Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre zittend naast elkaar in Parijs, lachend, als partners in leven en denken.
Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre vormden decennialang een intellectueel partnerschap waarin filosofie, politiek en persoonlijke relaties voortdurend met elkaar verweven waren.

Simone de Beauvoir: Vrijheid, lichaam, strijd

Je zit aan een keukentafel. Iemand vertelt hoe haar leven langzaam smaller werd. Niet door één groot verbod, maar door duizend kleine verwachtingen die zich opstapelden. Zo begint het vaak. Niet met theorie, maar met ervaring.

Simone de Beauvoir (1908–1986) begreep het als weinig anderen: filosofie moest volgens haar niet boven het leven zweven, maar erin staan. Met vuile handen. Met risico.

Beauvoir was schrijver, filosoof, activist. Maar bovenal: iemand die weigerde te doen alsof ongelijkheid natuurlijk was. Ze leefde door een eeuw van oorlog, revolutie en ideologische breuken heen. Haar werk loopt dwars door feminisme, existentialisme en politiek engagement heen. Niet als losse vakjes, maar als één doorleefd geheel.

Steun vrheid.nl op Substack

Niet geboren, maar gemaakt

Met Le Deuxième Sexe (1949) zette Beauvoir iets open wat nooit meer dicht is gegaan. De beroemde zin — “On ne naît pas femme, on le devient” — is geen slogan, maar een diagnose. Vrouw-zijn is geen lot, maar een proces. Aangeleerd. Afgedwongen. Gecorrigeerd.

In dat boek fileert ze het idee van de “Eeuwige Vrouw”: de mythe dat vrouwen van nature zorgzaam, passief of mysterieus zouden zijn. Beauvoir laat zien hoe mannen zichzelf tot norm maken en vrouwen tot afwijking. De man is het Subject; de vrouw wordt de Ander. Niet omdat dat zo is, maar omdat het zo georganiseerd wordt.

Opvallend is dat Beauvoir zichzelf bij verschijnen geen feminist noemde. Ze opent het boek zelfs met de mededeling dat de “vrouwenkwestie” eigenlijk afgesloten zou zijn. Geen naïviteit, eerder een misrekening. De woede, herkenning en energie die het boek losmaakte — vooral onder jonge vrouwen — trokken haar alsnog het feminisme in. In de jaren zeventig omarmde ze het woord féministe voluit. Niet als identiteit, maar als positie in een strijd.

Tot vandaag blijft De tweede sekse wringen — en precies daarin schuilt zijn kracht. Omdat het blootlegt hoe diep macht in het dagelijks leven zit: in liefde, werk, seks, moederschap. En omdat veel van wat zij beschreef — economische afhankelijkheid, morele dubbele standaarden, de druk om “vrouwelijk” te zijn — hardnekkig aanwezig blijft.

Existentialisme, maar dan concreet

Beauvoir wordt vaak in één adem genoemd met Jean-Paul Sartre, en te vaak als zijn schaduw. Dat beeld houdt geen stand meer. Ze was geen leerling, maar mede-architect van het existentialisme.

In Pour une morale de l’ambiguïté (The Ethics of Ambiguity, 1947) werkt ze een ethiek uit die verder gaat dan Sartres vaak abstracte vrijheid. Vrijheid, zegt Beauvoir, bestaat nooit in het luchtledige. Ze is altijd gesitueerd. Je leeft in een lichaam, een klasse, een geschiedenis. Dat beperkt je, maar ontslaat je niet van verantwoordelijkheid.

Die spanning noemt Beauvoir ambiguïteit. We zijn tegelijk vrij en begrensd. Precies daar, in die onrustige ruimte, ligt ethiek. Vrijheid die geen rekening houdt met de vrijheid van anderen, slaat om in onderdrukking.

Ze paste die ideeën toe op wat vaak als “bijzaak” werd gezien: gender, zorg, relaties. Daarmee liet ze zien dat filosofie niet alleen gaat over abstracte keuzes, maar over wie de afwas doet, wie zwanger kan worden, wie zijn leven mag riskeren.

Denken is handelen

Beauvoir was een intellectuelle engagée. Denken zonder handelen vond ze leeg, soms zelfs immoreel. Ze steunde antikoloniale bevrijdingsbewegingen, veroordeelde openlijk de Franse martelpraktijken in Algerije en gebruikte haar positie om geweld zichtbaar te maken dat liever onzichtbaar bleef gehouden.

In 1971 zette ze haar naam onder het Manifest van de 343: vrouwen die publiek verklaarden een abortus te hebben gehad. Illegaal. Strafbaar. Riskant. Niet als individuele provocatie, maar als collectieve breuk met een wet die vrouwen dwong tot stilte en gevaar. De actie droeg direct bij aan het politieke klimaat dat abortus enkele jaren later legaliseerde.

Haar engagement was scherp, maar niet onproblematisch — en het is belangrijk om te benadrukken dat dit háár politieke oordelen en afwegingen waren, gevormd binnen de context van haar tijd. In de jaren vijftig en zestig sprak Beauvoir zich positief uit over de Sovjet-Unie, China en Cuba. Net als veel linkse intellectuelen van haar generatie onderschatte ze lange tijd de repressie, de kampen en de censuur binnen die systemen. Tegelijk nam zij hun antikoloniale positie serieus, evenals concrete verworvenheden zoals alfabetisering, vrouwenarbeid en sociale herverdeling — zeker in contrast met westers imperialisme, dat zij analyseerde als structureel gewelddadig en hypocriet.

Na haar reis naar China in 1955 beschreef Beauvoir het maoïsme aanvankelijk als bevrijdend; pas later erkende zij publiek hoe beperkt de ruimte was voor kritiek en individuele vrijheid. Ook over de Goelag bleef ze lang ambivalent, zelfs toen getuigenissen breder bekend werden. Dat blijft schuren — niet als moreel vonnis achteraf, maar als onderdeel van een eerlijke lezing van haar denken, inclusief haar blinde vlekken.

Wat overeind blijft, is Beauvoirs eigen overtuiging dat neutraliteit in een wereld vol structureel geweld geen onschuldige positie is. Zwijgen, schreef zij, betekent vaak meebewegen met de macht. Niet kiezen is ook kiezen.

Liefde zonder eigendom?

De relatie tussen Beauvoir en Sartre is mythisch geworden. Hun pact van “essentiële” en “contingente” liefdes moest een vorm zijn van radicale eerlijkheid: geen bezit, geen leugens. In cafés werkten ze naast elkaar — elkaars eerste lezer, felste criticus.

Maar latere brieven, dagboeken en biografisch onderzoek laten ook de keerzijde zien. Jaloezie, emotionele afhankelijkheid en machtsverschillen sijpelen door de correspondentie heen. Sartre nam vaak de positie van regisseur in hun netwerk van relaties in, terwijl Beauvoir loyaliteit en openheid als morele plicht bleef voelen. Vooral zij betaalde emotioneel een hoge prijs: periodes van eenzaamheid, twijfel en zelfverwijt lopen als een onderstroom door haar persoonlijke geschriften.

Daarbij zijn er vandaag terechte kritische vragen over grensoverschrijdend gedrag, met name rond relaties met (jonge) vrouwelijke studenten. Wat in hun eigen tijd werd gelegitimeerd als radicale vrijheid, wordt nu gelezen als een scheve machtsrelatie waarin autonomie niet gelijk verdeeld was. Het ideaal van absolute vrijheid bleek in de praktijk minder symmetrisch, minder onschuldig en minder bevrijdend dan het theoretisch klonk.

Toch was hun band meer dan roddelstof. Ze vormden een denkruimte samen. Hun ideeën zijn met elkaar verknoopt, soms schurend, soms voedend. Dat ze samen begraven liggen op Montparnasse is symbolisch, maar niet sentimenteel: twee levens in voortdurende dialoog.

Waarom Beauvoir blijft

Beauvoir lezen is geen eerbetoon, maar een oefening in verantwoordelijkheid. Simone de Beauvoir dwingt ons om niet weg te kijken. Ze vraagt wat vrijheid waard is als die ongelijk verdeeld wordt. Ze laat zien hoe ideeën materieel worden: in lichamen, wetten, liefdes.

Haar werk leeft juist omdat het niet af is. Omdat elke generatie opnieuw moet uitzoeken wat het betekent om mens te zijn in omstandigheden die je niet zelf gekozen hebt. Beauvoir biedt geen comfort. Wel richting. En een scherpe uitnodiging: neem verantwoordelijkheid, juist daar waar het ingewikkeld wordt.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou