Portret van een man met matrozenpet voor woonboten op Amsterdams water.
Von Gerhardt afgebeeld voor woonboten, een verwijzing naar de spanningen rond wonen, eigendom en regie in Amsterdam.

De liberale belofte in een stad die kraakt

In het Amsterdamse stadhuis schuift Myron von Gerhardt naar voren als iemand die zegt op te komen voor “de middengroep”. Een politicus die waarschuwt voor tweedeling, maar tegelijk hamert op marktlogica’s die diezelfde tweedeling versterken. Zijn stem klinkt vriendelijk, modern, redelijk — de toon die het neoliberalisme al decennia zo verleidelijk maakt. Maar achter dat redelijke masker schuilt een politiek die de stad steeds meer opsplitst in wie mee mag doen en wie mag toekijken vanaf de stoep.

De wooncrisis als ideologisch strijdtoneel

In het woondebat zoekt Von Gerhardt het antwoord hardnekkig in het middensegment: meer koop, meer middenhuur, minder regels. Het klinkt efficiënt, bijna technocratisch. Maar onder die oppervlakte wordt een bekend verhaal herhaald: marktwerking als medicijn voor alles wat vastloopt. Alsof de wooncrisis niet voortkomt uit jarenlange afbraak van publieke regie, maar uit “te veel sociale huur”. Alsof betaalbare wijken een hinderpaal zijn, in plaats van de laatste houvast voor Amsterdammers die niet kunnen of willen meedraaien in de woningloterij die door beleggers en bouwlobby’s wordt gedicteerd.

Zijn pleidooi om regels te schrappen, erfpacht op te rekken en corporaties meer “marktprikkels” te geven, sluit naadloos aan bij een stadsvisie waar eigendom zwaarder weegt dan bestaanszekerheid. Waar keuzes maken betekent: ruimte geven aan wie al vermogen heeft, en beperkingen opleggen aan iedereen die afhankelijk is van betaalbare huur.

Steun vrheid.nl op Substack

Netwerken die richting geven

De positie die Von Gerhardt inneemt staat niet op zichzelf. Zijn werk als campagnestrateeg bij Meute — een Amsterdams bureau dat campagnes maakt voor zowel bedrijven als grote maatschappelijke organisaties — plaatst hem midden in de wereld van bouwers, energiebedrijven, ondernemersverenigingen en andere groepen met stevige belangen in de stad. Zo’n netwerk hoeft niet eens hard te duwen om invloed te hebben; het werkt via aannames die als vanzelfsprekend gaan voelen. Het idee dat economische groei altijd het vertrekpunt is. Dat ondernemers het kompas vormen voor stedelijk beleid. Dat de markt ruimte opeist en bewoners zich daarnaar moeten voegen.

Precies dat wereldbeeld krijgt vaak te weinig aandacht in de Amsterdamse politiek: niet kwaadwillend, maar diep ideologisch. Een blik waarin bestaanszekerheid wordt weggezet als kostenpost en ongelijkheid als bijwerking van vooruitgang. Een lens die bepaalt wie je ziet, wie je overslaat en wie het verhaal van de stad mag schrijven.

De paradox van verantwoordelijkheid

Opvallend genoeg erkent Von Gerhardt soms dat ook mensen zonder urgentie recht hebben op een dak boven hun hoofd. In het compromis rond het volksinitiatief “Eerlijke kansen” schoof hij mee met een pilot voor extra sociale huur. Dat was een zeldzaam moment waarop zijn pragmatisme even door de liberale muur brak. Maar zulke momenten blijven uitzonderlijk. Het grotere verhaal blijft dat de gemeente vooral moet “loslaten”, terwijl bewoners zelfredzaam moeten zijn — zelfs wanneer de markt die zelfredzaamheid allang heeft ingeperkt.

Diezelfde spanning zie je terug in zijn verhaal over vluchtelingenopvang. Hij vindt dat Amsterdam z’n verplichtingen moet nakomen, maar koppelt die opvang tegelijk aan schaarste — alsof de wooncrisis veroorzaakt zou zijn door mensen op de vlucht, en niet door jarenlang landelijke VVD-beleid dat woningbouw onderwierp aan marktlogica en rendement.

Friendscontracten: flexibiliteit voor de markt, onzekerheid voor huurders

De discussie over het herinvoeren van zogenoemde friendscontracten laat scherp zien hoe Von Gerhardt naar de wooncrisis kijkt. Samen met Volt pleit hij ervoor dat woningcorporaties weer gezamenlijke huurcontracten mogen aanbieden aan groepen vrienden, zodat kamers niet leeg blijven in tijden van woningnood. Het klinkt pragmatisch, bijna zorgzaam: jonge mensen helpen door regels los te laten.

Maar wie iets langer kijkt, ziet vooral symptoombestrijding. Friendscontracten lossen de wooncrisis niet op. Ze bouwen geen woningen, drukken de huren niet en doorbreken de marktdruk niet die de stad al jaren verstikt. Wat ze wél doen, is het probleem verschuiven: van structureel falend woonbeleid naar individuele flexibiliteit van huurders.

Niet voor niets werden deze contracten eerder afgeschaft. Gezamenlijke huurcontracten boden huurders minder bescherming, maakten mensen afhankelijk van elkaars positie en vergrootten de kwetsbaarheid bij conflicten of vertrek. Huurdersverenigingen waarschuwden destijds terecht voor verlies van huurrechten en forse huurstijgingen. Die zorgen zijn nooit inhoudelijk weerlegd, alleen politiek terzijde geschoven.

Dat de regeling nu beperkt zou blijven tot woningcorporaties, wordt gepresenteerd als geruststelling. Maar ook dat is een glijdende schaal. Het normaliseert het idee dat woonzekerheid onderhandelbaar is, zolang het ‘efficiënt’ is. Dat past bij een marktlogica waarin ruimte optimaal benut moet worden, maar schuurt met een woonrechtbenadering waarin stabiliteit en bescherming centraal staan.

Opvallend is ook de framing van overlast. Volgens Von Gerhardt en zijn medestanders wordt die angst overdreven. Maar de echte vraag blijft ongesteld: waarom wordt het woningtekort opnieuw neergelegd bij bewoners die zich moeten aanpassen, in plaats van bij een politiek systeem dat jarenlang koos voor rendement boven wonen? Waarom is het antwoord weer: minder regels voor verhuur, in plaats van meer publieke regie en betaalbare nieuwbouw?

Friendscontracten zijn daarmee geen onschuldige noodmaatregel, maar een ideologische keuze. Ze passen in een breder patroon waarin de wooncrisis wordt benaderd als logistiek probleem — lege kamers, verkeerde regels — en niet als gevolg van politieke keuzes die de woningmarkt structureel hebben overgeleverd aan marktwerking. Het zijn precies dit soort beleidskeuzes die, stap voor stap, bepalen hoe een stad verandert.

Hoe een stad verandert

De kracht van politieke taal zit hem in wat vanzelfsprekend gaat klinken. Von Gerhardt gebruikt woorden als “harde keuzes”, “alarm” en “transparantie” om beleid richting markt te duwen. Maar harde keuzes voor wie? Alarm voor wie? Transparantie voor wie? Voor bewoners in sociale huur is de stad de afgelopen jaren juist minder navolgbaar geworden: stijgende huren, minder zekerheid, meer druk. Voor beleggers en ondernemersorganisaties zijn de lijnen vaak juist kort en helder.

Amsterdam verandert niet door één politicus, maar door een reeks kleine keuzes die steeds dezelfde kant op vallen. Een versoepeling hier, een belastingverlaging daar, wat minder regie en wat meer markt — precies de cocktail die de wooncrisis aanwakkerde en ongelijkheid verdiept.

Wat op het spel staat

Von Gerhardt staat symbool voor een bredere beweging die Amsterdam wil sturen richting een geüpgrade versie van het oude neoliberale sprookje: een stad die aantrekkelijk is voor mensen met vermogen, flexibel voor bedrijven, en streng voor iedereen die afhankelijk is van betaalbare woonruimte of publieke zorg. De middengroep waar hij zo graag naar verwijst, bestaat in dat verhaal vooral uit mensen die in staat zijn om mee te draaien in de markt; iedereen daaronder blijft afhankelijk van politiek mededogen.

Maar een stad wordt niet eerlijker door haar sociale fundament af te slanken. Een stad wordt leefbaar wanneer we kiezen voor zekerheid boven rendement, voor publieke waarden boven marktdruk, voor samenleven boven het doorschuiven van problemen naar omliggende gemeenten.

De keuze om onze stad beter te maken

Het is belangrijk om politici als Von Gerhardt in hun volledige context te plaatsen: rationeel, modern, vriendelijk — maar geworteld in een ideologie die al decennia laat zien wie er wint en wie er verliest. En in een tijd waarin betaalbaarheid, solidariteit en rechtvaardigheid steeds harder worden uitgehold, heeft Amsterdam geen behoefte aan een “andere” stad, maar aan het herstellen van wat ons eigen Amsterdam altijd sterk maakte: ruimte voor gewone mensen, ruimte voor zekerheid, ruimte om te blijven.

1
Maart2026
Woonprotest In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart zetten we de wooncrisis nadrukkelijk op de politieke agenda
13:00De Dam
Amsterdam

Daarvoor zijn leiders nodig die de markt niet achterna lopen, maar durven ingrijpen wanneer winst boven wonen dreigt te gaan. Leiders die deze stad niet verder uit elkaar trekken in “rijk of arm”, maar de wijken, straten en gemeenschappen beschermen die Amsterdam tot Amsterdam maken — zodat iedereen hier kan leven zonder dat hun thuis wordt behandeld als handelswaar.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou