De laatste getuigen het zwijgen opgelegd – Er hangt een stilte over Gaza die onnatuurlijk voelt. Niet de stilte van vrede, maar die van een plek die wacht op haar laatste slag. Straten die ooit markten waren, liggen als open wonden. Huizen zijn niet langer huizen; ze zijn contouren in stof. En nu — bijna onopgemerkt — verdwijnen ook de stemmen die deze werkelijkheid nog durfden beschrijven.
Anas al-Sharif, misschien wel de bekendste verslaggever van Gaza, is dood. Niet om wat hij deed op een slagveld, maar om wat hij deed met woorden. Zijn dood is geen ongeluk. Het past in een patroon dat te precies is om toeval te zijn: het doden van de laatste mensen die de waarheid nog konden vertellen.
De cijfers spreken alsof het om statistiek gaat, maar elk getal is een straat, een gezin, een geschiedenis. Satellietbeelden van nog maar een maand geleden laten zien dat Rafah voor 89% in puin ligt. In het noorden: 84%. Gaza-Stad: 78%. Ongeveer zeventig procent van alle gebouwen is nu onbewoonbaar. En dat is slechts wat de camera’s zien; ingestorte muren die nog overeind lijken te staan, tellen niet mee.
De leugen van ‘nieuwe bezetting’
Premier Netanyahu zegt dat Israël Gaza “volledig zal bezetten”, alsof dit iets nieuws is. In werkelijkheid is Gaza nooit vrij geweest. Sinds 2005 verdwenen de grondtroepen uit het straatbeeld, maar niet de controle. Grensposten, luchtruim, zee, bevolkingsregister, zelfs de radiosignalen — alles bleef in Israëlische handen. Wat nu als invasie wordt verkocht, is gewoon de laatste fase van een belegering die al twintig jaar duurt, met telkens nieuwe slachtingen als tussenstop.
Het plan: leegmaken
Driekwart van Gaza is al in directe militaire handen. Voor de anderhalf miljoen mensen in Gaza-Stad, de centrale kampen en Muwasi zijn er ‘veilige zones’, zegt men. Maar de geschiedenis van die zones is geschreven in bomkraters. Er is geen plek die veilig is. Ondertussen trekt de honger als een tweede leger door de straten. De VN noemt het “het worst-case scenario” — alleen is dit geen voorspelling meer. Het ís de werkelijkheid.
Israëlische ministers spreken het hardop uit: wie overleeft, wordt samengedreven in een zogenoemde humanitaire stad. Voormalig premier Olmert noemde het eerlijk: een concentratiekamp. En wie weigert, verdwijnt. Het doel is simpel: Gaza leeg, zodat er gebouwd kan worden voor anderen — het logische eindpunt van het imperialistische project dat Israël altijd geweest is.
Een journalist die tot het eind sprak
Anas al-Sharif waarschuwde tot zijn laatste dag. Hij had al te veel collega’s zien verdwijnen: soms in een wolk stof, soms stil onder het puin. In een open brief schreef hij: “Silence is complicity.” Enkele uren later werd hij zelf geraakt door een Israëlische luchtaanval op een perskamp bij het al-Shifa-ziekenhuis.
Zijn laatste boodschap was geen politieke speech, maar een nalatenschap. Hij sprak over zijn kinderen, zijn vrouw, zijn moeder, over het volk dat hij liefhad. Hij vroeg de wereld slechts één ding: vergeet Gaza niet. En vandaag zijn wij het die vragen: vergeet Anas al-Sharif niet.
Karaktermoord na de fysieke moord
Israël zette Anas al‑Sharif in de publieke opinie weg als terreurverdachte. Direct na de luchtaanval noemde het Israëlische leger hem een “Hamas-terrorist” die zich voordeed als Al‑Jazeera-verslaggever, met verwijzingen naar vermeende documenten — zoals trainingslijsten en salarisspecificaties — om de link te staven. Al Jazeera verweet die etikettering van “ongefundeerd” en sprak van een “doelgerichte moordaanslag”. Mensenrechtenorganisaties zoals CPJ, RSF en de VN‑rapporteur Irene Khan waarschuwden dat zulke lastercampagnes, voorafgaand aan gerichte uithandels, een patroon vormen van “smear and kill”— een strategie om vrije pers monddood te maken.
Wat nu?
De vraag is niet of wij zo moedig zouden zijn in zijn plaats. Dat weten we niet. De vraag is waarom wij, veilig achter schermen en grenzen, zo vaak niets zeggen. Onze regeringen bewapenen en financieren de machines die deze verwoesting uitvoeren. Stilte is geen middenweg. Stilte is meedoen.
Wie Anas al-Sharif wil eren, doet dat niet met een minuut stilte, maar met geluid. Geluid dat vertelt over de misdaden in Gaza. Geluid dat niet wegsterft, maar blijft dringen tot de blokkade verdwijnt, de bezetting stopt en gerechtigheid werkelijkheid wordt.
Geschiedenis schrijft altijd twee lijsten: die van de daders, en die van de toeschouwers. En aan geen van beiden zullen wij het vergeven.
.