath-regime werden ze doelbewust staatloos gemaakt. Geen papieren, geen rechten, geen toekomst. Toen de staat zich in 2012 terugtrok uit het noordoosten, ontstond geen leegte maar een noodzaak. Zelf dingen regelen, of niets hebben. Dat moment werd later vaak revolutionair genoemd, maar voor wie er leefde voelde het vooral als overleven.

In plaats van te bouwen aan een nieuwe staat werd gekozen voor iets fragielers. Macht moest niet worden gecentraliseerd, maar verspreid. Besluitvorming moest wortelen in buurten, niet in paleizen. Genderhiërarchieën moesten worden opengebroken waar ze het dagelijks leven verstikten. Niet de vlag kwam centraal te staan, maar de vergadering. Niet het leger, maar de raad — al waren beide in een oorlogscontext onvermijdelijk met elkaar verweven.

Dat klinkt helder op papier. In de praktijk betekent het lange avonden in wijkgebouwen, gesprekken die uitlopen, meningsverschillen over water, onderwijs of veiligheid. Lokale raden en communes zijn geen ideale machines, maar plekken waar mensen elkaar blijven opzoeken om besluiten niet uit handen te geven. Conflicten worden er niet weggepoetst, maar uitgehouden.

Juist daarin schuilt hun kracht. Niet omdat het altijd soepel verloopt, maar omdat niemand kan verdwijnen achter procedures of afstand. Vrouwen hebben formeel een gelijkwaardige positie, vaak zelfs een leidende, en dat werkt door in hoe er wordt geluisterd en beslist. Het verandert niet alles, maar het opent ruimte — voor andere stemmen, andere prioriteiten.

Geen meesters - geen slaven

Wat hier opvalt is de nabijheid van macht. Bestuurders wonen tussen de mensen die ze vertegenwoordigen. Macht is tastbaar, aanspreekbaar, soms ongemakkelijk dichtbij. Als de watervoorziening faalt of de school sluit, blijft verantwoordelijkheid niet abstract maar menselijk. Geen utopie, geen mythe, maar een bewuste keuze om samen te blijven beslissen, ook wanneer dat moeite kost.

Die confrontatie wordt intussen van buitenaf opgevoerd. Turkije voert geen klassieke oorlog tegen Rojava. Het voert een campagne van uitputting. Drones boven dorpen, gerichte aanvallen op elektriciteit, water en graanopslag. Geen front, geen verklaring, wel permanente onzekerheid. Autonomie wordt zo niet verslagen, maar moe gemaakt. Internationaal heet dit veiligheidsbeleid. In de regio voelt het als collectieve straf.

Ook bondgenoten blijken tijdelijk. De strijdkrachten van Noordoost-Syrië speelden een sleutelrol in de nederlaag van ISIS, vaak met minimale middelen en maximale offers. De beslissende keuzes lagen daarbij steeds in Washington. Toen die militaire noodzaak verdween, verdween ook de Amerikaanse bereidheid om het autonome project te beschermen. Wat bleef was een kleine troepenmacht, bedoeld om instabiliteit te managen, niet om zelfbestuur te garanderen.

Die terugtrekking voltrok zich binnen een NAVO-orde die Turkije nooit corrigeerde. Geen sancties, geen rode lijnen, geen bescherming tegen een bondgenoot. Zo werd autonomie geen principe, maar wisselgeld. Rojava mocht vechten zolang het uitkwam, maar niet bestaan als politieke realiteit. Erkenning bleef uit, bescherming werd onderhandelbaar in bredere geopolitieke verhoudingen.

Binnen het gebied zelf schuurt het eveneens. Inclusiviteit is geen gegeven. Arabische en Assyrische gemeenschappen vragen al jaren om meer invloed, minder symboliek. De dominante rol van één partij roept kritiek op, soms terecht. Tegelijkertijd dwingt de permanente dreiging tot centralisatie. Idealen botsen met noodzaak, niet als theoretisch probleem maar als dagelijkse praktijk. Dat maakt het project niet waardeloos. Het maakt het menselijk.

Autonomie betekent hier niet vrijheid van zorgen. Het betekent dat zorgen gedeeld worden. Dat scholen draaien zonder zekerheid over morgen. Dat vrouwenorganisaties blijven vergaderen terwijl boven hen drones cirkelen. Dat brood duurder wordt, maar niemand alleen mag staan. Economische blokkades en gesloten grenzen maken zelfvoorziening tot noodzaak. Landbouw, lokale productie, ruilsystemen — geen romantiek, maar pragmatiek. Overleven zonder toestemming. En soms betekent het simpelweg dit: dat er geen tijd is om het ideaal te vieren, alleen om het vast te houden.

Rojava is geen model om te kopiëren. Het is een praktijk die iets blootlegt. Dat samenleven zonder opgelegde hiërarchie mogelijk is, maar nooit comfortabel. Dat macht niet verdwijnt wanneer je haar verspreidt, maar wel zichtbaar wordt. En dat zichtbaarheid verantwoordelijkheid afdwingt.

De toekomst is onzeker, misschien precairder dan ooit. Maar zolang mensen blijven organiseren zonder te wachten op erkenning, blijft dit experiment bestaan. Niet als symbool, maar als dagelijkse daad.

Solidariteit begint daarom niet bij bewondering. Ze begint bij het serieus nemen van kwetsbaarheid. Niet door Rojava groter te maken dan het is, maar door te erkennen wat het kost om haar, dag na dag, overeind te houden.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou