Demonstratie van Turkse communisten met rode TKP-vlaggen tijdens een protest in Nederland
Turkse communisten lopen mee in een demonstratie in Nederland, met rode vlaggen en leuzen tegen onderdrukking en uitbuiting.

Geschiedenis die meeloopt

De aanwezigheid van Turkse communisten in Nederland is geen toeval en geen momentopname. Ze is opgebouwd uit arbeid, ballingschap en politieke overdracht over generaties heen. Wie die geschiedenis serieus neemt, ontkomt niet aan de vraag welke verantwoordelijkheid daarmee vandaag samenkomt.

Het is makkelijk om elkaar te vinden op straat. Moeilijker is het om elkaar vast te houden als de spandoeken weer zijn opgerold en iedereen teruggaat naar werk, zorg en onzekerheid. Solidariteit krijgt pas betekenis in wat daarna gebeurt: samen naar huis fietsen, telefoonnummers uitwisselen, iemand helpen met een brief van de gemeente, geld inzamelen voor wie vastzit of zijn baan verliest, elkaar blijven opzoeken wanneer de aandacht is verdwenen. Solidariteit begint niet bij gelijk hebben, maar bij blijven.

In Nederland is de aanwezigheid van de Communistische Partij van Turkije geen abstract fenomeen, maar een zichtbaar en herkenbaar onderdeel van linkse mobilisatie. Op 1 mei, bij antiracismeprotesten, bij acties tegen repressie in Turkije. Rode vlaggen, vaste slogans, georganiseerde blokken. Vaak in nauwe samenwerking met Nederlandse communisten en migrantenorganisaties. Deze diaspora vormt geen losse rand, maar een stabiele infrastructuur binnen protest en organisatie — één die al jaren bereid is om op te komen dagen, verantwoordelijkheid te dragen en solidariteit praktisch te maken, ook wanneer dat weinig oplevert behalve tegenwind.

Steun vrheid.nl op Substack

Die infrastructuur bestaat niet los van geschiedenis. De Communistische Partij van Turkije werd opgericht in 1920, in een periode van oorlog, revolutie en de ineenstorting van oude rijken. Vanaf het begin werd de partij geconfronteerd met zware repressie: verboden, vervolging, gevangenschap. Decennia van onderdrukking en heropbouw hebben diepe sporen nagelaten in de manier van organiseren, denken en handelen.

Vanaf de jaren zestig en zeventig verplaatste een deel van die geschiedenis zich naar West‑Europa. Arbeidsmigratie bracht politieke tradities mee, maar ook ballingschap. Mensen die niet alleen vertrokken om te werken, maar omdat blijven gevaarlijk was. Politieke overtuiging werd iets wat je meenam in koffers, brieven en herinneringen.

In ballingschap werd politiek erfgoed iets kwetsbaars dat actief moest worden doorgegeven. Verhalen, liederen, rituelen, vergaderculturen. Niet als nostalgie, maar als overlevingsstrategie. Die erfenis werkt tot op vandaag door als moreel kompas: vasthoudendheid, discipline, loyaliteit aan collectieve strijd. Tegelijk draagt ze het gewicht van trauma, verlies en een diep wantrouwen tegenover spontane of ongestructureerde vormen van organisatie.

Uit die geschiedenis ontstonden organisaties en verenigingen die de voedingsbodem vormen voor de huidige diaspora‑structuren rond de TKP. Voor veel Turkse Nederlanders is deze manier van organiseren een brug: tussen generaties, tussen hier en daar, tussen dagelijkse bestaansonzekerheid en politieke strijd. Antifascisme, antiracisme en klassenstrijd zijn daarin geen aparte dossiers, maar één doorlopende werkelijkheid.

Dat verdient erkenning. Structuur geeft kracht. Collectieve discipline beschermt tegen versnippering en uitputting. Zichtbaarheid door symbolen en gedeelde taal maakt het mogelijk elkaar te herkennen in een samenleving die liever ziet dat verzet onzichtbaar blijft. Het vraagt moed om die zichtbaarheid vol te houden wanneer criminalisering, verdachtmaking en vermoeidheid constant op de loer liggen.

Juist omdat deze aanwezigheid zo consistent is, ontstaat er ook een verantwoordelijkheid. Beweging verliest haar scherpte wanneer vorm belangrijker wordt dan inhoud, wanneer vertegenwoordiging het handelen vervangt, wanneer strijd vooral iets wordt wat namens anderen wordt gevoerd in plaats van samen met hen.

Solidariteit leeft niet alleen in verklaringen of georganiseerde momenten. Ze leeft in hoe mensen elkaar benaderen, hoe ruimte wordt gedeeld, hoe macht wordt verdeeld of juist afgebouwd. In praktijken waarin niemand wacht op toestemming om te handelen, maar verantwoordelijkheid neemt omdat de situatie daarom vraagt.

Aanscherpen betekent hier niet afbreken, maar verdiepen. Minder spreken namens, meer spreken met. Minder nadruk op lijn, meer op relatie. Minder mobiliseren rond symboliek alleen, meer investeren in duurzame netwerken van zorg, wederzijdse bescherming en gezamenlijke besluitvorming.

Er is geen tegenstelling tussen organisatie en autonomie, zolang structuur dienstbaar blijft aan mensen en niet andersom. Zolang discipline geen gehoorzaamheid wordt. Zolang symbolen uitnodigen tot deelname en geen grens trekken tussen wie telt en wie volgt.

Een solidaire beweging groeit wanneer verschil niet wordt weggepoetst, maar gedragen. Wanneer interne kritiek geen bedreiging is, maar een teken van betrokkenheid. Wanneer mensen niet worden gevraagd om aan te sluiten, maar om mede‑eigenaar te zijn van de strijd.

De kracht die nodig is om racisme, uitbuiting en autoritarisme te breken ontstaat niet uit één centrum, één partij of één waarheid. Ze ontstaat overal waar mensen weigeren elkaar los te laten. In dat gezamenlijke blijven — koppig, onvolmaakt, zonder garantie — ligt een richting die verder reikt dan welke vlag ook.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou