Twee mannen houden elkaars hand vast op een drukke straat in Amsterdam.
Twee mannen hand in hand in de openbare ruimte, zichtbaar zonder uitleg.

De closet als machtsstructuur

In Amsterdam kun je hand in hand lopen zonder om te kijken. Meestal. Die vrijheid voelt vanzelfsprekend, bijna onzichtbaar, tot je haar naast andere plekken legt — of naast andere tijden. Dit essay begint bij Thomas Mann, in het burgerlijke Duitsland van de vroege twintigste eeuw, en eindigt in het Rusland van nu. Niet om alles gelijk te trekken, maar om een hardnekkige vraag zichtbaar te maken: wie mag zichtbaar zijn zonder straf, en wie wordt tot stilte gedwongen — soms beleefd, soms met geweld.

Mann behoort tot die schrijvers die niet zwijgen, zelfs wanneer hun leven daartoe dwong. Zijn werk staat strak van de spanning tussen verlangen en verwachting, tussen wat geleefd wordt en wat getoond mag worden. Die spanning is vandaag opnieuw voelbaar, nu queer levens weer openlijk worden geproblematiseerd, geconditioneerd, teruggeduwd.

Het leven en werk van Mann zijn geen afgesloten hoofdstuk. Ze functioneren als spiegel voor hoe samenlevingen omgaan met queer-identiteiten wanneer tolerantie ophoudt en discipline begint. Burgerlijke cultuur presenteert zichzelf graag als beschaving, maar draait op selectie. Ze beloont het passende leven — huwelijk, gezin, carrière — en straft alles wat daarbuiten valt met roddel, uitsluiting, economische onzekerheid of eenzaamheid. Moraliteit wordt zo een toegangskaart. Afwijking een risico.

Steun vrheid.nl op Substack

Terwijl in veel West-Europese steden de regenboogvlag wappert als bewijs van vooruitgang, verschuift elders — en soms op dezelfde plekken — de toon. Wat eerst werd gedoogd, wordt opnieuw gereguleerd. Wat zichtbaar was, moet weer verdwijnen. In schoolbesturen die neutraliteit eisen. In werkgevers die diversiteit omarmen zolang niemand lastig wordt. In politici die vrijheid prijzen, maar alleen voor wie zich voegt.

Mann leefde midden in zo’n regime van weten en zwijgen, in het Duitsland van het fin de siècle en de vroege twintigste eeuw: keizerlijk, burgerlijk, strak gemoraliseerd. Hij bewoog zich tussen Lübeck, München en Berlijn — steden waar cultuur bloeide en afwijking scherp werd bewaakt. Mann was een cultureel instituut, nationaal gevierd. Juist daarom was zijn homoseksualiteit onbespreekbaar. Zijn verlangens mochten alleen bestaan in dagboeken die pas decennia later verschenen, of in literaire figuren die leden, faalden of stierven. Schrijven werd zijn schuilplaats. Niet uit romantiek, maar uit noodzaak.

Homoseksualiteit gold als iets wankels, iets ziekelijks, dat gecorrigeerd moest worden met discipline, zelfbeheersing of een verstandig huwelijk. Dat was niet alleen moreel, maar ook economisch. Burgerlijke normaliteit is een arrangement. Wie afwijkt, verliest kansen, netwerken, bestaanszekerheid. Kapitalisme houdt van voorspelbaarheid: huishoudens die passen, werknemers zonder frictie, lichamen die zich voegen naar productie en gezin. De closet is daarmee niet alleen een morele kast, maar ook een sociale werkplaats.

Die logica is niet verdwenen. Ze heeft andere woorden gekregen. Ook in Nederland en Europa wordt queer bestaan langs de meetlat van respectabiliteit gelegd. Zolang het herkenbaar, beleefd en economisch nuttig blijft, mag het meedoen. Maar zodra queer leven schuurt — bij armoede, racisme, migratie, transzorg, sekswerk of politiegeweld — kantelt de toon. Dan heet het polariserend. Onhandig. Te veel.

Die gematigdheid is geen onschuldige stijlkeuze. Ze werkt als filter. Wie zich kan aanpassen krijgt ruimte; wie dat niet kan of wil, verliest zichtbaarheid, subsidies, podia of veiligheid. Zo ontstaat een zachte versie van de closet: niet afgedwongen met gevangenisstraf, maar met beleefdheid, procedures en voorwaarden.

Juist daarom is het relevant om te benoemen dat het ook anders kan. In Nederland is de leider van D66, Rob Jetten, openlijk homoseksueel en verloofd met zijn partner — een feit dat in de binnenlandse politiek zelden als wapen wordt gebruikt. Niet als schandaal. Niet als breekpunt. Dat is geen detail, maar een historisch verschil. Het laat zien dat zichtbaarheid in een parlementaire democratie ook gewoon kan bestaan, zonder dat iemands privéleven automatisch verdacht wordt gemaakt.

Maar die ruimte is kwetsbaar, en ze staat onder druk. Forum voor Democratie maakt al jaren politiek van wat zij ‘LHBT-propaganda’ en ‘woke-indoctrinatie’ noemt, vooral rond scholen en kinderen. In dat frame is queer bestaan geen realiteit van mensen, maar een gevaar dat buiten de klas gehouden moet worden. In 2024 oordeelde het Openbaar Ministerie dat twee FvD-campagnevideo’s strafbaar waren omdat zij lhbtiq+-contexten koppelden aan termen als ‘indoctrinatie’, ‘seksualisering’ en ‘verminking’. Zo werkt anti-queer politiek: niet door te zeggen wij haten, maar door zichtbaarheid te hernoemen tot bedreiging.

FvD staat daarin niet alleen. Wat hier zichtbaar wordt, is geen kopie van Russische wetgeving, maar een gedeelde politieke logica. Waar Rusland deze ideeën afdwingt via strafrecht en staatsmacht, verpakt FvD ze in parlementaire taal, campagnes en cultuurstrijd. Zachte macht hier, harde macht daar — met dezelfde inzet: queer zichtbaarheid moet worden ingedamd.

In heel Europa circuleert een bredere anti-gender-politiek die spreekt over ‘genderideologie’ alsof het een complot is. Seksuele voorlichting, transzorg en queer representatie worden neergezet als aanval op ‘kinderen’ en ‘familie’. Het is een exportproduct van een reactionaire wereldvisie, verspreid via partijen, denktanks, kerken en online media. Ze koppelt conservatieve moraal aan autoritaire verleiding: wie de samenleving wil ‘herstellen’, begint bij het disciplineren van lichamen en het terugduwen van verschil uit het zicht.

De literatuurwetenschap heeft deze spanning later scherp benoemd. De closet is geen individuele keuze, maar een politiek regime. Een systeem waarin queer verlangens tegelijk bekend en onuitspreekbaar zijn. Iedereen weet dat ze bestaan, maar openheid heeft een prijs. Zwijgen wordt zo een overlevingsstrategie die door macht wordt afgedwongen.

Manns romans laten zien wat die dwang aanricht. Verlangen verdwijnt niet wanneer het wordt onderdrukt; het verplaatst zich. Het nestelt zich in schaamte, obsessie en sublimatie. Deze teksten zijn geen romantische tragedies, maar documenten van een leven dat niet ten volle geleefd mocht worden.

Dat maakt Mann pijnlijk actueel. Niet omdat de geschiedenis zich herhaalt, maar omdat dezelfde machtslogica telkens nieuwe gedaantes aanneemt. Wat toen werd afgedwongen via moraal en medische taal, keert nu terug via wetgeving, veiligheid en nationale identiteit.

Kijk naar Rusland. Daar is deze logica opgevoerd tot staatspraktijk. Wat begon als een verbod op zogenoemde ‘propaganda van niet-traditionele relaties’ groeide uit tot een instrument om queer bestaan uit het publieke leven te drukken. Media, uitgevers en platforms worden beboet omdat ze weigeren te censureren. Technologiebedrijven kregen miljoenenboetes omdat ze lhbtiq+-content toegankelijk hielden — niet omdat die opriep tot actie, maar omdat ze liet zien dat queer mensen bestaan.

In november 2023 ging de Russische staat verder. Het Hooggerechtshof bestempelde de fictieve internationale LGBT-beweging als extremistisch. Daarmee werd niet een organisatie verboden, maar een identiteit verdacht verklaard. Solidariteit, symboliek en zichtbaarheid kwamen juridisch in de buurt van criminaliteit. Het gevolg is sociale verlamming: organisaties ontbinden zichzelf, culturele instellingen schrappen programma’s, mensen verdwijnen uit het zicht. Nationalisme, orthodoxie en staatsmacht versterken elkaar hier openlijk.

Diezelfde logica duikt ook op binnen Europese democratieën, zij het in mildere bewoordingen. In Nederland gebeurt dat via parlementair discours, morele paniek en conditionele acceptatie. Dat maakt het niet onschuldig, maar juist verraderlijk. Waar Rusland repressie afdwingt via wet en straf, wordt hier de publieke ruimte alvast moreel heringericht — door twijfel te zaaien, zichtbaarheid verdacht te maken, acceptatie te koppelen aan gehoorzaamheid.

Zo ontstaat een continuüm: van burgerlijke discipline via zachte uitsluiting tot openlijke staatsrepressie. Niet als import uit Moskou, maar als gedeelde ideologische taal die door Europa circuleert. Anti-gender-retoriek is geen randverschijnsel, maar een strategisch middel om macht te organiseren, solidariteit te breken en emancipatie terug te draaien — stap voor stap, woord voor woord.

In dat licht krijgt Manns werk een politieke lading die verder gaat dan literatuur. Zijn romans tonen wat er gebeurt wanneer een samenleving verschil niet verdraagt, maar ook niet volledig kan uitwissen. Creativiteit wordt dan geen luxe, maar een overlevingskanaal.

Mann spreekt ons niet toe als moreel voorbeeld. Zijn leven laat zien wat het kost wanneer queer mensen alleen worden geaccepteerd zolang ze zichzelf verbergen. Zijn werk herinnert ons eraan dat tolerantie zonder gelijkwaardigheid leeg is, en dat respectabiliteit vaak een andere naam is voor gehoorzaamheid.

Ook in Amsterdam. Waar vrijheid vaak wordt gemeten aan hoe weinig gedoe iets oplevert. Waar zichtbaarheid wordt getolereerd zolang ze past binnen het beeld van vooruitgang, ondernemerschap en rust. Maar vrijheid die alleen geldt zolang niemand stoort, is geen vrijheid. Mann leert ons dat zwijgen zelden vrijwillig is, en dat bescherming vaak discipline vermomt. Wie vrijheid serieus neemt, kan niet volstaan met inclusie binnen bestaande kaders. Die vrijheid vraagt om aanwezigheid zonder voorwaarden — niet stiller, niet netter, niet beter passend, maar zichtbaar, ongehoorzaam en volwaardig.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou