Amerikaans vliegdekschip vaart op volle zee onder een dreigend rode lucht tijdens operatie nabij Venezuela
Het vliegdekschip USS Gerald R. Ford ingezet in de Caraïben als onderdeel van Trumps militaire druk op Venezuela

Een epidemie als excuus voor vijanddenken

President Donald Trump en vice-president J.D. Vance hebben de Amerikaanse opioïdencrisis aangegrepen als een kans om de schuld buiten de landsgrenzen te leggen. In hun retoriek zijn het ‘narcoterroristen’ die Amerika bestoken met fentanyl – een vergif, zeggen ze, dat doelbewust op Amerikanen wordt losgelaten. Daarbij wordt vooral gewezen naar buitenlandse drugskartels, met een opvallende focus op Venezuela. In plaats van de crisis als een binnenlandse gezondheidskwestie te behandelen, presenteren ze het als een opzettelijke aanval door een vijandige staat. Vance, met zijn kenmerkende bravoure, stelde zelfs dat het ‘doden van kartelleden’ een nobele taak voor het leger is. Zo ontstaat een simplistisch vijandbeeld waarin complexe sociale oorzaken worden ingeruild voor zwart-witdenken.

Dat narratief houdt echter geen stand bij de feiten. Fentanyl, de spil van deze crisis, komt grotendeels via de Mexicaanse grens het land binnen. Venezuela speelt daarin nauwelijks een rol, zo blijkt uit Amerikaanse inlichtingenrapporten. Toch blijft Trump deze natie aanwijzen als spil in een vermeend complot – een afleidingsmanoeuvre van binnenlandse boosdoeners zoals Big Pharma en beleidsfalen. Historicus Timothy Snyder noemt dit een ‘groteske fictie’, een mythe om geweld te rechtvaardigen – zoals vaker gebeurde voor Amerikaanse interventies met rampzalige afloop.

Executies op zee, zonder proces

Vanaf september 2025 is de retoriek omgeslagen in militair handelen. Kleine boten op open zee – vaak nabij Venezuela – worden zonder waarschuwing aangevallen. De officiële reden: drugsbestrijding. Maar de realiteit? Ten minste 61 doden, geen rechtsgang, geen bewijs van smokkel. Eén video toont een raketinslag op een vissersboot; de opvarenden zijn letterlijk weggevaagd. In een ander geval werd een Colombiaanse visser, Alejandro Carranza, gedood – zonder enige link met de drugshandel.

Steun vrheid.nl op Substack

Reacties bleven niet uit. De Democratische senator Ruben Gallego noemde het ‘gerechtelijke moord’, terwijl de Republikeinse senator Rand Paul sprak van ‘buitengerechtelijke executies’. Beide wijzen op het ontbreken van aanklachten, bewijzen of transparantie. Juridische experts benadrukken dat de Verenigde Staten formeel geen oorlog voeren tegen deze personen, en dus geen aanspraak kunnen maken op het oorlogsrecht of het recht op zelfverdediging onder internationaal recht. Het labelen van drugskartels als ‘terroristische organisaties’ verandert daar niets aan. Terroristische groeperingen opereren doorgaans vanuit een ideologische of politieke agenda gericht op het zaaien van angst. Kartels daarentegen zijn criminele netwerken die primair uit zijn op winst via illegale handel. Jurist John B. Bellinger verwoordt het kernachtig: “Ze willen geld, geen angst zaaien.”

Trump beweert daarentegen dat het hier om een aanval op de natie gaat, aangestuurd door Maduro’s regime. Op basis daarvan riep hij een nationale noodtoestand uit, die hem zonder Congrescontrole toestemming zou geven tot geweld. Zijn partij blokkeerde pogingen om die bevoegdheden aan banden te leggen. Intussen zijn Amerikaanse vliegdekschepen paraat in het Caribisch gebied – het grootste militair machtsvertoon daar sinds 1989.

Oorlogsretoriek in overdrive

De taal van de Amerikaanse regering liegt er niet om. De term ‘narcoterrorist’ doet denken aan Al Qaida – een bewuste keuze. Minister van Defensie Pete Hegseth verklaarde: “We behandelen ze zoals we terroristen behandelen: vinden en vernietigen.” Trump zelf was nog directer: “We gaan ze doden. Zo simpel is het.” Zulke uitspraken laten niets aan de verbeelding over. Dit is geen politiewerk, het is een vorm van misdadige executie, verhuld als misdaadbestrijding.

Vance voegde daar zijn eigen kleur aan toe: kritiek op mogelijke oorlogsmisdaden deed hij af met een grofgebekte onverschilligheid. De tegenstanders van hun beleid zijn in hun ogen mensen die zich druk maken om definities, niet om veiligheid. En dus worden bootbewoners ‘illegale strijders’, mensen zonder rechten. De echo’s van de War on Terror zijn onmiskenbaar: een juridisch vacuüm waarin alles mag – zolang men de vijand maar een naam geeft.

De wereld ziet echter iets anders. Waar Trump spreekt van ‘kinetische acties’, zien anderen luchtaanvallen op vissersboten. Wat als strijd tegen drugs wordt verkocht, lijkt in de praktijk eerder een test van hoe ver het geweldsmonopolie kan reiken. Een gevaarlijke framing, want ze vervaagt de grens tussen binnenlandse problemen en buitenlandse conflicten.

Oude patronen, nieuwe verpakking

Trumps strategie is niet nieuw. Neem het voorbeeld van president James K. Polk in 1846: hij stuurde opzettelijk Amerikaanse troepen naar een omstreden grensgebied tussen Texas en Mexico, wetende dat dit een militaire reactie van Mexico zou uitlokken. Toen die reactie kwam, presenteerde Polk dit als een niet-uitgelokte aanval op Amerikaans grondgebied – een aanleiding om het Congres tot oorlog te bewegen. De daaropvolgende Mexicaans-Amerikaanse Oorlog resulteerde in een enorme gebiedsuitbreiding voor de VS, waaronder de annexatie van Californië en het zuidwesten van het huidige Amerika. Of aan Lyndon Johnson, die een gefabriceerd incident in de Golf van Tonkin gebruikte om Vietnam binnen te vallen. Of Bush junior, die het spook van massavernietigingswapens opriep om Irak aan te vallen. Steeds was er een leugen, steeds een vijand die als bedreiging werd gepresenteerd om militair optreden te legitimeren.

Ook nu zien we dat patroon. De opioïdencrisis – een van de grootste volksgezondheidsrampen in de recente Amerikaanse geschiedenis – wordt herverpakt tot oorlogstaal. Wat begon als een medische kwestie, met artsen die op advies van farmaceutische bedrijven massaal pijnstillers als OxyContin voorschreven, met meer met winst als primair doel, escaleerde tot een epidemie van verslaving. Duizenden mensen raakten afhankelijk, vaak na een operatie of blessure, en belandden uiteindelijk bij goedkopere middelen als heroïne en fentanyl. Falend toezicht, agressieve marketing door Big Pharma en een gebrek aan toegankelijke verslavingszorg maakten de crisis alleen maar erger. Families zijn uit elkaar gevallen, hele gemeenschappen verwoest. In plaats van empathie en zorg overheerst nu de retoriek van straf en militair ingrijpen. Wat rest is een geconstrueerde vijand die gebombardeerd moet worden – een frame waarin geweld als afleiding dient voor structureel falen.

Imperiale belangen onder de vlag van drugsbestrijding

Wat hier op het spel staat, is meer dan drugs. Het gaat om geopolitiek – en om grondstoffen. Venezuela beschikt over ‘s werelds grootste bewezen oliereserves, en dat maakt het land al decennia strategisch interessant voor de Verenigde Staten. Washington heeft zich in het verleden herhaaldelijk bemoeid met regimes in olierijke landen, vaak onder het mom van democratisering of veiligheid. Venezuela is al jaren een doorn in het oog van het Witte Huis, mede vanwege de nationalisering van zijn olie-industrie onder Hugo Chávez en het voortzetten daarvan door Nicolás Maduro. Sancties, economische isolatie en nu – misschien – militaire actie passen in een patroon van druk om de controle over deze hulpbronnen terug te winnen. De inzet van een vliegdekschip, special forces in de regio, het wijst allemaal op meer dan symboliek. De war on drugs dient hier als dekmantel voor bredere imperiale belangen.

En dat is gevaarlijk. Want als een president zonder mandaat geweld kan gebruiken tegen wie hij maar tot vijand verklaart, is de democratische controle zoek. Senator Rand Paul waarschuwde al dat dit precedent elk Amerikaans burger zou moeten verontrusten. Vandaag zijn het vermeende smokkelaars, morgen journalisten, activisten, landen.

Intussen groeit de bezorgdheid in de regio. Buurlanden vrezen overspill, de Caribische Gemeenschap (CARICOM) dringt aan op vrede. Venezuela zelf mobiliseert. Niemand gelooft nog dat dit louter over fentanyl gaat. De oorlogstaal verraadt de ambitie.

De waarheid is het eerste slachtoffer

Wat begon als een binnenlands gezondheidsprobleem is uitgegroeid tot een narratief dat militair geweld legitimeert. De opioïdencrisis – pijnlijk en reëel – wordt misbruikt voor een geopolitiek project dat oude imperialistische trekken vertoont. Door deze framing kunnen illegale executies doorgaan zonder verantwoording, onder het mom van bescherming.

We hebben dit eerder gezien. En telkens bleek achteraf dat de waarheid het eerste slachtoffer was. Wie het verleden kent, herkent de signalen. En wie de toekomst wil beschermen, moet nu vragen durven stellen. Niet aan de vijand, maar aan de leiders die hun bestaan creëren.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou