Roberto Martina (61) heeft een leven geleid waarin persoonlijke ontplooiing en maatschappelijke strijd onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Geboren op het zonovergoten Curaçao, verhuisde hij begin jaren ’80 naar Nederland met een koffer vol dromen én twijfels. Wat hij vond, was vrijheid met een bijsmaak. “Dit land heeft mogelijkheden,” zegt hij, “maar er is nog een lange weg te gaan, zeker als het gaat om hoe we omgaan met ons koloniale- en slavernijverleden.”
Als onderwijzer werd hij meer dan een docent; hij werd een spiegel en soms een baken. Als LHBTQ+-activist groeide hij uit tot een stem die weigert zacht te spreken waar stilte verwacht wordt. Zijn verhaal is geen aanklacht, maar een uitnodiging: om te luisteren, te leren en vooral, om moed te tonen.
In dit interview deelt Roberto zijn inzichten over intersectionele strijd, de eenzaamheid van anders-zijn, en de kracht van radicale liefde.
Interviewer: Roberto, dank dat je je verhaal wilt delen. Kun je ons terugnemen naar je jeugd op Curaçao?
Roberto Martina: Mijn jeugd was een mengeling van zon, zoute lucht en stilte. Curaçao is prachtig, maar het is ook klein. Dat voel je als kind. Iedereen wist wie je was, of dacht dat te weten. Ik was niet zomaar Roberto, maar “yu di Jonchi di banda bau”. Die bijnaam droeg warmte in zich, maar ook een vorm van controle. Je kon niet verdwijnen in anonimiteit.
Wat ik me levendig herinner zijn de lora’s — felgroene parkieten die in zwermen langs ons huis trokken. Ze schreeuwden de lucht in alsof ze niets te verliezen hadden. Voor mij waren ze een herinnering dat vrijheid lawaai mag maken. Als puber begreep ik nog niet waarom ik me opgesloten voelde, maar die vogels, die begrepen het voor mij.
Interviewer: Je doelt op je seksualiteit?
Roberto Martina: Ja. En op het constante gevoel van anders-zijn. Ik voelde verlangen, maar geen taal. Er was geen ruimte om mezelf te verkennen zonder risico. De kerk, familie, het schoolplein — alles fluisterde dat afwijken gevaarlijk was. Toen ik eenmaal in Nederland was, kwam er ademruimte. Maar ook daar: nieuwe maskers, andere muren.
Interviewer: Wat trok je naar Nederland?
Roberto Martina: De drang om te ademen. En eerlijk? Een soort romantisch idee van het moederland. Op school leerden we de rivieren van Nederland uit ons hoofd, maar niets over de geschiedenis die ons verbond. Nederland was een raadsel dat ik wilde oplossen. Ik dacht: misschien hoor ik daar wél thuis.
Maar dat bleek complex. Nederland ziet zichzelf als tolerant. Totdat je hun zelfbeeld bevraagt. Ik herinner me nog goed mijn eerste Gay Pride. Ik was omringd door regenbogen, maar voelde me een grijze vlek in het palet. Representatie was er nauwelijks. En toch: ik vond daar ook bondgenoten, mensen die niet alleen hun waarheid leefden, maar ook ruimte maakten voor die van mij.
Interviewer: En het onderwijs?
Roberto Martina: Dat gaf me een platform. Ik kon jonge mensen iets meegeven wat ik zelf gemist had: herkenning. Voor veel jongens was ik de eerste man die openlijk sprak over gevoel, afkomst en liefde. Ik werd hun spiegel. En soms hun schild. Niet omdat ik alles wist, maar omdat ik hen zag. Echt zag.
Interviewer: Waarom ben je activist geworden?
Roberto Martina: Omdat stilte soms gevaarlijker is dan confrontatie. Ik zag te veel ruimtes waar zwarte queer mensen onzichtbaar waren. Organisaties die hun inclusiviteit lieten afhangen van esthetiek, niet van empathie. Intersectionaliteit werd een modewoord, maar wie wilde echt luisteren naar de verhalen achter die kruispunten?
Mijn activisme komt voort uit liefde. Niet uit woede. Al is die woede soms nodig om gehoord te worden. Maar het is liefde die blijft. Liefde voor wie we zijn, voor wie we kunnen worden.
Interviewer: Hoe zie je de toekomst?
Roberto Martina: Met gemengde gevoelens. We maken stappen, zeker. Maar woorden zijn goedkoop. Er is veel bereidheid om inclusieve taal te gebruiken, maar weinig om privileges op te geven. Nederland moet leren dat echt progressief zijn betekent: bereid zijn om te verliezen, om ruimte te maken voor anderen.
Interviewer: Tot slot: je boodschap voor jonge activisten?
Roberto Martina: Durf ongemakkelijk te zijn. Durf ook zacht te zijn. Activisme hoeft niet altijd luid te zijn; het mag ook lijken op zorg, op een hand vasthouden. En bovenal: vier jezelf. Elke keer dat je jezelf viert in een wereld die jou wil minimaliseren, voer je strijd. En dat is revolutionair.
Hoewel dit interview fictieve elementen bevat, is het geworteld in echte verhalen. Roberto Martina symboliseert de kracht van intersectionele solidariteit en het doorzettingsvermogen van hen die weigeren te buigen voor onrecht. Zijn verhaal herinnert ons eraan dat vrijheid niet gegeven wordt — die eisen we op, met hoofd en hart.
Nieuwe inzichten, kritische verhalen
Op vrheid.nl schrijven we over vrijheid, gelijkheid, klimaat en LHBTQ+ rechten. Altijd scherp, altijd onafhankelijk. Blijf ons volgen en mis niets!