Rijke Amerikanen verzwakten de middenklasse bewust om hun macht te behouden. Vakbonden, sociale rechten en betaalbaar onderwijs werden ondermijnd. Reagan voerde hun plannen uit, waardoor lonen daalden en ongelijkheid groeide. Trump speelde in op de woede, maar diende dezelfde elite.
Trotski wees op de kwetsbaarheid van de middenklasse voor fascistische ideeën tijdens crises. Hun angst voor grote bedrijven én arbeidersbewegingen maakt hen vatbaar voor autoritair leiderschap. Trotski’s analyse blijft relevant voor het begrijpen van moderne populistische en extreemrechtse bewegingen.
Steun aan de nazi’s kwam vooral uit de economische en sociale onzekerheid van de kleinburgerij. Hun gevoelens van bedreiging legden de basis voor fascistische mobilisatie, terwijl georganiseerde arbeiders deze ideologie grotendeels verwierpen.
Klassenperceptie in de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog wordt sterk beïnvloed door de American Dream. Dit ideaal vervaagt economische realiteiten, waardoor veel Amerikanen zich als middenklasse zien, ondanks hun werkelijke sociaaleconomische omstandigheden.