In de bergen van Chiapas wordt vergaderd terwijl buiten gewapende groepen rondtrekken. Het is geen metafoor. Het is dinsdag. Iemand heeft mais geoogst. Iemand bewaakt de weg. In een houten gebouw zitten vrouwen en mannen op plastic stoelen. Ze praten over bestuur. Over land. Over wat te doen als het geweld dichterbij komt.
Dat beeld is alledaags. En het is broos. Het is geen romantiek. Het is politiek.
Op 1 januari 1994, de dag dat het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA in werking trad, kwam het Ejército Zapatista de Liberación Nacional, het EZLN, openlijk in opstand. Inheemse gemeenschappen bezetten steden in Chiapas en verklaarden: Ya basta. Genoeg.
Het was geen plotselinge eruptie. Jaren van clandestiene organisatie gingen eraan vooraf. Wat volgde was geen klassieke guerrillaoorlog. Na twaalf dagen gewapend conflict verschoof de strijd naar onderhandelingen en civiele opbouw.
In 1996 werden de San Andrés-akkoorden ondertekend. De Mexicaanse staat erkende autonomie en inheemse rechten op papier. In de praktijk werden de afspraken nooit volledig uitgevoerd. Dat verraad werd een keerpunt.
Vanaf 2003 bouwden de Zapatistas hun autonomie verder uit via de caracoles en de Juntas de Buen Gobierno. Dat waren regionale bestuursstructuren die onderwijs, gezondheidszorg en rechtspraak organiseerden buiten de staat om.
Geen lobbywerk. Geen verkiezingscampagnes. Maar scholen. Klinieken. Coöperaties. Vergaderingen die uren duren. Grond die niet wordt verkocht maar gedeeld. Bestuur dat kan worden teruggeroepen. Besluiten die langzaam vallen omdat iedereen moet kunnen spreken.
Regeringen wisselden. Beleidsretoriek veranderde. Maar autonomie werd niet gegeven. Ze werd opgebouwd. Hun analyse werd in de loop der jaren scherper. Ze spreken over De Storm.
De Storm is geen incident
Voor de Zapatistas is crisis geen uitzondering. Het systeem is crisis. Oorlogen bij volmacht. Mijnbouwconcessies in inheems gebied. Agro-industrie die gemeenschappelijke gronden opslokt. Megaprojecten zoals de Tren Maya die worden gepresenteerd als ontwikkeling, maar territoria openbreken voor kapitaal. Drugskartels die opereren in dezelfde territoria als leger en Nationale Garde. Paramilitaire groepen die druk zetten op dorpen die niet willen verkopen.
Dit zijn geen losse ontsporingen. Het zijn manieren waarop een economisch systeem dat afhankelijk is van extractie zichzelf in leven houdt.
In de afgelopen jaren is het geweld in Chiapas opnieuw toegenomen. Gewapende groepen strijden om routes en grond. Gemeenschappen worden bedreigd of verdreven. Huizen van steunbases zijn in brand gestoken. Wie vasthoudt aan collectieve grond staat in de weg.
Wat daar zichtbaar wordt is een concentratie van krachten die elders minder zichtbaar zijn maar niet afwezig. Privatisering als reflex. Militarisering als beheer. Groei als rechtvaardiging. Kapitalisme ontspoort niet af en toe. Het functioneert via ontwrichting.
In november 2023 kondigde het EZLN een ingrijpende herstructurering aan. De autonome gemeenten, de MAREZ, en de Juntas de Buen Gobierno werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwamen kleinere en directere bestuursvormen: Lokale Autonome Regeringen en Collectieven van Autonome Zapatistische Regeringen.
Dat was geen symbolische ingreep. Het was een organisatorische correctie. Volgens de beweging zelf was de oude structuur te log en te kwetsbaar geworden in een context van toenemend geweld en territoriale druk. Autonomie is geen monument. Het is een werkwoord.
“Voor ons is er geen leven in privébezit”
Subcomandante Moisés zei het eenvoudig: voor ons is er geen leven in privébezit. Dat klinkt als een beginselverklaring. Het is vooral een dagelijkse praktijk die al drie decennia wordt volgehouden.
Wie bewerkt dit land? Wie beslist over het water? Wie zorgt voor ouderen als de staat niet verschijnt? Wie onderwijst kinderen wanneer het nationale curriculum hun eigen geschiedenis marginaliseert?
In de Zapatistische gemeenschappen worden die vragen niet doorgeschoven. Ze worden besproken. Soms urenlang. Soms dagenlang. Vertegenwoordigers roteren. Leiders kunnen worden teruggeroepen. Gezondheidszorg en onderwijs draaien op collectieve inzet. Ze worden gefinancierd via coöperaties en solidariteitsnetwerken.
Dat gaat niet zonder spanning. Er wordt gediscussieerd. Er wordt gewacht. Er wordt opnieuw gestemd. Consensus is geen harmonie. Het is oefenen in luisteren terwijl je het fundamenteel oneens bent. Misschien is dat het meest radicale van alles. Niet de wapens van 1994. Maar de institutionele opbouw sindsdien.
Vrouwen die de revolutie naar binnen richten
Al in 1994 formuleerden Zapatistische vrouwen hun Revolutionaire Vrouwenwet. Daarin werden rechten op deelname, onderwijs, gezondheid en bescherming tegen geweld vastgelegd. Dat document was geen bijlage. Het was een breuk.
Sindsdien hebben vrouwen binnen de gemeenschappen hun positie verder versterkt. Ze namen leiderschap op zich in de caracoles. Ze organiseerden gezondheidsprojecten. Ze confronteerden intern geweld en machismo.
Autonomie betekende ook patriarchale patronen ter discussie stellen. Alcoholmisbruik aanpakken. Interne hiërarchieën doorbreken.
Dat maakt hun project minder mythisch en juist sterker. Het is geen zuiver verhaal van helden in de jungle. Het is een voortdurende heronderhandeling van macht. Ook intern. Ook pijnlijk. Antikapitalisme zonder antipatriarchale strijd blijft half werk. Dat weten zij niet uit theorie. Dat weten zij uit dertig jaar praktijk.
De dag erna
Misschien is hun meest ongemakkelijke vraag niet wat er morgen gebeurt. De vraag is wat er gebeurt wanneer zekerheden wegvallen. Wat als logistiek hapert? Wat als infrastructuur breekt? Wat als instituties zich terugtrekken?
Voor gemeenschappen die in 1994 al besloten niet langer afhankelijk te zijn van een staat die hen structureel negeerde, is dat geen abstracte oefening. Het is historisch geheugen.
Hun antwoord is niet spectaculair. Het is organisatorisch. Vergaderen. Taken verdelen. Kennis doorgeven. Land collectief beheren. Conflicten bespreken voordat ze escaleren. Autonomie is in die zin geen tegenwereld. Het is een andere manier van wereld maken.
Zeven generaties
De beweging spreekt vaak over lange tijdslijnen. Over strijd die generaties overspant. Sinds 1994 zijn er kinderen geboren die nooit onder direct staatsbestuur hebben geleefd, maar binnen autonome structuren zijn opgegroeid.
Dertig jaar na de opstand bestaat hun autonomie nog steeds. Niet als perfect model. Maar als levende infrastructuur die zich aanpast wanneer dat nodig is.
Misschien ligt daar de kern. Niet in de heroïek van het begin. Maar in het volhouden. Niet in het grote gebaar. Maar in de vergadering op dinsdag.
Wie goed kijkt, ziet geen afgesloten experiment in een verre regio. Je ziet een gemeenschap die blijft oefenen in zelfbestuur. Onder druk. Met fouten. Met correcties. Misschien is precies dat oefenen, traag en collectief en onvolmaakt, het meest onderschatte antwoord op een tijd die zichzelf steeds sneller maakt.
Geen model om te kopiëren. Maar een praktijk die vragen stelt.
Wat betekent autonomie, hier en nu? En wat zijn we bereid daarvoor op te bouwen?
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
