Toen de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, de vakbondsleider Randi Weingarten “de gevaarlijkste persoon ter wereld” noemde, verraadde hij vooral zijn eigen angst. Wat kan er bedreigender zijn voor wie gezag opeist, dan een leraar die kinderen leert om vragen te stellen en geen genoegen te nemen met slogans? Iedere macht die gebouwd is op gehoorzaamheid begint steevast met het temmen van scholen en docenten. Leraren zijn gevaarlijk omdat ze mensen leren zelfstandig te denken, omdat ze laten zien dat autoriteit nooit vanzelfsprekend is.
Die les is geen geschiedenisboekstof; ze speelt zich hier en nu af. In de VS wordt een georganiseerde kruistocht tegen onderwijs gevoerd: boeken verdwijnen uit de bibliotheek, lessen over racisme en gender worden verboden. In Europa weerklinken dezelfde echo’s: Orbán in Hongarije die universiteiten knecht, Forum voor Democratie dat scholieren aanspoort hun docenten te verraden, de AfD die kliklijnen opent. Wie de toekomst wil monopoliseren, begint bij het klaslokaal.
Nazi-Duitsland: school als fabriek van onderwerping
Kort na Hitlers machtsovername in 1933 werden tienduizenden boeken in brand gestoken. Dat was niet zomaar ritueel geweld, maar een startschot voor de zuivering van onderwijs. Leraren werden ontslagen, schoolboeken herschreven, kinderen gedwongen tot lidmaatschap van de Hitlerjugend. Vrije tijd, lesmateriaal, zelfs de grapjes op het schoolplein – alles moest onder controle komen.
Binnen enkele jaren was bijna iedere leraar aangesloten bij de nazibond. Scholen veranderden in fabrieken van gehoorzaamheid en haat. Toch ontsproot er, vaak in stilte, verzet. Docenten weigerden mee te werken aan propaganda, leerlingen maakten in het geheime spotliedjes over Hitler, vaak fluisterend gezongen op de speelplaats of tijdens wandelingen naar huis, als kleine uitlaatklep van verzet. Zelfs midden in de greep van een totalitair systeem bleek dat onderwijs een plek kon zijn waar macht niet absoluut was.
Chili onder Pinochet: repressie én marktlogica
Na de coup van 1973 werden Chileense leraren ontslagen of opgejaagd, soms alleen omdat ze hun leerlingen aanmoedigden vragen te stellen. Informanten rapporteerden ieder afwijkend geluid. Maar de dictatuur beperkte zich niet tot intimidatie. Ze maakte van onderwijs ook een proeftuin voor radicale marktpolitiek: scholen geprivatiseerd, docenten economisch gemarginaliseerd.
De boodschap was duidelijk: de leraar die weigert zich te voegen is verdacht, en de school die niet rendeert is overbodig. De erfenis is nog steeds zichtbaar in de ongelijkheid waar Chileense studenten decennia later tegen opstaan. Het laat zien hoe autoritaire controle en marktlogica elkaar kunnen versterken: beide willen de klas ontdoen van vrijheid en solidariteit.
Amerika vandaag: de hysterie van het wantrouwen
Sinds 2021 zijn in de VS tientallen wetten aangenomen om de lesstof te beperken. In Florida – waar Marco Rubio, ooit door Trump spottend ‘Little Marco’ genoemd en nu ironisch opgeklommen tot sleutelminister in diens kabinet – mogen leraren nauwelijks nog spreken over gender of seksualiteit. Duizenden boeken – van klassieke romans tot jeugdverhalen – zijn verbannen. Leraren die een divers perspectief aanbieden – bijvoorbeeld inclusief verwijzingen naar genderidentiteit – worden weggezet als indoctrinatoren, soms zelfs als “groomers”.
Intussen zijn trans leerlingen het mikpunt van beleid dat hen onzichtbaar wil maken: scholen verbieden het gebruik van hun gekozen naam of voornaamwoorden, dwingen hen naar wc’s die niet overeenkomen met hun identiteit, en creëren zo een omgeving waar angst en vernedering dagelijkse kost zijn. Het onderwijssysteem dat vrijheid zou moeten koesteren, wordt zo een werktuig om een kwetsbare minderheid kapot te disciplineren.
Dit gaat niet over ouderrechten, maar over het systematisch afbreken van vertrouwen in onderwijs zelf. Wie de leraar in een vijandbeeld giet, ondermijnt de enige plek waar kinderen leren macht en waarheid te bevragen. Het doel is helder: een bevolking die niet onderzoekt, maar gehoorzaamt.
Europa en Nederland: kliklijnen en curriculumoorlogen
Ook hier in Europa keren de oude reflexen terug. Orbán herschikt Hongaarse scholen tot propagandamachines. Forum voor Democratie richtte in Nederland een meldpunt in waar scholieren hun docenten konden verklikken, liefst met heimelijke opnames. Zulke projecten zijn geen losse provocaties, maar pogingen om de leraar als vijand neer te zetten. Het is een echo van praktijken die we kennen uit eerdere dictaturen: zaai wantrouwen, vernietig de band tussen docent en leerling, en je snijdt de wortels van kritische gemeenschappen door.
De leraar als ongeleid projectiel
Wat al deze voorbeelden laten zien: machthebbers zijn bang voor leraren. Niet omdat docenten tanks of wapens bezitten, maar omdat zij generaties leren dat gezag altijd ter discussie kan staan.
Een klaslokaal waar vragen gesteld worden, waar leerlingen leren dat geen enkele waarheid onaantastbaar is, vormt een nachtmerrie voor wie absolute macht nastreeft. Precies daarom keren autoritaire regimes zich keer op keer tegen het onderwijs.
Leraren zijn geen dienaren van de staat, maar de stille saboteurs van gehoorzaamheid. Hun werk maakt duidelijk dat geen enkele orde vanzelfsprekend is – en dat is precies wat hen zo gevaarlijk maakt voor wie wil heersen, en zo onmisbaar voor wie vrij wil leven.
Vooruitblik: een boek in de maak
Dit essay verschijnt in aanloop naar de publicatie van Randi Weingartens nieuwe boek Why Fascists Fear Teachers (16 september 2025). Waar dit stuk de lijnen schetst, gaat haar boek dieper in: het is een vlammend pamflet over hoe onderwijs telkens weer het slagveld wordt tussen macht en vrijheid. Met verhalen uit de klas en uit de geschiedenis laat Weingarten zien waarom aanvallen op scholen nooit op zichzelf staan, maar deel zijn van een bredere strategie om democratie en solidariteit te ondermijnen.
Als blogpost is dit een voorproefje – het boek zelf vormt de uitgebreide aanklacht én uitnodiging om pal achter leraren te blijven staan.