Pete Hegseth spreekt als minister van Defensie vanaf een spreekgestoelte van het Pentagon
Pete Hegseth tijdens een toespraak bij het Pentagon

Pentagon Pete en de normalisering van militair geweld

Binnen het Pentagon is sprake van een merkbare koersverandering. Niet door een directe externe dreiging, maar door interne beleidskeuzes en personele verschuivingen. Die verandering voltrekt zich geleidelijk, maar heeft duidelijke gevolgen voor prioriteiten en besluitvorming.

Sinds het begin van de huidige regering — en al helemaal sinds zijn aantreden — werd al snel gespeculeerd over het einde van Pete Hegseth als minister van Defensie. Politieke commentatoren, Democraten, zelfs delen van het establishment gingen ervan uit dat hij een tijdelijke ontsporing zou zijn. Een vergissing.

Hegseth was bij zijn benoeming waarschijnlijk de minst gekwalificeerde Defensieminister ooit. Hij liet John Tower — die in 1989 werd afgewezen wegens ethische kwesties en drankmisbruik — eruitzien als een verantwoordelijke bestuurder. Met een dossier als dat van Hegseth zou een gewone rekruut linea recta terug naar huis zijn gestuurd. Of, realistischer, terug naar het soort mediabaantje waar hij zelf vandaan kwam.

Steun vrheid.nl op Substack

Hij kwam ternauwernood door zijn hoorzittingen, met één stem verschil. Daarna leek alles zijn onvermijdelijke ondergang te bevestigen. In februari verklaarde hij eigenhandig dat Oekraïens NAVO-lidmaatschap “onrealistisch” was bij onderhandelingen met Rusland. Vervolgens was er de berisping van de inspecteur-generaal voor het delen van gevoelige informatie via een onbeveiligde app. Daarbovenop kwamen vragen over militaire operaties in het Caribisch gebied en een onafgebroken stoet van opstappende topfunctionarissen binnen het Pentagon.

En toch bleef hij zitten. Ongebogen, zelfverzekerder dan voorheen en steeds centraler in de agenda van Donald Trump. Wat ooit als diskwalificerend gold, wordt nu genegeerd of zelfs beloond. De operatie in Venezuela, die eindigde met de gevangenneming van Nicolás Maduro, werd breed toegejuicht. Hegseth had de leiding, dus Hegseth kreeg de eer.

Als er een MVP-prijs voor dit kabinet zou bestaan, zou hij hoog scoren: niet omdat hij uitblinkt in beleid, maar omdat hij Trumps koers het meest consequent uitvoert. Dat is geen compliment, maar een alarmsignaal.

Voor critici oogt Hegseths optreden als plichtsverzuim. In Trumpworld geldt het als bewijs van loyaliteit. Roekeloosheid, het negeren van regels en het oprekken van bevoegdheden worden niet gecorrigeerd, maar gezien als kracht.

Voor Trumps achterban is Hegseth iemand die bereid is hard te slaan en zich niets aantrekt van gevestigde normen rond burgerlijk toezicht en militaire terughoudendheid. In een hypermasculiene militaire cultuur werkt die taal als een pep talk: ze schept saamhorigheid en agressie, maar verkleint ook het morele onderscheid tussen wettig geweld en brute impuls.

Queer militairen en vrouwelijke dienstleden waarschuwen al jaren dat acceptatie broos blijft. Hun aanwezigheid is vaak voorwaardelijk, hun stilte verwacht. In dat licht is Hegseth niet zomaar ‘één van de jongens’, maar een spreekbuis van een stroming die terug wil naar een ongeremde ‘warrior ethos’, ontdaan van toezicht en verantwoordelijkheid.

Dat sluit naadloos aan bij Trumps tweede termijn. De nadruk ligt op macht, dwang en dominantie. Bondgenootschappen tellen minder, brute kracht meer. In dat wereldbeeld oogt Hegseths bravoure niet als gevaarlijk, maar als passend.

Zijn Arsenal for Democracy-tour laat dat zien. Het is minder een werkbezoek dan een ideologische rondreis, waarin hardheid wordt gevierd en twijfel belachelijk gemaakt. Herhaal dat vaak genoeg en agressie wordt gelijkgesteld aan leiderschap.

Diezelfde logica is nu vastgelegd in officieel beleid. Hegseths nieuwe National Defense Strategy voor 2026 werd zonder veel ruchtbaarheid op een vrijdagavond gepubliceerd — een bekend moment om omstreden documenten te laten passeren. Centraal staat het organiserende principe “Homeland and Hemisphere”. Daarmee wordt het Amerikaanse veiligheidsbelang expliciet uitgebreid tot het hele westelijk halfrond. De strategie belooft actieve en “beslissende” actie om Amerikaanse militaire en economische toegang tot strategische gebieden te garanderen, waaronder het Panamakanaal en Groenland, en verwijst positief naar de Monroe Doctrine en het Roosevelt Corollary als historisch model. Wat als defensie wordt gepresenteerd, markeert in de praktijk een hernieuwde claim op hemisferische dominantie.

Dat Hegseth politiek overeind blijft, is geen toeval. Het wijst op een bredere verschuiving waarin schandalen worden hervertaald als ‘lef’ en institutionele leegloop als ‘opschoning’.

Als Trumpisme Trump overleeft, dan via figuren die dwangmacht omarmen en effectief organiseren. Hegseth is misschien een vroege casus, maar hij wijst vooruit.

Dus nee, Pete Hegseth gaat nergens heen. De vraag is niet of hij Washington overleeft, maar wat Washington onder hem wordt: een Pentagon zonder remmen, met uitgeholde allianties en militair geweld als eerste antwoord in plaats van het laatste.

Aanbevolen voor jou