Er zijn van die momenten uit een jeugd die alles in zich dragen wat later groot werk wordt. Soms is het een woord, soms een aanraking, soms — zoals bij bell hooks — het droge, ijzige klik-geluid van een pistool. Een vader die uit woede zijn wapen grijpt en het richt op de vrouw naast hem. Een kind dat niet haar moeder ziet vallen, maar “het lichaam van de liefde”. Het is zo’n beeld dat zich vastzet in je geheugen als een wonde die nooit helemaal sluit: hier sterft iets dat eigenlijk de basis van alles zou moeten zijn.
Voor hooks werd dat de kern van haar oeuvre: liefde als politieke kracht. Niet de suikerzoete variant, maar liefde als ethiek, als tegenkracht tegen dominantie. Tegen het verlangen om een ander te bezitten, te breken, te sturen — in je huis, op je werk, in de straat, in de staat.
De kiem van verzet
Gloria Jean Watkins — bell hooks — groeit op in het gesegregeerde zuiden van de VS. Omringd door armoede, tabakslucht en quiltende vrouwen. Een gemeenschap van tantes, grootouders en zelfbenoemde familie. Witte mensen ziet ze nauwelijks; het land is tot in de vezels doortrokken van Jim Crow, het web van wetten en sociale regels dat zwarte gemeenschappen klein hield, intimideerde en economisch klemzette.
Thuis is geen veilige haven. Haar vader slaat haar omdat ze “te veel karakter” heeft. Haar moeder kan haar niet beschermen. En toch is er iets dat overeind blijft in dat meisje: een radicale verbeeldingskracht. Ze leest alles wat ze te pakken krijgt. Ze voelt dat woorden een uitweg kunnen zijn.
Haar ouders waarschuwen haar dat boeken je gek maken. En dat mannen niet van slimme vrouwen houden. Maar hooks laat zich niet kleinmeppen in het leven dat voor haar uitgestippeld lijkt; ze toont al vroeg die stevige, eigenzinnige persoonlijkheid die nergens omheen draait en zich niet laat temmen door angst of conventie.
Feminisme dat schuurt
Aan Stanford vindt ze taal voor wat ze altijd al aanvoelde. De vrouwenstudies van de jaren zeventig draaien vooral om witte middenklassevrouwen die toegang willen tot het patriarchale systeem, niet om het af te breken. Hooks prikt er dwars doorheen. Wat heb je eraan als vrouwen dezelfde machtsposities innemen, maar de hiërarchie blijft bestaan? Als dominantie simpelweg een nieuw gezicht krijgt?
Tegelijkertijd botst ze hard met het gangbare onderwijs zelf: een academie die kritisch denken beloofde, maar tegelijk studenten vormde tot keurige beheerders van dezelfde structuren die ze zouden moeten bevragen. Hooks zag hoe colleges vaak draaiden om status, jargon en intellectualisme dat boven de mensen zweefde die het meest geraakt werden door ongelijkheid. Ze verzet zich tegen die afstand. Onderwijs, zei ze, hoort een plek te zijn waar je niet alleen kennis verzamelt, maar waar je leert zien hoe macht werkt, hoe liefde werkt, hoe bevrijding mogelijk wordt.
Haar antwoord is Ain’t I A Woman (1981): een scherpe analyse van hoe zwarte vrouwen al generaties lang worden genegeerd, gemarginaliseerd, geofferd in zowel de antiracismebeweging als de vrouwenbeweging. Ze kiest bewust voor een alias: bell hooks, vernoemd naar haar overgrootmoeder Bell Blair Hooks. Met de kleine letters schuift ze haar ego terzijde; zo benadrukt ze de ideeën boven de auteur, en verankert ze zichzelf in een vrouwelijke lijn die terugreikt tot de geschiedenis van tot slaaf gemaakte voorouders.
Liefde als tegenmacht
In All About Love (1999) legt hooks bloot hoe liefdeloosheid de motor is van Amerika’s problemen. Racisme, misogynie, politiegeweld: het zijn allemaal vormen van dominantie. En dominantie is altijd het tegendeel van liefde.
Liefde, zegt ze, is zorg, betrokkenheid, verantwoordelijkheid, respect, kennis. Liefde vraagt dat je patronen bevraagt. Dat je macht deelt.
Voor hooks is liefde geen romantisch decor. Het is een politiek project.
Tegen de doodscultuur
Hooks kijkt haar land recht in de ogen: Amerika cultiveert angst en egoïsme. Een “doodscultuur”, waarin geweld en paranoia domineren.
In interviews begint ze vaak met “As a nation…”, alsof haar lichaam en de staat een gedeelde wond dragen. Ze ziet hoe extreem-rechts al decennia emoties inzet als wapen: woede, haat, ressentiment. Links, zegt ze, moet liefde net zo strategisch inzetten.
De actualiteit
De analyse van hooks – dat liefdeloosheid en dominantie diep verweven zijn met sociale en politieke structuren – klinkt vandaag schrijnend actueel. In de Verenigde Staten meldde het Federal Bureau of Investigation in 2024 11.679 haatincidenten met 14.243 slachtoffers, een van de hoogste aantallen sinds de registratie begon. Meer dan de helft daarvan was gemotiveerd door ras, etniciteit of afkomst. Religie-gebaseerde haatmisdrijven namen eveneens toe; alleen al anti-Joodse incidenten stegen naar 1.938. Het politieke klimaat normaliseert tegelijkertijd de aanwezigheid van witte supremacistische ideeën, die niet altijd in absolute aantallen groeien maar wel in invloed.
Voor hooks zijn dit geen losse feiten. Het zijn symptomen van een cultuur die geen taal meer heeft voor liefde, maar wel een overdaad aan instrumenten voor controle, angst en geweld. Waar liefde ontbreekt, ontstaat ruimte voor overheersing.
Lokaal in Nederland
Ook in Nederland is die dynamiek voelbaar. De ADV’s registreerden in 2024 14.796 discriminatie-incidenten – ruim het dubbele van het jaar ervoor. Het gaat vaak om belediging, bedreiging en uitsluiting op grond van afkomst, religie, gender of seksuele oriëntatie, waarbij sociale media een steeds grotere rol spelen. Het Openbaar Ministerie noteerde daarnaast 160 specifiek strafbare discriminatiefeiten, waarvan 91 op grond van ras.
Het zijn cijfers die laten zien dat ook hier de structuren van dominantie blijven functioneren, soms luidruchtig en zichtbaar, soms stil en alledaags. In de geest van hooks gaat het om meer dan reageren op incidenten: het gaat om het doorbreken van de systemen waarin mensen telkens opnieuw minder worden gemaakt.
Buiten het kerngezin, buiten het script
Hooks trouwt nooit. Geen kinderen. Het kerngezin ziet ze als een donkere fantasie: een plek waar vrouwen en kinderen worden gedisciplineerd en mannen vastzitten in hun rol.
Ze noemt zichzelf queer — niet alleen qua verlangen, maar als levenshouding: altijd in verzet tegen wat vanzelfsprekend zou moeten zijn.
En nu?
Haat is makkelijk. Het sleept je mee zonder dat je hoeft na te denken; het vraagt niets van je behalve imitatie van wat je al kent. Liefde daarentegen vraagt werk. Geduld. Reflectie. Het vraagt dat je naar jezelf kijkt en de patronen doorbreekt die je ooit als vanzelfsprekend aannam.
hooks zag hoe een land zich afkeerde van liefde. Ze voelde dat even scherp als het moment waarop de liefde in haar eigen jeugd verdween — abrupt, pijnlijk, vormend. Die leegte herkende ze later overal: in politiek, in onderwijs, in familiesystemen die mensen klein houden om de schijn van orde te bewaren.
Toch hield ze vol dat liefde tegenover haat niet naïef is. Het is misschien wel het enige serieuze antwoord dat we hebben om een samenleving weer menselijk te maken. Niet als zoetsappig ideaal, maar als bewuste praktijk.
Door te weigeren te domineren. Door de macht niet te kopiëren die je zelf heeft verwond. Door de hand te bieden die je ooit hebt gemist.
Onderwijs hier, nu
Ook in Nederland schuurt het gangbare onderwijs met de wereld waar hooks voor pleitte. Scholen en universiteiten spreken graag over gelijke kansen, maar blijven vaak hangen in toetsen, prestatiedruk en systemen die vooral de taal, codes en verwachtingen van de dominante groep belonen. Leerlingen die buiten dat kader vallen – kinderen van werkende‑klasse gezinnen, kinderen van kleur, queer jongeren – moeten zich voegen, aanpassen, leren overleven.
hooks zou zeggen: dat is geen onderwijs, dat is socialisering in gehoorzaamheid. Ze pleitte voor een pedagogiek die betrokken, belichaamd en bevrijdend is; waarin studenten niet alleen kennis consumeren, maar zichzelf leren zien als makers van kennis én als deelnemers aan een gedeelde wereld. Die vraag klinkt hier steeds luider: in discussies over curriculumdeelname, over veiligheid in de klas, over wie onderwijs maakt en voor wie. De vraag is of we de moed hebben om óók hier liefde – zorg, verantwoordelijkheid, ruimte – tot uitgangspunt te maken, en niet de angst om grip te verliezen.
Help deze droom overeind.
Droom van Vrijheid verzamelt stemmen, verhalen en ideeën over vrijheid die niet netjes in het midden blijven staan.
Dit werk kost tijd. Geen advertenties, geen platformlogica, geen commerciële leash. Alleen lezers die onafhankelijke linkse journalistiek overeind houden.
