Dilan Yeşilgöz en Stephan van Baarle in debat over antisemitisme en integratie in de Tweede Kamer.
Dilan Yeşilgöz (VVD) en Stephan van Baarle (DENK) tijdens een fel debat in de Tweede Kamer over antisemitisme, integratie en polarisatie.

Framing en feitenvrij populisme

5 minutes, 52 seconds Read

Een debat in de Tweede Kamer tussen VVD-leider Dilan Yeşilgöz en Stephan van Baarle van DENK biedt een verhelderend — en bij vlagen schrijnend — inkijkje in hoe de Nederlandse politiek worstelt met beladen thema’s als antisemitisme en integratie. Wat begon als een inhoudelijke discussie, ontaardde al snel in een spervuur van halve statistieken, scherpe verwijten en ideologische schermutselingen.

Yeşilgöz opende met een stevig betoog waarin ze antisemitisme toeschreef aan drie ‘bronnen’: extreemrechts, extreemlinks, en delen van de islamitische gemeenschap. Ze positioneerde zichzelf als de politica die “de feiten durft te benoemen” — een bekende retoriek — maar haar gebruik van cijfers en voorbeelden riep eerder vragen op dan dat het overtuigde. Zo verwees ze naar onderzoek van het Pew Research Center1, waaruit zou blijken dat een aanzienlijk percentage Turkse en Marokkaanse Nederlanders een “ongunstig beeld” van Joden heeft. Daarnaast haalde ze een rapport2 aan over anti-LHBT-geweld in Amsterdam, waarin Marokkaanse jongeren oververtegenwoordigd zouden zijn. Opmerkelijk was hoe beide voorbeelden zonder duiding of achtergrond werden gepresenteerd, alsof context slechts bijzaak is.

Stephan van Baarle was er als de kippen bij om haar daarop aan te spreken. Volgens hem was dit een schoolvoorbeeld van stigmatiserend populisme: losse cijfers zonder kader, bedoeld om een groep in een kwaad daglicht te stellen. Hij ging zelfs zover om Yeşilgöz neer te zetten als een “VVD-variant van Geert Wilders”: dezelfde boodschap, alleen met een gladder randje. Volgens Van Baarle draaide het Yeşilgöz niet om oplossingen, maar om het in stand houden van angst en verdeeldheid — een scherpe, maar niet ondenkbare analyse.

Blijf op de hoogte van radicale stemmen en kritische publicaties – volg vrheid.nl op Substack.

Zijn kritiek snijdt hout. Wie stelt dat 78% van een groep een “ongunstig beeld” heeft van Joden, zonder uit te leggen wat dat precies inhoudt of hoe het onderzoek tot stand is gekomen, doet meer aan beeldvorming dan aan waarheidsvinding. Hetzelfde geldt voor het LHBT-geweld: dat er problemen zijn, ontkent niemand, maar het herhaaldelijk benoemen van afkomst zonder de sociaal-maatschappelijke context erbij te halen (denk aan uitsluiting, onderwijskansen, of discriminatie) is niet neutraal — het is framing in optima forma.

Van Baarle richtte zijn pijlen dan ook op de retoriek van de VVD, en vroeg zich hardop af of deze partij daadwerkelijk de samenleving wil verbinden. Hij wees erop dat antisemitisme en discriminatie heus niet exclusief zijn voor migranten, maar net zo goed leven onder autochtonen. Door telkens dezelfde groepen als probleem aan te wijzen, draagt Yeşilgöz — bewust of onbewust — bij aan een wij/zij-narratief dat de samenleving niet verder helpt.

Interessant genoeg krijgt het debat een extra laag door Yeşilgöz’ eigen achtergrond. Ze kwam in de jaren tachtig als kind naar Nederland, nadat haar vader, een linkse activist, Turkije moest ontvluchten. Dat ze nu als minister een discours voert dat migratie vaak als probleem portretteert, voelt voor sommigen wrang — bijna paradoxaal. Dezelfde open samenleving waarvan haar gezin destijds de vruchten plukte, lijkt nu volgens haar rigoureuzer te moeten optreden tegen nieuwe migranten. Of dit hypocrisie is of pragmatisme, daarover valt te twisten, maar het roept in elk geval vragen op over loyaliteit aan het verleden.

Queer is de Revolutie. Ruimte voor queer liefde en verzet: verhalen over gekozen families, solidariteit, zorg en rebellie. Liefde als krachtbron en strijdmiddel voor een vrijere wereld.

In haar verweer stelde Yeşilgöz dat het benoemen van problemen noodzakelijk is om tot oplossingen te komen — een standpunt dat op zichzelf weinig ophef veroorzaakt. Wat echter onderbelicht bleef, is hoe dat benoemen gebeurt. Problemen signaleren is één ding; ze versmallen tot etnische categorieën, zonder oog voor nuance of systeemoorzaken, is iets heel anders. Polarisatie ontstaat immers niet door het agenderen van kwesties, maar door de manier waarop dat gebeurt: scherp, eenzijdig, en zonder verbindende taal.

De tragiek van het debat is dat het aantoont hoe gedeelde zorgen — zoals antisemitisme en discriminatie — in politieke handen snel verworden tot strijdwapens. In plaats van gezamenlijk op zoek te gaan naar oorzaken en oplossingen, worden ze gebruikt om tegenstanders te beschadigen of electoraal te scoren. Yeşilgöz beroept zich graag op “onze normen en waarden”, maar het blijft wringen dat solidariteit en rechtvaardigheid — toch ook typisch Nederlandse waarden — vaak afwezig zijn in haar politieke praktijk.

De vraag die uiteindelijk blijft hangen: is de VVD werkelijk op zoek naar oplossingen, of gaat het vooral om het mobiliseren van onvrede onder kiezers? Voor wie opkomt voor rechtvaardigheid en sociale cohesie is het zaak om dit soort framing niet alleen te herkennen, maar ook actief te bevragen. Alleen dan kunnen we bouwen aan een samenleving waarin iedereen, ongeacht afkomst of achtergrond, zich gehoord en beschermd voelt.

Freedom for Palestine

Antizionisme is geen antisemitisme – de les van rabbijn Feldman

De rel rond zanger Douwe Bob toont pijnlijk aan hoe snel politieke retoriek kan ontsporen. Nadat hij besloot niet op te treden bij een door Joodse organisaties georganiseerd evenement, noemde VVD-leider Dilan Yeşilgöz zijn actie op sociale media “jodenhaat”. De term liet weinig ruimte voor nuance en leidde tot een golf aan bedreigingen, waardoor de zanger uiteindelijk zijn heil in het buitenland moest zoeken. Toen Yeşilgöz later werd aangesproken op haar toon, erkende ze dat haar tweet het gesprek niet verder hielp — maar excuses kwamen er niet. Sterker nog, ze bleef vasthouden aan haar redenering dat afwijzing van Israëlische betrokkenheid automatisch neerkomt op antisemitisme.

Deze gedachtegang is precies wat rabbijn David Feldman — een prominente antizionistische jood uit New York — met klem bestrijdt. In een recent interview stelde hij dat het gelijkschakelen van antizionisme met antisemitisme niet alleen feitelijk onjuist is, maar ook gevaarlijk. “Wanneer mensen die opkomen voor de onderdrukten worden weggezet als antisemieten,” aldus Feldman, “dan wordt een morele stem gesmoord, niet vanwege wat ze zeggen, maar vanwege wie ze bekritiseren.” Volgens hem raakt deze verwarring twee groepen even hard: Palestijnen die zich verzetten tegen onrecht, en joden die weigeren om hun religie te laten kapen door politieke ideologie.

Jodendom is een religie, zionisme een politieke beweging

Feldman maakt helder onderscheid: jodendom is een religie, zionisme een politieke beweging. De twee zijn niet hetzelfde — en dat verwarren is schadelijk. Hij vertelt hoe grote gemeenschappen van religieuze joden wereldwijd juist principieel tegen het zionisme zijn, niet ondanks hun geloof, maar erdoor geïnspireerd. “Wij hebben niets tegen het Palestijnse volk. We willen geen staat bouwen op de ruïnes van hun vrijheid. Dat verbiedt onze religie.” In Gaza werd Feldman als jood welkom geheten. Niet omdat hij zichzelf verloochende, maar omdat hij de moed had om tegen de bezetting te spreken.

Zijn boodschap is simpel: kritiek op de Israëlische staat, of op het idee van een zionistische natiestaat, is geen haat tegen joden. Het is politieke kritiek — legitiem, noodzakelijk en vaak geworteld in principes van mensenrechten en gerechtigheid. Wanneer politici als Yeşilgöz dat onderscheid niet maken, brengen ze meer schade toe dan ze wellicht bedoelen. Ze ontnemen activisten de ruimte om voor gerechtigheid op te komen, en ze belasten joden wereldwijd met een verantwoordelijkheid die velen van hen niet dragen en nooit hebben opgeëist.

Willen we écht een samenleving waarin ruimte is voor debat, kritiek en nuance? Of blijven we gemakzuchtig terugvallen op slogans die meer polariseren dan verklaren? Feldman laat zien dat het anders kan — en vooral: dat het anders móét.



  1. Pew Research Center (2008). Unfavorable Views of Jews and Muslims on the Increase in Europe. Geraadpleegd via www.pewresearch.org — Het rapport toont dat in sommige landen relatief hoge percentages respondenten uit bepaalde etnische of religieuze achtergronden negatieve opvattingen over Joden meldden. Het betreft echter internationale data uit 2008 en is niet direct representatief voor de Nederlandse context zonder verdere duiding. ↩︎
  2. Onderzoek door Laurens Buijs, Gert Hekma, en Jan Willem Duyvendak (2011) liet zien dat in Amsterdam Marokkaanse jongens tot 25 jaar oververtegenwoordigd zijn als verdachten in anti‑gay geweld — hoewel niet verdachten in absolute aantallen, waren zij in verhouding vaker betrokken, mede door sociaaleconomische en leefstijl‑factoren  ↩︎
Help ons groeien - deel dit bericht

Aanbevolen voor jou