Grote groep demonstranten loopt ’s nachts door een verlichte straat tijdens protesten in Iran
Demonstranten vullen de straten tijdens aanhoudende protesten tegen autoritaire repressie in Iran.

Iran in opstand: Een beweging van onderdrukten, geen terugkeer naar de sjah

Je ziet het aan de manier waarop mensen lopen. Vastberaden, niet meer vragend. In Teheran, in Koerdistan, in Baloetsjistan. Dit is geen opwelling, geen economische paniekgolf die weer wegebt zodra de prijzen dalen. Dit is opgebouwde woede, gevormd door decennia van controle, vernedering en geweld door de staat.

De Islamitische Republiek reageert zoals ze altijd doet wanneer haar legitimiteit afbrokkelt: met kogels, massale arrestaties en digitale duisternis. Internet wordt afgesloten, telefoonnetwerken platgelegd. In sommige steden treedt de Revolutionaire Garde op alsof ze vijandelijk gebied zuivert. Honderden doden, duizenden gevangenen. Dit is geen ordehandhaving. Dit is oorlog tegen de eigen bevolking.

Wat mensen eisen gaat dieper dan inflatie of werkloosheid. Het gaat over lichamen, levens, keuzes. Over niet langer leven onder een systeem dat alles reguleert behalve waardigheid. Dat je op straat hoort: “Geen terugkeer naar het verleden” is geen detail. Het is een politieke grens.

Steun vrheid.nl op Substack

Tegen reactionaire nostalgie: de mythe van de redder in ballingschap

Zoals bij elke revolutionaire golf duikt ook nu een bekend schaduwbeeld op. Reza Pahlavi, zoon van de laatste sjah, spreekt vanuit de Verenigde Staten het volk toe. Hij roept op tot escalatie, tot het overnemen van steden. Zijn naam klinkt soms in slogans die door buitenlandse media gretig worden uitvergroot. Maar hier is scherpte nodig. Niet om de woede te temperen, maar om haar richting te beschermen.

Pahlavi woont al bijna een halve eeuw buiten Iran. Hij heeft geen democratisch gelegitimeerde basis, geen collectief opgebouwd netwerk in het land zelf. Zijn zichtbaarheid komt niet voort uit interne organisatie, maar uit externe platforms. Dat is geen detail, dat is een machtsvraag.

Belangrijker nog: de monarchie waar hij naar verwijst was geen onschuldig verleden. De Pahlavi-periode stond voor censuur, marteling, extreme ongelijkheid en een geheime dienst die dissidenten systematisch brak. Die geschiedenis isde voedingsbodem geweest voor de revolutie van 1979. Voor veel activisten in Iran is een terugkeer naar dynastieke macht geen oplossing, maar een herhaling.

Steeds meer kritische stemmen waarschuwen dat de focus op een oppositieleider in ballingschap het karakter van de opstand vervormt. Van collectieve strijd naar machtswedstrijd. Van zelforganisatie naar projectie. Dat effect wordt versterkt wanneer buitenlandse media dit beeld blijven herhalen.

Het Nederlandse frame: zoeken naar leiders, missen van bewegingen

In Nederland wordt naar Iran gekeken door een bekende, gemakzuchtige lens. Journaals en kranten zoeken naar gezichten, woordvoerders, opvolgers. Wie kan dit regime vervangen? Wie is acceptabel voor ‘het Westen’? Zo schuiven namen als Reza Pahlavi naar voren — niet omdat hij centraal staat in de opstand, maar omdat hij past in een vertrouwd verhaal: machtsoverdracht als estafette, geschiedenis als personenstrijd.

Dat frame doet de realiteit geweld aan. Het reduceert een brede, sociale beweging tot een castingvraagstuk. Alsof emancipatie pas legitiem wordt wanneer ze een herkenbaar boegbeeld heeft, liefst iemand die Engels spreekt, westers oogt en diplomatiek inzetbaar is. Alsof vrijheid altijd een kroon nodig heeft. Wat daarmee verdwijnt, zijn de netwerken op straat, de lokale organisatie, de moed van mensen zonder microfoon. Het Nederlandse perspectief projecteert orde op chaos, leiderschap op zelforganisatie — en mist zo precies waar deze opstand over gaat.

Waarom een externe ‘leider’ externe inmenging uitnodigt

Die verschuiving maakt ook de volgende stap begrijpelijk. Buiten Iran zoekt men naar een herkenbaar gezicht, een eenvoudig narratief: wie volgt wie op? Maar revoluties die worden herleid tot één figuur verliezen hun kern.

De openheid richting westerse regeringen, en de bereidheid om buitenlandse druk of interventie te legitimeren, botst frontaal met waar deze beweging voor staat. Autonomie laat zich niet afdwingen via buitenlandse hoofdsteden. Macht die van buiten komt, blijft van buiten.

De geschiedenis is onverbiddelijk. Afghanistan. Irak. Libië. Steeds opnieuw werd ‘bevrijding’ verkocht als redding, en steeds opnieuw betaalden gewone mensen de prijs — met chaos, sektarisch geweld en nieuwe elites die zich vastzetten op de puinhopen. Voor een bevolking die zich los probeert te maken van autoritaire controle, is externe dominantie geen zijpad. Het is een doodlopende straat.

De kern: een interne, collectieve strijd

Wat zich in Iran afspeelt is rauw, veelzijdig en hardnekkig. Stedelijke jongeren, arbeiders, vrouwen, etnische minderheden — niet als één blok, maar in gedeelde weigering. De kracht zit niet in een naam, maar in de breedte.

De inzet is helder. Het gaat om collectieve organisatie van onderdrukte mensen, voorbij etnische of religieuze scheidslijnen. Om het resoluut afwijzen van autoritaire macht, of die nu theocratisch, monarchaal of van buitenaf geïmporteerd is. En om het opbouwen van sociale vormen die van onderop ontstaan, geworteld in gedeelde verantwoordelijkheid in plaats van opgelegd gezag.

Deze beweging vraagt geen nieuwe vaderfiguur. Geen kroon. Geen buitenlandse garantie. Ze vraagt ruimte om zelf te ademen, samen te beslissen, fouten te maken zonder meteen te worden neergeschoten. Daar ligt haar kracht. En daar ligt ook onze verantwoordelijkheid: niet om haar te versimpelen, maar om haar serieus te nemen. Niet door haar te annexeren aan onze agenda’s of verlangens, maar door morele solidariteit te tonen met mensen die onder extreem geweld hun waardigheid verdedigen. De Iraniërs vragen geen woordvoerders in Europa — ze verdienen onze steun, onze aandacht en onze weigering om hun strijd te misbruiken.

Aanbevolen voor jou