Een symptoom, geen incident – In Veendam zijn het gebouw van de Turkse vereniging en een naastgelegen moskee beklad met neo-nazistische leuzen. Wat op het eerste gezicht lijkt op een laffe daad van vandalisme, blijkt bij nadere beschouwing een uitwas van een dieper maatschappelijk probleem. Dit is geen losstaand geval – het past in een bredere trend waarin racistische en islamofobe uitingen steeds zichtbaarder worden én vaker zonder veel weerstand blijven.
Veendam is hierin helaas geen uitzondering. In heel Nederland zien we een groeiende ruimte voor extreemrechts gedachtegoed. Dat gebeurt niet alleen op online platforms of in demonstraties, maar ook aan de stembus. Politieke partijen met uitgesproken vijandige standpunten tegenover minderheden winnen terrein. Dat is geen toeval, en ook geen puur electorale dynamiek: het weerspiegelt een bredere maatschappelijke verschuiving.
Wanneer woorden deuren openen naar daden
De invloed van politiek discours valt hierin niet te onderschatten. Wanneer prominente stemmen zonder veel tegenspraak spreken over “islamisering” of het “terugveroveren” van Nederland, dan wordt daarmee een sfeer gecreëerd waarin extremistische daden minder verrassend worden. De bekladding in Veendam is daarvan een tastbaar gevolg – het is niet ontstaan in een ideologisch vacuüm.

Zo’n daad is het product van jarenlange normalisering van haat. Door de herhaling van vijandige boodschappen – in talkshows, in partijprogramma’s, in online bubbels – verschuift langzaam maar zeker de grens van wat acceptabel wordt gevonden. En ondertussen blijven de structurele oorzaken onbesproken.
Waarom wegkijken geen optie is
Er is een hardnekkige neiging om dit soort voorvallen te reduceren tot incidenten, gepleegd door ‘doorgeslagen individuen’. Maar dat is te makkelijk. Juist die minimalisering voedt het probleem: zolang we het systeem erachter niet benoemen, blijft het intact. Wat als uitzondering wordt gepresenteerd, is steeds vaker onderdeel van een patroon.
Ook de rol van de media is hier relevant. Vaak blijven dergelijke aanvallen beperkt tot korte berichtgeving, zonder context of verdieping. En zo vervaagt de ernst. Wat zou moeten schuren, wordt geruis.
Tijd voor actie, niet alleen verontwaardiging
De vraag is dus niet óf we moeten reageren, maar hóe. Solidariteit met de getroffen gemeenschappen is essentieel, maar moet verder gaan dan symbolische steun. Er zijn structurele keuzes nodig:
- Politieke verantwoordelijkheid: Partijen die haat voeden moeten worden aangesproken – niet alleen door tegenstanders, maar ook door media, kiezers en collega-politici.
- Lokale versterking: Op buurtniveau ligt een sleutel tot verandering. Waar mensen elkaar leren kennen, verdwijnt wantrouwen. Dialoogprojecten en gemeenschapsinitiatieven kunnen daarin veel betekenen.
- Onderwijs als basis: Racisme wortelt vaak in onwetendheid en een gebrek aan empathie. Onderwijs dat ruimte biedt voor kritische reflectie, geschiedenis en diversiteit is onmisbaar voor een weerbare samenleving.
Solidariteit in daden, niet alleen woorden
Wat in Veendam is gebeurd, vraagt om meer dan afkeuring. Het vraagt om collectieve bewustwording en inzet. De moslimgemeenschap – en de bredere Turkse gemeenschap – verdient zichtbare steun. Niet morgen, maar nu.
We staan op een kruispunt: kiezen we voor stilte en gewenning, of voor weerbaarheid en menselijkheid? Want hoewel deze aanval in één plaats plaatsvond, raakt ze het fundament van wat we als samenleving willen zijn. En dat is iets waar niemand zich aan mag onttrekken.