Het is geen toeval dat het gesprek over fascisme weer opduikt. Je voelt het op straat, online, in het nieuws. In het verharde taalgebruik, in de manier waarop groepen mensen opnieuw tot probleem worden verklaard. Niet omdat de geschiedenis zich letterlijk herhaalt, maar omdat bekende patronen terugkeren in een andere vorm, aangepast aan deze tijd.
Fascisme wordt vaak behandeld als een afgesloten hoofdstuk. Iets van zwart-witbeelden, marsen, uniformen. Maar ideologieën verdwijnen zelden volledig. Ze veranderen van gedaante, passen zich aan nieuwe omstandigheden aan, en maken gebruik van de middelen die voorhanden zijn. Vandaag zijn dat digitale infrastructuren, algoritmes en permanente informatiestromen.
Fascisme toen, autoritarisme nu
Het klassieke fascisme van de twintigste eeuw was een samenballing van extreem nationalisme, militarisme, verheerlijking van geweld en minachting voor democratische instituties. De ‘sterke leider’ stond centraal, net als het idee van een homogene natie waarin afwijking werd gezien als bedreiging.
De meeste hedendaagse bewegingen kopiëren dit model niet één op één. Toch herkennen we fascistoïde patronen in wat vaak illiberaal autoritarisme of radicaal-rechts populisme wordt genoemd. De nadruk op orde en identiteit. Het ondermijnen van onafhankelijke media en rechtspraak. Het verdacht maken van minderheden, activisten en journalisten. Niet altijd via openlijke dictatuur, maar via een gestage uitholling van democratische normen.
Het gevaar schuilt juist in die geleidelijkheid. Waar historisch fascisme zich vaak aankondigde met brute zichtbaarheid, werkt het nieuwe autoritarisme via normalisering. Stap voor stap verschuift wat acceptabel is.
De digitale infrastructuur van macht
Sociale media spelen daarin een centrale rol. Niet omdat ze automatisch autoritair zijn, maar omdat hun ontwerp politieke gevolgen heeft. Algoritmes belonen verontwaardiging, angst en conflict. Inhoud die polariseert, verspreidt zich sneller dan inhoud die nuance vraagt.
Autoritaire en radicaal-rechtse politieke actoren maken hier doelbewust gebruik van. Desinformatie, halve waarheden en complottheorieën worden ingezet om wantrouwen te zaaien en tegenstanders te delegitimeren. Niet door informatie te onderdrukken, maar door haar te overspoelen. Ruis als strategie.
Platforms als X, Facebook, YouTube, TikTok en Telegram vormen samen een ecosysteem waarin misleidende narratieven zich razendsnel verplaatsen. Moderatie is fragmentarisch, transparantie beperkt. In sommige gevallen worden extremistische stemmen actief versterkt, in andere gevallen simpelweg niet afgeremd. De grens tussen politieke communicatie en manipulatie vervaagt.
Wat dit gevaarlijk maakt, is dat indoctrinatie niet langer een centraal aangestuurde machine vereist. Elke gebruiker kan verspreider worden. Propaganda is gedecentraliseerd, persoonlijk en continu aanwezig. Zo ontstaan parallelle werkelijkheden die elkaar nauwelijks nog raken.
Ongelijkheid als voedingsbodem
Autoritaire ideologieën vallen niet uit de lucht. Ze gedijen in omstandigheden van onzekerheid en ongelijkheid. Decennia van neoliberaal beleid hebben sociale vangnetten uitgehold en economische macht geconcentreerd bij een kleine elite. Voor veel mensen is bestaanszekerheid vervangen door permanente stress.
Die frustratie wordt zelden gericht op de structuren die haar veroorzaken. In plaats daarvan wijzen radicaal-rechtse leiders naar zondebokken: migranten, vluchtelingen, queer gemeenschappen, ‘linkse elites’. Zo wordt woede omgeleid en blijft de economische machtsverdeling intact.
Het cynische is dat autoritaire bewegingen zich presenteren als herstel van gemeenschap. Ze beloven orde, identiteit en saamhorigheid, maar bouwen die belofte op uitsluiting en hiërarchie. Wat als bescherming wordt verkocht, blijkt uiteindelijk discipline.
Van straten naar schermen
Waar het oude fascisme zich manifesteerde in massabijeenkomsten en straatgeweld, verspreidt het nieuwe zich via schermen. Digitale gemeenschappen functioneren als oefenruimtes voor radicalisering. Racisme en seksisme worden er genormaliseerd, vaak verpakt in ironie of slachtoffertaal.
Deze ruimtes zijn moeilijk zichtbaar en lastig te reguleren. Ze bewegen tussen mainstream en marge, tussen grap en dreiging. Juist daar ligt hun kracht.
Wat verzet vandaag vraagt
Geschiedenis leert dat fascisme niet vanzelf verdwijnt. Het wordt teruggedrongen door georganiseerd, collectief handelen. Niet door morele verontwaardiging alleen, maar door het aanpakken van de materiële omstandigheden waarin autoritaire ideeën wortel schieten.
Dat betekent investeren in bestaanszekerheid, publieke voorzieningen en solidariteit. Het betekent ook: het democratiseren van digitale infrastructuur en het afdwingen van verantwoordelijkheid bij technologiebedrijven die winst boven maatschappelijke schade plaatsen.
Grassroots-bewegingen, vakbonden, feministische en antiracistische organisaties spelen hierin een sleutelrol. Net als onafhankelijke media en kritische wetenschap. Verzet is niet alleen protest, maar ook het bouwen van geloofwaardige alternatieven.
Waakzaamheid zonder fatalisme
Fascisme is geen onafwendbaar lot. Het is een terugkerend risico in samenlevingen waar ongelijkheid groeit en macht zich onttrekt aan controle. Door de patronen te herkennen, zonder ze te simplificeren, kunnen we ingrijpen voordat ze verharden.
De opdracht is niet om het verleden te herhalen in onze analyses, maar om het serieus te nemen in onze keuzes. Een rechtvaardige toekomst ontstaat niet vanzelf. Ze wordt gemaakt, samen, tegen de stroom in.
Aanbevolen Literatuur en Bronnen:
• Stanley, J. (2018). How Fascism Works: The Politics of Us and Them. Random House.
• Paxton, R. O. (2004). The Anatomy of Fascism. Knopf.
• Lawtoo, N. (2023). Nieuw Fascisme. Amsterdam University Press.
• Snyder, T. (2017). On Tyranny: Twenty Lessons from the Twentieth Century. Tim Duggan Books.
• Amnesty International. (n.d.). Fascisme en mensenrechten.