Een grote kudde schapen die dezelfde kant op bewegen, met één schaap dat zich omdraait.
Tussen de massa die dezelfde richting volgt, kiest één schaap bewust een andere weg.

Menno ter Braak en de strijd tegen de kuddemens

Er zijn momenten in de geschiedenis waarop een stem zich niet slechts keert tegen machthebbers, maar ook tegen de gedachte dat macht überhaupt noodzakelijk zou zijn. In dat spanningsveld verscheen Menno ter Braak. Zijn werk ademt een diep wantrouwen tegenover elke orde die zich vanzelfsprekend acht en laat tussen de regels een houding voelen die zich niets laat voorschrijven – een geest die weigert zich te onderwerpen, zelfs aan de belofte van orde zelf.

Vanuit die radicale grondhouding begrijpen we beter waarom hij niet in een keurslijf te vangen is. Sommige figuren uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis laten zich niet in een hokje dwingen, en Ter Braak (1902–1940) is daar het zuiverste voorbeeld van. Zijn denken was geen afgeleide van een partijprogramma, geen nette annex bij een ideologie, maar een hardnekkige weigering om zich te laten reduceren. Hij leefde in een tijd waarin massale slogans, autoritair verlangen en volgzaamheid het publieke domein beheersten – een situatie die ons vandaag niet vreemd voorkomt in een wereld van sociale media, populisme en algoritmische beïnvloeding – en juist daar koos hij radicaal voor de autonomie van de geest.

Die keuze betekende ook dat hij niets moest hebben van systemen die troost beloofden. Voor hem telde enkel het persoonlijke geweten, de kwetsbare maar onontkoombare stem van het individu. Het is tekenend dat hij niet alleen fascisme en communisme aanviel, maar ook de gemakzucht van de burgerlijke democratie die zich behaaglijk in middelmatigheid nestelde. Zijn scherpe woord “kuddemens” was niet louter politiek bedoeld, maar diagnostisch: een culturele kwaal. Zo werden zijn polemieken een voortdurende aanval op lafheid en zelfbedrog.

Steun vrheid.nl op Substack

Democratie als laatste toevlucht

En toch: in de jaren dertig koos Ter Braak, ondanks zijn scepsis, voor de verdediging van de liberale democratie. Niet omdat hij haar liefhad, maar omdat er geen beter alternatief restte. Hij sprak ironisch van “de democratie van Colijn” – een systeem verre van verheven, maar wel de enige ruimte waar kunst, wetenschap en kritiek konden overleven. Democratie als noodvoorziening, als minimum – niet meer, maar ook niet minder.

Dat was geen capitulatie, maar een strategisch besluit. Voor Ter Braak was autonomie geen vaag ideaal, maar een concrete plicht. Het betekende: je niet laten vervangen door een collectief masker, maar telkens weer teruggrijpen op het eigen geweten – dat ene dat je nooit kunt uitbesteden, hoe groot de druk van partijdiscipline of massale navolging ook was.

Forum: vent boven vorm

Met zijn geestverwanten Edgar du Perron – de even compromisloze schrijver die met zijn scherpe pen koloniale hypocrisie en literaire pose ontmaskerde – en Maurice Roelants, de Vlaamse dichter en romancier die een meer literaire gevoeligheid inbracht, hij in 1932 Forum, het tijdschrift dat de Nederlandse literatuur een schok bezorgde. Hun adagium “vent boven vorm” was een oproep om de mens achter de woorden te laten spreken. Geen louter ornament, geen kunstige oefening in stijl, maar een confrontatie met het bestaan zelf. “De schoonheid als vaste vorm is dood,” schreef hij, waarmee hij het l’art pour l’art definitief afwees.

Het was een radicale stap. Literatuur moest het individu tonen dat zich niet verschuilt, maar de wereld tegemoet treedt met zijn volle wezen. Vandaar zijn bewondering voor Kafka, Multatuli en Nietzsche: schrijvers die lieten zien dat er geen neutrale kunst bestaat. Elke tekst is een belijdenis van een enkeling die weigert op te lossen in de massa.

Tegen de reductie van de geest

In zijn latere werk klinkt een onheilspellende waarschuwing. De technocratische en kapitalistische orde maakte van intellectuelen een “dienstbaar geworden intelligentsia”. Voor Ter Braak was dat geen economisch detail, maar een existentiële dreiging: de geest werd koopwaar. Hij doorzag al vroeg hoe de vrijheid van het Westen leeg kon raken, hoe monopolies en bureaucratieën de ruimte voor kritisch denken verstikten.

Die diagnose klinkt vandaag nog harder. Zijn vrees voor een “monopoliekapitalistische technocratie” herkennen we in digitale platformen, algoritmische sturing en de hunkering naar controle en efficiëntie. Conformisme verandert enkel van gedaante, maar het gevaar blijft hetzelfde.

De les van Ter Braak

Wat blijft er na tachtig jaar? Geen school, geen makkelijke slogan, maar een houding. Ter Braak dwingt ons te zien dat vrijheid nooit uitsluitend door instituties gedragen wordt. Vrijheid is een dagelijkse oefening: weigeren je te laten reduceren, weigeren je stem in te leveren.

Zijn zelfgekozen dood in 1940 was geen uiting van wanhoop, maar een laatste bevestiging van geestelijke integriteit. Hij koos liever voor het niets dan voor onderwerping. Zijn nalatenschap is geen opgeheven vingertje, maar een spiegel: systemen die beweren ons te beschermen, kunnen ons net zo goed reduceren.

Het Forum-motto blijft daarom brandend actueel: pas wanneer de mens terugkeert in literatuur, cultuur en politiek – niet als anonieme eenheid, maar als levende persoonlijkheid – ontstaat er ruimte voor echte vrijheid. Ter Braak nodigt ons uit die ruimte steeds opnieuw op te eisen. Niet door ons te voegen bij de meute, maar door onze eigen stem te laten horen, desnoods tegen de stroom in.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou