Demonstranten op de Dam met antiracisme-borden en een persoon die een Palestijnse sjaal draagt, tijdens een protest tegen haat en uitsluiting.
Demonstranten op de Dam spreken zich uit tegen racisme en haatcampagnes.

De mythe van links en rechts

In tijden waarin ieder kamp elkaar om de oren slaat met grote woorden, lijkt het alsof politiek draait om twee blokken die lijnrecht tegenover elkaar staan. Maar onder het rumoer schuilt iets anders: gewone mensen die zoeken naar grip, naar erkenning, naar een plek om bij te horen. Vanuit die menselijke laag kun je zien hoe wankel het links-rechtsverhaal eigenlijk is.

We doen al ruim twee eeuwen alsof politiek netjes in twee vakjes past: links en rechts. Die indeling ontstond in een rumoerige Franse vergaderzaal waar voorstanders van verandering links samenklonterden, dicht op elkaar op houten banken, terwijl de verdedigers van koning en adel zich rechts ophielden. De ruimte was een levendige chaos: geroep, geschuifel, warme zomerlucht die bleef hangen tussen hoge muren. Niets aan die scheiding was doordacht; het was een praktische reactie op macht en spanning. Wie het ancien régime wilde uitdagen, schoof op naar links. Wie de oude orde wilde beschermen, bleef rechts zitten. Uit die toevallige, bijna improviserende opstelling groeide een symboliek die we tot op de dag van vandaag gebruiken, alsof ze altijd al zo bedoeld was.

De essentiële theorie ontmaskerd

Veel mensen denken dat links en rechts voortkomen uit één diep principe: voor verandering of voor behoud, progressief of conservatief. Hyrum en Verlan Lewis, twee Amerikaanse politicologen laten zien hoe misleidend dat idee is. Zij noemen die essentie-fixatie politieke astrologie: elegant misschien, maar vooral verzonnen. Hun bevinding: het zijn sociale relaties, niet ideeën, die onze opvattingen vormen.

Steun vrheid.nl op Substack

Je ziet het in experimenten, in peilingen, in de geschiedenis. Mensen passen hun mening aan aan de groep waar ze zich thuis voelen. Niet andersom. Daarom winnen centrumlinkse partijen geen rechtse kiezers door ineens harder te bezuinigen of strenger te worden op migratie. Ze jagen vooral hun eigen achterban weg. De truc om alles op één links-rechts-as te koppelen werkt dus averechts. Er is simpelweg geen eeuwige kern die bepaalt wat “links” of “rechts” is.

Politiek tribalisme en groepsdynamiek

Politiek is minder filosofie en meer groepsgevoel. We sluiten ons aan bij een politieke ‘stam’ zoals we dat doen bij een buurtteam of een vriendengroep. Eerst hoor je erbij, daarna neem je de geluiden over.

Psycholoog Dan Kahan1 zegt het scherp: mensen steunen meestal de positie die hun band met hun groep versterkt. Dat bundelt standpunten tot herkenbare clusters die we links en rechts noemen. Maar dat patroon komt vooral uit sociale reflexen, niet uit een innerlijke ideologische blauwdruk.

In Nederland zie je dat duidelijk. Kiezers van PVV, JA21, BBB of FvD voelen zich structureel buitengesloten: zij vinden dat hun perspectief door de gevestigde politiek wordt genegeerd. Progressieve kiezers van GL-PvdA, PvdD, D66 of Volt zien juist een andere dreiging: ze maken zich zorgen over populisme, verharding en druk op de democratische rechtsstaat. Twee kampen, twee setjes angsten — beide deels gevormd door hun eigen politieke familie.

Polarisatie in Nederland

Affectieve polarisatie — de onderbuikreactie op andersdenkenden — is in Nederland wat toegenomen volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en andere onderzoekers. Maar vergeleken met veel Europese landen blijft het hier relatief mild. En misschien nog belangrijker: de schreeuwende randen verbergen een grote middengroep. Op de meeste onderwerpen denkt zo’n 60 tot 80 procent van de mensen minder uitgesproken dan je op basis van talkshows zou geloven. De extremen vallen vooral op omdat ze zo luid zijn.

Wat kunnen we doen?

Het is verleidelijk om iedereen die je online ziet schelden direct in het hokje “extreem rechts” te proppen — of “woke links”, aan de andere kant. Maar zulke labels maken het alleen giftiger. Het helpt meer om terug te keren naar de inhoud: benoem wat iemand werkelijk voorstelt in plaats van een stempel op de persoon te plakken. Zo wordt een gesprek weer mogelijk, zonder de loopgraven die etiketten oproepen.

Ook binnen je eigen politieke kring hoeft het niet altijd harmonieus te zijn. Spanning en verschil zijn geen zwaktebod; ze scherpen onze blik. Groepen die interne onenigheid toestaan, komen vaak tot betere, eerlijker oplossingen dan groepen die alles strak trekken uit angst voor verdeeldheid.

Daarnaast loont het om kritisch naar je eigen mediadieet te kijken. Polarisatie verkoopt, en algoritmes weten precies welke prikkels je vasthouden. Wie alleen zijn eigen bubbel ziet, gaat de wereld al snel als vijandig ervaren. Andere bronnen opzoeken helpt, en soms doet het nog meer om het nieuws even te laten voor wat het is. Aandacht is tenslotte ook een politieke keuze.

Als we de labels loslaten en per onderwerp kijken wat er werkelijk op het spel staat, wordt het gesprek opener. En eerlijker. De stille meerderheid laat al jaren zien dat nuance en samenwerking breed gedragen zijn. Daar zit de ruimte om uit het tribale frame te stappen — en om politiek weer iets menselijks te geven.

  1. Dan Kahan is een Amerikaanse rechtspsycholoog verbonden aan Yale Law School. Hij onderzoekt hoe culturele identiteit, groepsloyaliteit en sociale status onze omgang met feiten en risico’s beïnvloeden. Kahan liet onder meer zien dat mensen informatie niet beoordelen op waarheid, maar op wat hun positie binnen de eigen groep bevestigt. Zijn werk over cultural cognition toont hoe politieke stammen zelfs eenvoudige data verschillend interpreteren wanneer die data botsen met hun groepswaarden. Hierdoor worden maatschappelijke discussies over klimaat, volksgezondheid, geweld of ongelijkheid vaak niet bepaald door kennis, maar door de behoefte om bij ‘je eigen mensen’ te blijven. ↩︎

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou