Met Pete Hegseth aan het hoofd van het Pentagon waait er een gure wind door Washington. Waar zijn voorgangers militaire strategie en bondgenootschappen centraal stelden, gebruikt Hegseth de macht van het ministerie om een culturele strijd te voeren. Hij mengt religie met staatsmacht, herschrijft de geschiedenis in het voordeel van reactionaire mythen en zet symbolen van verdeeldheid neer als tekenen van trots. Dit is geen neutraal defensiebeleid – dit is een kruistocht – en de geschiedenis leert dat naties die zulke religieus-gedreven oorlogen voeren vaak verstrikt raken in langdurige conflicten, economisch uitgeput raken en moreel verdeeld eindigen.
Van mediagezicht tot machtsfactor
Ooit co-host van FOX & Friends Weekend, gebruikte Pete de zondagse ontbijttelevisie als megafon voor conservatieve en christelijk-nationalistische ideeën. Hij combineerde losse, patriottische praatjes met scherpe politieke aanvallen op Democraten en positioneerde zichzelf als de spreekbuis van “law and order”-beleid. Zijn directe lijn naar Donald Trump – die het programma obsessief volgde en Hegseth regelmatig belde – maakte hem tot een vertrouweling. Die mediapositie bleek de springplank naar de hoogste militaire post van het land: minister van Defensie.
De Signal-affaire: nonchalance met nationale veiligheid
Zomer 2025. Een journalist belandt per ongeluk in een beveiligde Signal-groepschat van Pentagon-topfunctionarissen. Daarin: strategische discussies over militaire operaties en diplomatieke onderhandelingen. Niet alleen leest Hegseth mee, hij stuurt dezelfde informatie ook door naar vrienden en familie. “Onschuldige updates,” noemt hij het. Maar hoe onschuldig is het delen van geclassificeerde scenario’s met je inner circle? Voor critici is het het zoveelste bewijs dat loyaliteit voor Hegseth zwaarder weegt dan nationale veiligheid.
Religieuze symboliek en ideologische banden
Op zijn huid prijkt opvallend de Jerusalem Cross – een kruisvorm die vaak wordt geassocieerd met middeleeuwse kruistochten – en de leus Deus Vult, Latijn voor “God wil het”, een historische strijdkreet die tegenwoordig ook door extreemrechtse en islamofobe groepen wordt gebruikt en daardoor een gevaarlijk signaal afgeeft over zijn ideologische oriëntatie.
“Zijn tatoeages zijn geen versiering, maar een strijdkroniek in inkt — en sommige roepen meer vragen op dan applaus.”
In zijn kringen: pastor Doug Wilson, een zelfverklaard christelijk nationalist met een netwerk van meer dan 150 kerken. Wilson wil een patriarchale samenleving – een wereldbeeld dat in interviews door vrouwelijke leden van zijn kerk openlijk wordt onderschreven, waarbij zij verklaren zich volledig te onderwerpen aan hun man, beslissingen aan hem overlaten en stemmen als gezin met de man als eindverantwoordelijke, zonder stemrecht voor vrouwen, waarin abortus en homoseksualiteit crimineel zijn. Hegseth noemt zichzelf een “trots lid” van Wilsons netwerk en deelt zonder commentaar diens leus “All of Christ for all of life”. Weet hij zelf hoe explosief die boodschap is in de context van een seculiere democratie? Of is het juist een bewuste signaalfunctie, bedoeld om aan te geven dat hij achter de meest radicale onderdelen van Wilsons agenda staat?
Hegseth’s Inktverhalen
Pete Hegseth liep niet meteen de tattooshop in toen hij 18 werd. Sterker nog, zijn vader had hem daar vroeger juist voor gewaarschuwd. Maar toen hij eenmaal begon, ging het snel: inmiddels telt zijn borst en rechterarm meer dan een dozijn ontwerpen, variërend van religieuze symbolen tot Amerikaanse geschiedenis in inkt.
Het meest omstreden is zonder twijfel het grote Jeruzalemkruis dat de rechterkant van zijn borst bedekt. In 2021, terwijl hij met de Minnesota National Guard in Washington D.C. was, werd hij naar eigen zeggen opzijgezet voor de bewaking van Joe Biden’s inauguratie — vanwege dit symbool. Het kruis, ooit een teken van de 13e-eeuwse kruisvaarders1, wordt tegenwoordig soms geassocieerd met christelijk nationalisme.
Zijn rechterbiceps draagt “Deus Vult2” — Latijn voor “God wil het” — onder een Amerikaanse vlag en een vuurwapen. De slogan begon als kruistochtleus, maar is later door extreemrechtse groeperingen omarmd. Elders prijkt Benjamin Franklin’s iconische “Join or Die”-slang3, ooit bedoeld als oproep tot koloniale eenheid. En dan zijn er nog “We the People” en “17754”, plus een kruis met zwaard, geïnspireerd op Mattheüs 10:34: Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar een zwaard. Die laatste zette hij spontaan, op vakantie met zijn familie — zijn allereerste stap in de wereld van tatoeages.
Persoonlijke hypocrisie en politieke consistentie
Seksueel misbruik (afgekocht), buitenechtelijke affaires, publieke dronkenschap – een verleden dat wringt met zijn publieke moraalprediking. Of toch niet? Critici zien juist een lijn: in zijn omgang met vrouwen toont zich steeds hetzelfde patroon van dominantie en controle. Eerst in de privésfeer – waarbij partners en relaties onderworpen waren aan zijn wil – en nu in het politieke domein, waar hij beleid en wetgeving inzet om diezelfde hiërarchie te verankeren. Het religieuze dogma fungeert daarbij niet als moreel kompas, maar als rechtvaardiging voor structurele ongelijkheid.

Confederate nostalgie als beleid
Het terugplaatsen van het Reconciliation Monument op Arlington National Cemetery is meer dan een historische keuze. Het is een signaal. Dit monument, dat onder meer tot slaaf gemaakte mensen in onderdanige poses toont, is een product van de Lost Cause-mythe. Hegseth noemt de terugplaatsing een daad tegen “woke lemmings” en zegt trots te zijn op “alle aspecten” van de geschiedenis. Maar hoe kun je beweren geschiedenis te bewaren, terwijl je foto’s en documenten over zwarte Amerikanen, vrouwen en LGBTQ-militairen uit de archieven verwijdert? Het is alsof je zegt het verhaal van de Tweede Wereldoorlog compleet te willen vertellen, maar dan besluit de foto van de Enola Gay – het B-29 Superfortress dat op 6 augustus 1945 de eerste atoombom op Hiroshima liet vallen – uit het museum te halen. De naam, vernoemd naar de moeder van piloot Paul Tibbets, is historisch feitelijk en geen woordspeling, maar in de huidige cultuur kan het woord ‘Gay’ bij sommigen verkeerd vallen. Toch is het schrappen van zulke beelden om welke reden dan ook een vorm van geschiedvervalsing. Juist confronterende bewijzen, hoe pijnlijk of ongemakkelijk ook, zijn onmisbaar om de volle omvang en morele lessen van de geschiedenis te begrijpen.
Een eerbetoon aan de vijand van de VS – een slavernij verdedigende staat die honderdduizenden Amerikanen doodde – zegt misschien meer over Hegseth’s prioriteiten dan over de geschiedenis zelf. En dan overweegt hij ook nog het Pentagon te hernoemen naar Department of War, waarmee Hegseth in feite de rol van ‘Secretary of War’ op zich zou nemen. Symbolen, niet strategie, lijken zijn kompas.
Een gevaarlijk precedent
Kijk naar het patroon: religie vermengd met staatsmacht. Geschiedenis herschreven om een ideologisch verhaal te dienen. Militaire macht gebruikt als podium voor culturele strijd. Onder het mom van “trots op onze tradities” verandert het Pentagon in een instrument van christelijk-nationalistische politiek. Wat betekent dat voor de scheiding tussen kerk en staat? En voor het vertrouwen van bondgenoten die verwachten dat Washington denkt in termen van gezamenlijke veiligheid – niet van heilige oorlog.
“Hegseth oogt als minister van Defensie, maar handelt als missionaris in uniform. En die missie is geen defensieplan. Het is een kruistocht.”
De geschiedenis leert dat naties die zulke religieus-gedreven oorlogen voeren vaak eindigen in hun eigen ondergang. De middeleeuwse kruistochten brachten geen blijvende overwinningen, maar wel bloedbaden, economische uitputting en een erfenis van vijandbeelden die eeuwen standhielden. Grote rijken die hun macht verwarden met een goddelijke opdracht – van Spanje in zijn koloniale hoogtijdagen tot het Britse Rijk – zagen hun invloed afbrokkelen toen hun kruistochten de middelen opslokten en hun morele gezag ondermijnden. In dat licht oogt Hegseth’s koers niet als een opmaat tot nationale hernieuwing, maar als het klassieke laatste bedrijf in het verhaal van een imperium dat zijn eigen einde versnelt.
- In de 13e eeuw bevond het kruisvaardersrijk, het Koninkrijk Jeruzalem, zich in een periode van bloedige verdediging en terugval na eerdere overwinningen. De kruisvaarders waren West-Europese ridders en huurlingen die onder het banier van het christendom naar het Heilige Land trokken om Jeruzalem en omliggende gebieden te behouden. Hun kruisen waren zowel geloofssymbool als oorlogsembleem, en hun campagnes gingen gepaard met belegeringen, massamoorden en plunderingen — vaak net zo gericht op buit en macht als op religie. ↩︎
- Deus Vult was de strijdkreet waarmee paus Urbanus II in 1095 de Eerste Kruistocht inluidde, bedoeld als een religieuze rally om Jeruzalem op de moslims te heroveren. In moderne tijden is de term overgenomen door extreemrechtse en ultranationalistische groepen in Europa en Noord-Amerika, die het gebruiken als symbool voor een vermeende strijd tussen het “christelijke Westen” en de islam. Binnen deze context wordt het vaak ingezet in racistische en anti-immigratieretoriek, waarbij de oorspronkelijke religieuze lading wordt vermengd met politieke en xenofobe agenda’s. ↩︎
- De “Join or Die”-slang verscheen voor het eerst op 9 mei 1754 in The Pennsylvania Gazette, toegeschreven aan Benjamin Franklin. De tekening, met een slang in acht stukken voor de verschillende Britse koloniën, diende als oproep tot koloniale eenheid tijdens de Franse en Indiaanse oorlog. Het beeld benadrukte dat samenwerking cruciaal was om de gezamenlijke dreiging van Franse en inheemse troepen het hoofd te bieden. ↩︎
- Het jaar 1775 markeert het begin van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, toen de kolonisten in opstand kwamen tegen het Britse gezag. In april vonden de eerste gevechten plaats bij Lexington en Concord, gevolgd door de oprichting van het Continentale Leger onder leiding van George Washington. Hoewel het voor velen een symbool is van patriottisme en de geboorte van de Verenigde Staten, wordt het jaartal in sommige kringen ook gebruikt als politiek statement. In militante of anti-overheidsbewegingen kan 1775 dienen als verwijzing naar gewapend verzet tegen de overheid, en in extremere gevallen zelfs als code voor exclusief nationalistisch sentiment. ↩︎