Een kroniek van strijd, verzet en solidariteit – Argentinië aan het einde van de negentiende eeuw was een laboratorium van hoop en conflict. Terwijl elites hun fortuinen vergaarden met de export van vlees en graan, begonnen nieuwe stemmen van onderaf te fluisteren dat het ook anders kon: werkers die elkaar vonden in solidariteit, die zich verzetten tegen uitbuiting en die nieuwe vormen van samenleven uitprobeerden. In dat spanningsveld werd de FORA geboren.
Een land in beweging (eind 19e eeuw)
In dezelfde periode groeide Buenos Aires en andere steden explosief, maar voor de meeste arbeiders betekende dit vooral overvolle huurkazernes, gebrek aan schoon water en dagen van twaalf tot veertien uur werk in verstikkende werkplaatsen. Een groot deel van hen waren Spaanse en Italiaanse migranten die de oceaan waren overgestoken met dromen van voorspoed, maar die zich terugvonden in stoffige drukkerijen, lawaaierige havens en matig betaalde ambachten.
Ze zochten steun bij elkaar. Eerst in onderlinge hulpkassen en coöperaties, daarna in openlijkere eisen: kortere werkdagen, hogere lonen, een leven dat méér was dan louter overleven. In 1878 wisten de drukkers al een verkorte werkdag af te dwingen via staking, en rond 1900 klonk de roep om verandering overal. Stakingen vermenigvuldigden zich, alsof het land een hartslag had die sneller begon te slaan.
De machthebbers reageerden voorspelbaar: met knuppels, gevangenis en deportatie. Terwijl grootgrondbezitters en industriëlen zich ordenden in trotse verenigingen om hun privileges te bewaren, werden arbeiders met geweld teruggeduwd in de marge. Toch bleef ondergronds het idee groeien dat men samen sterker was, en dat de strijd een nationale stem moest krijgen.
De politieke context in Argentinië
De opkomst van de arbeidersbeweging vond plaats in een land dat politiek werd gedomineerd door een kleine oligarchie van grootgrondbezitters en industriëlen. Hun macht stoelde op een beperkte kieswet die grote delen van de bevolking buitensloot, en op een staatsapparaat dat sociale onrust vooral met geweld tegemoet trad. De radicale Partido Radical daagde dit systeem vanaf begin 20e eeuw uit met eisen voor algemeen kiesrecht en hervormingen, maar pas in 1912 kwam er met de Sáenz Peña-wet een stap richting bredere democratisering. Deze hervorming gaf meer Argentijnen stemrecht, maar de kloof tussen parlementaire politiek en de arbeidersbeweging bleef groot. Daar kwam bij dat Argentinië geregeld onder leiding stond van autocratische figuren en militaire regimes – zoals de dictatuur van José Félix Uriburu na de staatsgreep van 1930 – die de vakbeweging probeerden te breken of te corrumperen. Voor veel arbeiders werd dit een bevestiging dat men niet moest vertrouwen op beloften van bovenaf, maar op de kracht van hun eigen organisaties en vormen van directe actie.
Van eerste pogingen naar nieuwe richtingen
Op 1 mei 1890 – de allereerste Dag van de Arbeid in Argentinië – riepen verschillende groepen op tot de oprichting van een landelijke federatie. Nog datzelfde jaar ontstond de Federación de Trabajadores de la Región Argentina (FTRA), de eerste nationale koepel van arbeiders in Latijns-Amerika.
De FTRA koos voor petities en parlementaire middelen, maar de elite lachte erom. Toen de economie instortte, zakte de federatie weg in machteloosheid. Sommige leiders richtten in 1896 de Socialistische Partij op en bleven geloven in hervormingen via wetten en Congres.
Anderen namen een ander pad. Migranten als Errico Malatesta (Italië) en Antonio Pellicer Paraire (Spanje) brachten gedachten en strategieën mee die wezen naar directe actie: stakingen, boycots, de algemene werkonderbreking als wapen van de armen tegen de machtigen. Voor hen was de strijd niet iets dat aan parlementsbanken moest worden uitbesteed, maar iets dat in de straten en werkplaatsen zelf werd bevochten.
De oprichting van de FOA (1901)
In 1901 kwamen socialisten en radicalere stromingen nog eenmaal samen. Op een congres in Buenos Aires besloten vijftig afgevaardigden van 35 bonden tot de oprichting van de Federación Obrera Argentina (FOA).
Het was een keerpunt: voor het eerst kreeg de versnipperde arbeidersklasse een nationaal gezicht. De FOA organiseerde al snel de eerste algemene stakingen en liet zien dat de massa, als ze maar wilde, het land tot stilstand kon brengen.
Maar de verschillen bleven scherp. Sommigen wilden hiërarchie en parlementaire samenwerking, anderen eisten juist radicale decentralisatie en volledige autonomie. In 1902 viel de organisatie uiteen. De socialisten kozen hun eigen pad en richtten de UGT op. De anderen bleven, gaven in 1904 een nieuwe naam aan hun federatie – Federación Obrera Regional Argentina (FORA) – en verklaarden zo dat hun strijd niet om parlementen draaide, maar om een andere samenleving, geworteld in directe solidariteit en vrije organisatie.
Ideologische scheidslijnen
De beweging kende sindsdien drie grote stromingen:
- De socialisten, die de weg van de wet en het parlement volgden.
- De radicalen, die de staat afwezen en vertrouwden op directe actie, op zelforganisatie van onderaf.
- De syndicalisten, die pragmatischer waren en de vakbond als enige strijdinstrument zagen.
In 1915 scheurde de FORA zelf uiteen. Één vleugel hield vast aan de radicale lijn, de andere koos voor een syndicalistische koers. Verdeeldheid maakte de beweging kwetsbaarder – en de staat wist dat.
Repressie en bloedige confrontaties
De overheid greep telkens opnieuw naar geweld. De Ley de Residencia (1902) gaf haar de macht om buitenlandse activisten zonder proces het land uit te zetten, en menig demonstratie eindigde onder geweervuur. Toch lieten de arbeiders zich niet breken; de strijd groeide en vond zijn scherpste uitdrukking in enkele bloedige episodes die het collectieve geheugen tekenden.
De Semana Roja (1909) begon als een 1 mei-demonstratie maar eindigde in een slachting. Politiekogels velden tientallen arbeiders, en uit de woede die volgde barstte een weeklange algemene staking los.
Tien jaar later, tijdens de Semana Trágica (1919), sloeg een arbeidsconflict bij de Vasena-fabrieken om in een massale opstand. Het leger en rechtse knokploegen sloegen terug met dodelijk geweld: honderden levens werden verwoest.
Nog gruwelijker was de Patagonia Rebelde (1921–22), waar landarbeiders die enkel betere lonen eisten door soldaten werden geëxecuteerd – niet omdat ze een bedreiging vormden, maar omdat grootgrondbezitters en legerleiders koste wat kost de gehoorzaamheid wilden afdwingen in de eindeloze vlaktes van Patagonië.
Het bloed van deze dagen blijft een onuitwisbare vlek op de handen van staat en elite.
Een kind van migratie en internationale ideeën
De FORA was nooit enkel Argentijns. Spaanse migranten brachten de federatieve organisatievorm, Italianen als Malatesta en Pietro Gori inspireerden met hun vurige pleidooien voor directe actie, Duitsers brachten socialistische ideeën en banden met de Tweede Internationale. Later gaven Franse syndicalisten weer een eigen kleur aan de beweging. In zekere zin was de FORA een spiegel van de wereldwijde arbeidersstrijd, maar met een eigen Argentijns accent.

De erfenis van de FORA
Na 1922 verloor de FORA haar centrale rol. Syndicalisten richtten de Unión Sindical Argentina op, en in 1930 gingen verschillende stromingen samen in de CGT, de vakbond die tot op heden een machtsfactor in het land is.
De FORA bleef bestaan, kleiner en gemarginaliseerd, maar vasthoudend aan de principes van 1901: directe actie, zelforganisatie, internationale solidariteit. Niet als nostalgisch reliek, maar als herinnering dat er altijd een andere manier van samenleven mogelijk is.
Terugblik
De geschiedenis van de FORA toont dat arbeiders nooit stil bleven, zelfs niet onder knuppels, kogels en ballingschap. Het is een verhaal van hoop en verlies, van verdeeldheid en solidariteit.
Bovenal liet de FORA zien dat de arbeidersklasse geen stille massa was, maar een kracht die het land kon doen beven. Ze betaalde daar een zware prijs voor, maar de echo van die strijd klinkt nog steeds door – in vakbonden, in arbeidersliederen, en in kleine gemeenschappen die blijven vasthouden aan het idee dat vrijheid en rechtvaardigheid van onderop moeten worden gebouwd.