In tijden van toenemende censuur en selectieve empathie dwingt Mohammed El-Kurd ons tot een ongemakkelijke vraag: wat moet een volk doorstaan om gehoord te worden? Zijn nieuwe boek Perfect Victims is geen pleidooi om begrepen te worden, maar een aanklacht tegen de voorwaarden die aan dat begrip worden gesteld.
Op 11 februari 2025 verscheen “Perfect Victims: And the Politics of Appeal”, het langverwachte boek van de Palestijnse dichter en activist Mohammed El-Kurd. De publicatie voelde niet als toeval: in een tijd waarin zelfs literatuur over Palestina als subversief wordt beschouwd, klinkt El-Kurds stem als een compromisloos protest tegen de steeds beperktere ruimte voor Palestijnse expressie. Het boek is geen droge verhandeling, maar een intens persoonlijk en pijnlijk essay dat blootlegt welke absurde eisen Palestijnen worden opgelegd om als volwaardige mensen te worden erkend.
In een recent interview met het programma Democracy Now! sprak El-Kurd over zijn beweegredenen. Zijn verhaal laveerde tussen jeugdherinneringen, politieke analyse en mediakritiek. Op de voorgrond stond niet enkel een pleidooi voor rechtvaardigheid, maar een scherpe aanklacht tegen een wereld die structureel de geloofwaardigheid van Palestijnse stemmen ondermijnt.
Een term die hij herhaaldelijk gebruikte: “scholasticide” – de systematische vernietiging van Palestijnse kennisinfrastructuur. Hij verwees naar de inval in de Educational Bookshop in Oost-Jeruzalem, waar boeken van onder meer Noam Chomsky en zelfs kinderboeken in beslag werden genomen. Volgens El-Kurd is dit geen incident, maar onderdeel van een bredere oorlog tegen bewustzijn; een vorm van geweld die zich niet op lichamen, maar op denkbeelden richt.
Wat opvalt, is dat deze repressie niet beperkt blijft tot Israël. Ook in landen als de VS en Nederland krijgen studenten die zich uitspreken voor Palestina te maken met druk. Intimidatie, visumbedreigingen, universitaire waarschuwingen – de methodes verschillen, maar de boodschap blijft dezelfde: afwijkende solidariteit wordt ontmoedigd.
Na het oplaaien van het geweld in Gaza kwamen ook in Nederland studenten massaal in actie. In steden als Amsterdam, Utrecht en Rotterdam volgden protesten met duidelijke eisen: verbreek banden met bedrijven die profiteren van de bezetting, en spreek je expliciet uit tegen onderdrukking. Maar de reacties van universiteiten bleven vaak kil of zelfs ronduit vijandig. Demonstraties werden gesmoord of afgedaan als “polariserend”. Sommige studenten meldden zelfs bedreigingen van hun eigen onderwijsinstelling.
Wat zich aftekent is een zorgwekkend beeld: vrijheid van meningsuiting lijkt slechts te gelden binnen veilige, ideologisch goedgekeurde marges. Volgens El-Kurd is dit precies waar zijn boek over gaat: Palestijnen worden niet alleen fysiek, maar ook discursief het zwijgen opgelegd. Zelfs solidariteit met hen wordt verdacht gemaakt.
Centrale notie in zijn boek is het idee van het “perfecte slachtoffer”. In westerse ogen moet Palestijns lijden niet alleen aantoonbaar zijn, maar ook ‘beschaafd’. Geen woede, geen imperfecties, geen vormen van verzet die het systeem uitdagen. Een kind dat een steen gooit? Dan wordt zijn menselijkheid ineens ter discussie gesteld. Het is, zo stelt El-Kurd, een perverse logica waarin alleen “net” lijden erkenning verdient.
Hij beschrijft hoe hij als kind al leerde zichzelf te corrigeren. Zo verbeterde hij zijn grootmoeder als ze Israëlische kolonisten “Joods” noemde – niet omdat hij het fundamenteel oneens was, maar uit angst verkeerd begrepen te worden. Die reflex tot zelfcensuur is, volgens hem, het resultaat van een wereld die morele perfectie eist van de onderdrukten, terwijl de onderdrukkers zelden op hun daden worden aangesproken.
El-Kurd maakt ook scherpe vergelijkingen met andere conflicten. Verzetsdaden van Oekraïners worden vaak als heldhaftig bestempeld, hoe gewelddadig ook. Palestijns verzet daarentegen krijgt al snel het label ‘terrorisme’. Niet de daden, maar de geopolitieke sympathieën lijken doorslaggevend. Die asymmetrie is volgens hem geen toeval, maar het resultaat van een ideologisch geladen discours.
In plaats van de Palestijn te zien als een hulpeloos slachtoffer of foutloze heilige, pleit El-Kurd voor een meer gelaagd mensbeeld. Palestijnen zijn mensen – met woede, tegenstrijdigheden en agency. Zowel de drang om hen te reduceren tot lijdende objecten als het verlangen hen op te hemelen tot onfeilbare martelaren, doet hen tekort.
De twee woorden waarmee hij zijn boek samenvat: “Even if.” Zelfs als de Palestijnse verzetsstrijder fouten maakt, zelfs als zijn tactieken discutabel zijn – dan nog blijft zijn strijd legitiem. Want de fundamentele onrechtvaardigheid ligt bij de bezetting zelf. Niet de zuiverheid van het verzet, maar de aard van het systeem dat verzet noodzakelijk maakt, verdient de meeste aandacht.
El-Kurds boek is geen uitnodiging tot medelijden, maar tot een andere blik. Weg van de fixatie op het gedrag van het slachtoffer, en naar de kern van het geweld. “Perfect Victims” is dan ook geen comfortabel werk. Het houdt een spiegel voor, en niet iedereen zal zich erin willen herkennen. Maar wie die confrontatie aandurft, leest geen boek over Palestina alleen, maar over macht, perceptie en de ongemakkelijke eisen die we stellen aan degenen die het minst macht hebben.
Perfect Victims is te verkrijgen via Haymarket Books:
www.haymarketbooks.org/books/2499-perfect-victims
Nieuwe inzichten, kritische verhalen
Op vrheid.nl schrijven we over vrijheid, gelijkheid, klimaat en LHBTQ+ rechten. Altijd scherp, altijd onafhankelijk. Blijf ons volgen en mis niets!