Zelf denken is geen luxe, maar verzet tegen systemen die verdienen aan haast, angst en gehoorzaamheid. Vrijheid begint bij aandacht, solidariteit en de vraag wie profiteert.
Liberalisme betekende ooit meer dan individuele keuzevrijheid. Helena Rosenblatts boek laat zien hoe vrijheid werd losgemaakt van plicht, moraal en gemeenschap, en waarom solidariteit nodig blijft om vrijheid werkelijk voor iedereen te maken.
De Curaçaose slavenopstand van 1795, geleid door Tula, was een belangrijke gebeurtenis op de Nederlandse Antillen. Begonnen op de plantage Knip, verzamelden veertig tot vijftig tot slaaf gemaakten zich en bevrijdden anderen. Hun tocht naar Porto Mari omvatte aanvallen op plantages en het bemachtigen van wapens en voedsel. De koloniale autoriteiten stuurden versterkingen en onderdrukten de opstand uiteindelijk. Tula en zijn medeleiders werden op 3 oktober 1795 publiekelijk geëxecuteerd. De opstand benadrukte de onderdrukking en droeg bij aan de beweging tegen slavernij in de regio.
Kropotkin en Engels verschilden van mening over de organisatie van arbeid: Kropotkin zag vrijwillige samenwerking als basis voor een rechtvaardige samenleving, terwijl Engels pleitte voor een overgangsfase met gecentraliseerde controle om duurzame sociale verandering te bereiken.
Vrijheid blijkt leeg wanneer keuze wordt losgekoppeld van zekerheid en solidariteit. Via Isaiah Berlin, neoliberaal beleid en hedendaagse politiek ontvouwt zich een pleidooi voor vrijheid als gezamenlijke praktijk, gedragen door pluralisme, tegenmacht en zorg voor elkaar.
Carlota Lucumí leidde in 1843 een opstand tegen slavernij op Cuba. Haar strijd vindt echo’s in hedendaags verzet tegen onrecht, van het Caribisch gebied tot progressieve doorbraken zoals recent in New York.
Radicaal rechts presenteert vrijheid als afwezigheid van overheid, maar die smalle definitie vergroot ongelijkheid en onzekerheid. Werkelijke vrijheid ontstaat pas wanneer sociale rechten, solidariteit en democratische verantwoordelijkheid de voorwaarden scheppen waaronder iedereen kan leven.
Een reflectie op vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid als kern van radicaal-democratisch denken, gezien door Rousseau’s invloedrijke visie op volkssoevereiniteit, ongelijkheid en de noodzaak van een nieuw sociaal contract in de moderne samenleving.
Antifascisme is geen georganiseerde sekte maar een morele houding. Het rechtse frame dat antifa als terroristisch bestempelt, ondermijnt democratisch verzet. De beweging draait om solidariteit, waakzaamheid en de plicht om fascisme te blijven bestrijden.
De Spaanse Burgeroorlog was niet enkel een strijd tegen Franco, maar ook een poging tot sociale bevrijding. Anarchisten, arbeiders en vrouwen bouwden collectieven, vochten voor vrijheid en lieten een blijvende erfenis van hoop en verzet achter.
