Standbeeld van koning Leopold II in Brussel met rode verf op de handen, symbool van koloniale misdaden.
Het standbeeld van koning Leopold II in Brussel, beklad met rode verf op de handen, symboliseert de gruwelijke uitbuiting van Congo tijdens zijn bewind.

Leopold II en Congo

België’s verwoestende koloniale verleden

In de zomer van 2020, na de moord op George Floyd in de Verenigde Staten, gingen wereldwijd mensen de straat op tegen racisme en politiegeweld. Ook België werd opnieuw gedwongen naar zichzelf te kijken. Niet alleen naar het racisme van nu, maar ook naar het koloniale geweld waarop een deel van zijn rijkdom is gebouwd.

Standbeelden van koning Leopold II werden beklad met woorden als assassin, racist en murderer. Voor sommigen was dat vandalisme. Voor anderen was het eindelijk een eerlijker onderschrift bij een monument dat nooit neutraal is geweest. Want wie Leopold II eert zonder Congo te noemen, wist de geschiedenis uit van miljoenen Congolezen die onder zijn bewind werden uitgebuit, verminkt en gedood.

Congo als persoonlijk bezit

Tussen 1885 en 1908 regeerde Leopold II over Congo-Vrijstaat, niet als gewone kolonie van België, maar als zijn persoonlijke bezit. Congo werd leeggeroofd voor rubber en ivoor. De winst stroomde naar Europa. De prijs werd betaald door Congolezen.

Steun vrheid.nl op Substack

Onder Leopolds bewind werden mensen gedwongen tot arbeid onder extreem geweld. Dorpen moesten rubberquota halen. Wie dat niet deed, riskeerde marteling, gijzeling, uithongering of verminking. Het afhakken van handen werd een gruwelijk symbool van een systeem waarin Congolese levens minder telden dan Europese winst.

Miljoenen Congolezen stierven door dwangarbeid, honger, ziekte en terreur. Dit was geen ontsporing van het koloniale systeem. Dit wás het koloniale systeem: macht, bezit en geweld, georganiseerd rond de extractie van grondstoffen.

Belgische rijkdom, Congolees bloed

De uitbuiting van Congo bleef niet beperkt tot de periode van Leopold II. Ook na 1908, toen Congo officieel een Belgische kolonie werd, bleef het land een bron van grondstoffen, goedkope arbeid en immense winsten.

Bedrijven als Union Minière du Haut-Katanga speelden daarin een centrale rol. Koper, kobalt en uranium werden uit Congolese bodem gehaald en voedden Belgische bedrijven, Europese industrie en internationale machtsprojecten. Congolese rijkdom werd omgezet in Belgische gebouwen, infrastructuur, aandeelhouderswaarde en nationale trots.

Dat is de kern van kolonialisme: niet alleen overheersing, maar overdracht. Grondstoffen, arbeid en toekomst werden uit Congo weggezogen en elders opgebouwd als welvaart. Wat in België vooruitgang heette, betekende in Congo vaak dwang, ontwrichting en verlies.

Koloniale ondernemingen functioneerden soms als een staat binnen de staat. Ze bepaalden waar mensen woonden, werkten, leerden en leefden. Arbeiders werden niet alleen economisch uitgebuit, maar sociaal gecontroleerd. Van geboorte tot dood greep het koloniale systeem in het leven van Congolezen in.

De lange schaduw van Leopold II

De erfenis van Leopold II is niet verdwenen omdat de koloniale vlag is gestreken. Ze leeft voort in monumenten, straatnamen, musea, schoolboeken en stiltes. Ze leeft ook voort in de ongelijkheid tussen België en Congo, en in het racisme waarmee mensen van Afrikaanse afkomst in België nog altijd te maken krijgen.

Daarom gaat de discussie over standbeelden niet alleen over steen of brons. Ze gaat over macht. Wie krijgt een sokkel? Wie krijgt een voetnoot? Wie wordt herdacht als bouwer van de natie, en wie verdwijnt als slachtoffer van die bouw?

België heeft stappen gezet om dit verleden te onderzoeken. Er kwam parlementair onderzoek naar het koloniale verleden en de doorwerking daarvan. Er wordt gesproken over erkenning, excuses, teruggave van geroofde kunst en mogelijk herstel. Maar erkenning zonder gevolgen blijft dun. Een land kan niet zeggen dat het spijt heeft en tegelijk de structuren laten staan die uit dat geweld zijn voortgekomen.

Veel bedrijven die direct of indirect profiteerden van koloniale uitbuiting hebben hun rol nog altijd niet volledig onder ogen gezien. Ook daar ligt verantwoordelijkheid. Niet alleen bij koningen en politici, maar ook bij ondernemingen, banken, musea en families die vermogen opbouwden uit Congolese arbeid en grondstoffen.

Herstel vraagt meer dan spijt

De vraag is niet alleen wat België zich herinnert. De vraag is ook wat België bereid is terug te geven. Herstel begint bij waarheid, maar eindigt daar niet. Het vraagt onderwijs dat kolonialisme niet behandelt als bijzaak, maar als fundament van Europese rijkdom. Het vraagt musea die niet langer spreken namens de geroofden, maar ruimte maken voor Congolese stemmen. Het vraagt archieven die open gaan, kunst die wordt teruggegeven, bedrijven die hun winsten en verantwoordelijkheden onderzoeken, en politieke keuzes die ongelijkheid niet blijven verpakken als toeval.

Standbeelden verwijderen of verplaatsen kan een begin zijn. Maar een sokkel leegmaken is nog geen rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid vraagt dat België erkent hoe diep koloniale uitbuiting verweven is met zijn nationale verhaal. Niet om schuld als erfstuk door te geven, maar om verantwoordelijkheid eindelijk serieus te nemen.

Want Congo was geen voetnoot bij de Belgische geschiedenis. Congo was een voorwaarde voor Belgische rijkdom. En zolang die waarheid wordt verzacht, weggemoffeld of uitgesteld, blijft het verleden niet achter ons. Dan staat het gewoon midden op het plein.

Aanbevolen voor jou