Militair helikopters vliegen laag over een strand op Culebra, Puerto Rico
Een idyllisch strand op Culebra terwijl Amerikaanse helikopters laag overvliegen

Puerto Rico, Venezuela en bewapend kolonialisme

Op een ochtend eind augustus 2025 worden mensen in Arroyo en Guayanilla wakker van het geluid van helikopters. Niet dat doffe toeristengeluid, maar zwaar. Militair. Aan de horizon liggen grijze schaduwen in zee. Oorlogsschepen. Niemand heeft iets aangekondigd. Niemand heeft iets gevraagd.

Pas dagen later wordt duidelijk wat al in gang is gezet. De Puerto Rico Ports Authority en de National Guard hebben in stilte een akkoord getekend met de Amerikaanse marine. Roosevelt Roads in Ceiba, Ramey in Aguadilla, Muñiz in Carolina: oude bases, oude namen, opnieuw actief. De inkt is droog voordat de bevolking weet dat er überhaupt geschreven is.

Washington noemt het training. “Regional readiness.” SOUTHCOM. Technische woorden die afstand scheppen, alsof het om onderhoud gaat. In werkelijkheid draait het om Venezuela. Om het herstellen van Amerikaanse dominantie in het Caribisch gebied. Om wat inmiddels zonder schaamte de Donroe Doctrine heet: Monroe herverpakt, agressiever, explicieter.

Steun vrheid.nl op Substack

Op het eiland zelf stapelen de middelen zich op. F‑35‑jagers. Reaper-drones. Ospreys. Elektronische oorlogsvliegtuigen. Hovercraft. Logistiek en aanval vallen samen. Puerto Rico wordt opnieuw een platform. Een springplank. Niet omdat de mensen dat willen, maar omdat het binnen de koloniale orde kan.

In de bredere regio gebeurt hetzelfde. Tegen november ligt het Caribisch gebied vol oorlogsmaterieel: oorlogsschepen, een kernonderzeeër, duizenden militairen. Eind november vaart een volledig vliegdekschipverband binnen. De grootste militaire concentratie sinds 1962.

De officiële reden blijft “counter-narcotics”. Maar ondertussen worden boten beschoten en mensen gedood. Tankers worden in beslag genomen. Venezolaanse olie-export wordt feitelijk geblokkeerd. Bemanningen verdwijnen in detentie. Dit is geen politiewerk. Dit is een belegering.

Op 3 januari daaropvolgend escaleert het geweld. Amerikaanse troepen bombarderen doelen in en rond Caracas. De Venezolaanse president en zijn vrouw worden ontvoerd. Meer dan honderd mensen komen om, onder hen Cubanen uit de veiligheidsdienst en burgers. Met elektronische oorlogsvoering wordt de luchtafweer uitgeschakeld. Een soevereine hoofdstad wordt aangevallen.

De verontwaardiging is wereldwijd. Regeringen in Latijns-Amerika spreken van een openlijke schending van het internationaal recht. In Afrika en Azië klinken verklaringen die de aanval plaatsen in een lange geschiedenis van Westerse interventies en regime change. Op straat vertalen die woorden zich in protest: demonstraties voor ambassades, blokkades van havens, betogingen waarin Venezuela niet als abstracte staat verschijnt, maar als symbool van een gedeelde ervaring met imperiale dwang. Ook in de Verenigde Staten zelf gaan honderdduizenden mensen de straat op, van grote steden tot universiteitscampussen, gedreven door woede over een oorlog die opnieuw in hun naam wordt gevoerd. Voor Puerto Rico is dit echter geen abstract geopolitiek nieuws. Het eiland stond er middenin. Zonder stem. Zonder keuze.

Een kolonie in uniform

Wat hier gebeurt, is geen afwijking maar continuïteit. Puerto Rico wordt opnieuw behandeld zoals het altijd door Washington is behandeld: als militair bezit, strategisch gelegen en politiek ondergeschikt.

Wie hier woont, voelt dat scherp. Wat het paspoort ook zegt, de boodschap is helder. Jullie land is inzetbaar. Jullie lichamen zijn vervangbaar. Oorlogen tegen zustervolken worden vanaf hier gevoerd.

Die realiteit heeft geschiedenis. Niet als verre achtergrond, maar als geleefd geheugen dat telkens weer wordt opengebroken zodra het leger terugkeert.

Vieques en Culebra: eilanden onder vuur

Ten oosten van het hoofdeiland liggen Vieques en Culebra. Kleine eilanden met grote wonden. Mangroves, koraal, schildpadden. En kraters. Onontplofte munitie. Giftige grond.

In Culebra begint het al in 1901. De marine jaagt bewoners weg en bouwt een trainingsbasis. Decennialang wordt het eiland gebruikt voor bombardementen en rakettesten. In 1970 ligt Culebra meer dan tweehonderd dagen per jaar onder vuur. De bevolking krimpt. Landschap en leven worden opgeofferd.

Dat geweld roept echter geen stilte op. Het dwingt antwoord af. Wat vaak wordt samengevat als ‘verzet’ is geen voetnoot, maar een langdurige, georganiseerde confrontatie met de Amerikaanse marine.

In 1971 begint op Culebra een brede burgercampagne tegen de marinebasis, gedragen door lokale bewoners en politieke activisten zoals Rubén Berríos, voorzitter van de Puerto Rican Independence Party. Binnen de verboden schietzones bouwden protesteerders een kapel op Flamenco Beach — een daad van directe actie en rituele verzet — en hielden ze langdurige bezettingen te midden van militair geschut. Honderden mensen, waaronder vissers, religieuze leiders, studenten en solidariteitsgroepen van het Amerikaanse vasteland zoals de Quaker Action Group, vormden menselijke ketens om oefeningen te blokkeren en gebruikten geweldloze civil disobedience om de basis onbruikbaar te maken. Velen werden gearresteerd en gevangen gezet op aanklachten als “trespassing” op militair terrein, maar de campagne bracht publieke en politieke druk op Washington. Uiteindelijk kondigden president Richard Nixon en later president Gerald Ford aan dat de marine haar activiteiten op Culebra zou beëindigen tegen december 1975 — een belangrijke overwinning voor anti-militaristische en antikoloniale bewegingen.

Op Vieques is de schaal nog groter. Twee derde van het eiland wordt militair terrein. Jaar in, jaar uit bombardementen. Tot in 1999 een burger sterft door een oefenbom. Dan breekt iets open. Massale bezettingen volgen. Internationale aandacht. Repressie én toegevingen. In 2003 sluit de basis. Maar sluiten is niet herstellen.

De prijs die blijft

De munitie ligt er nog. Miljoenen objecten. Tienduizenden bommen en granaten. Op land en onder water. Opruimen duurt tot ver voorbij 2030 en kost honderden miljoenen. En zelfs dan blijft de schade.

Kankercijfers op Vieques en Culebra liggen structureel hoger dan elders in Puerto Rico. Kleine gemeenschappen, grote statistieken. Dit is hoe empire werkt: eerst benutten, dan half opruimen, nooit echt verantwoordelijkheid nemen.

Kolonialisme met grondwet

Deze militarisering komt niet uit de lucht vallen. Ze is mogelijk gemaakt door recht. Door wetten en rechterlijke uitspraken die kolonialisme niet verhullen, maar netjes inkaderen en bestuurbaar maken.

In 1898 draagt Spanje Puerto Rico over aan de Verenigde Staten via het Verdrag van Parijs. De bevolking wordt niet geraadpleegd; het eiland wordt verhandeld. Wat volgt is geen tijdelijke bezetting, maar een nieuwe koloniale orde. De Foraker Act van 1900 beëindigt het openlijke militaire bestuur, maar vervangt het door civiel gezag zonder soevereiniteit. Lokale instellingen verschijnen, maar de beslissende macht blijft in Washington.

Die ondergeschikte status wordt constitutioneel vastgezet in de Insular Cases. Het Hooggerechtshof introduceert het begrip “unincorporated territory” en stelt, in expliciet racistische bewoordingen, dat de grondwet niet volledig hoeft te gelden voor gebieden bevolkt door zogenaamd ‘ongeschikte’ volkeren. Puerto Rico behoort tot de VS, maar niet helemaal. Rechten zijn conditioneel. Democratie is selectief.

De Jones‑Shafroth Act van 1917 past dat kader toe in de praktijk. Puerto Ricanen krijgen Amerikaans staatsburgerschap, niet als grondrecht maar per wet opgelegd. Zonder stemrecht, zonder vertegenwoordiging, maar wel met dienstplicht. Net op tijd voor de Eerste Wereldoorlog. Zo wordt een koloniale bevolking inzetbaar gemaakt voor oorlogen waarover zij geen zeggenschap heeft.

Dit juridische bouwwerk maakt van Puerto Rico een veiligheidskolonie: strategisch onmisbaar, politiek buitengesloten. Dat is de reden waarom bases kunnen worden heropend, luchtruim kan worden gevorderd en havens kunnen worden ingezet voor regionale oorlogvoering, zonder instemming van de bevolking.

Van grondwet naar spreadsheet

In 2016 krijgt dit kolonialisme een technocratisch vervolg. Met PROMESA wordt onder het mom van schuldbeheer een ongekozen bestuursorgaan opgelegd: de Fiscal Control Board, door iedereen simpelweg la Junta genoemd.

Wat wordt gepresenteerd als neutraliteit en expertise, is in feite een federale curatele. De Junta kan begrotingen blokkeren, wetten terugfluiten en de politieke koers bepalen. Verkozen bestuurders blijven zitten, maar hun beslissingen zijn voorwaardelijk. Democratie wordt gereduceerd tot decor. De echte macht verschuift van wet en stem naar spreadsheet en kredietbeoordelaar. Besluiten worden elders genomen, met cijfers als alibi.

Wat opnieuw zichtbaar wordt

De herbewapening van Puerto Rico in de oorlog tegen Venezuela onthult geen uitzondering, maar de regel. Dit is hoe een kolonie functioneert binnen een imperium in crisis: als springplank, als buffer, als offerzone.

Maar de geschiedenis leert ook iets anders. Dat mensen zich blijven verzetten. Dat eilanden geen lege platforms zijn. Dat solidariteit groeit waar geweld normaal wordt verklaard.

Puerto Rico heeft dit eerder doorstaan. En telkens weer bleek: zelfs onder bommen, zelfs onder wetten die uitsluiten, blijft er verbeelding. En verantwoordelijkheid. Daar begint de strijd.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou