De façade van almacht begint af te brokkelen. Wat ooit gold als het onwankelbare middelpunt van de wereldorde, draagt nu de tekenen van verval: eindeloze oorlogen zonder overwinning, een staatsschuld die als een molensteen om de nek hangt, en een samenleving die steeds dieper in ongelijkheid wordt geduwd. Het imperium houdt zichzelf overeind met illusies van rijkdom en macht, maar achter de schermen barst het fundament. Waar macht langzaam wegzakt, kan ruimte ontstaan voor nieuwe vormen van gemeenschap en samenwerking van onderaf, zonder dat er nog geloofd hoeft te worden in de redding van bovenaf.
Het wapen van tekorten
Sinds Nixon en Reagan hanteren Republikeinen een strategie die lijnrecht ingaat tegen het Europese idee van begrotingsdiscipline. In de campagne roepen ze dat ze de “grote overheid” willen terugdringen, maar eenmaal aan de macht jagen ze doelbewust het tekort omhoog: belastingverlagingen voor de elite, stijgende militaire uitgaven. Niet om orde in de financiën te scheppen, maar om sociale voorzieningen uit te hollen, zoals het langzaam privatiseren van publieke ziekenhuizen of het steeds verder korten op voedselbonnen en huisvestingsprogramma’s – concrete stappen die vooral de armste lagen van de bevolking hard treffen en de bovenklasse verder te bevoordelen. Reagan verdrievoudigde de staatsschuld, Bush Jr. verdubbelde ze opnieuw met oorlogen en belastingcadeaus, en Trump volgde met zijn “One Big Beautiful Bill”: lagere toptarieven, snoei in sociale zekerheid – en zelfs belastingvoordelen voor speculatieve hypes als DOGE of andere cryptomunten, of het grootse project van Musk dat kolonies op Mars belooft terwijl arbeiders op aarde nauwelijks hun huur kunnen betalen die door de politiek als wondermiddel werden gepresenteerd, en de rekening bij de werkende bevolking.
Van zekerheid naar onzekerheid
Onder Reagan konden veel arbeiders zich nog vastklampen aan vaste contracten en stijgende lonen. Het idee van vooruitgang leefde, hoe broos ook. Maar na de financiële crash van 2008 viel dat fundament weg. Banken werden gered, miljoenen arbeiders opgeofferd. Vakbonden kwijnden weg, vaste banen maakten plaats voor flexcontracten en schimmige gig-klussen. Terwijl de inkomens van de top door het dak gingen, bleven gewone lonen stilstaan of daalden zelfs. Trump speelde slim in op die pijn: hij bood geen oplossing, maar wel een uitlaatklep. In krimpende regio’s, leeggegeten door automatisering en industriële sloop, wist hij stemmen te winnen door de woede richting “anderen” te sturen – terwijl zijn beleid de ongelijkheid verder verscherpte.
Dromen als verdoving
Wanneer sociale zekerheid verdwijnt, blijven illusies over als troost. Twee hardnekkige dromen dempen de wanhoop, als rook die de scheuren in het fundament verbergt.
De eerste is de droom van snelle rijkdom. Trump schildert technologie en speculatie als een wonderlijke ontsnappingsroute: crypto, AI-startups, de belofte dat je zonder loonslavernij toch rijk kunt worden. Voor wie vastzit in uitzichtloze baantjes klinkt dat als een reddingsboei. Gok-apps, cryptomunten en beloften van “magische” winsten vullen de leegte van stagnerende lonen en verdwijnende zorg. Zelfs hypes als DOGE of de grootse Mars-plannen van Musk worden gepresenteerd als poorten naar een betere toekomst, terwijl het dagelijks bestaan steeds nijpender wordt.
De tweede is de droom van herboren grootmacht. Amerika zou, zo klinkt de belofte, anderen de rekening laten betalen: buitenlandse deals, Europese investeringen, miljarden die zogenaamd naar de VS vloeien. Het beeld is verleidelijk: dat de rest van de wereld opdraait voor tekorten die door decennia eigen beleid zijn ontstaan.
Samen vormen deze dromen een betoverend rookgordijn. Ze suggereren dat bevrijding mogelijk is zonder de machtsstructuur zelf te ontmantelen, alsof er een uitweg bestaat zonder dat muren afgebroken hoeven te worden.
De prijs van illusies
In werkelijkheid blijft de kiezersbasis gevangen in beleid dat haar steeds verder ondermijnt: uitgeklede zorg, strengere armoedeprogramma’s, dalende levensstandaard. Toch houden de illusies stand – net als onder Reagan, toen arbeiders zich vastklampten aan huizenbubbels en koudeoorlogsretoriek. De harde realiteit wordt weggedrukt door beloftes van rijkdom en macht, terwijl de sociale basis verder wegzakt.
Als de luchtbel barst
Wat gebeurt er als crypto instort, AI geen banen schept en buitenlandse partners zich terugtrekken? Dan blijft enkel de woede over. Zoals Varoufakis het stelt: wie plukt straks de “grapes of wrath”? De kans is groot dat nieuwe, nóg autoritairdere populisten de onvrede zullen kapen. Maar er gloort ook een andere mogelijkheid.
Zodra de illusies doorzien worden, kan verdeeldheid omslaan in solidariteit. Arbeiders die nu opgesloten zitten in raciale en regionale breuklijnen zouden opnieuw kunnen samenspannen – niet achter nieuwe leiders, maar met elkaar. De geschiedenis laat zien dat elites telkens spookbeelden inzetten om opstanden te breken. De uitdaging is die leugens te doorzien en de kracht van onderlinge steun te herontdekken. Alleen in verbondenheid kan het arbeidersbestaan worden bevrijd van de betovering waarmee machthebbers hen in hun greep houden.