Rob Jetten en andere partijleiders tijdens verkiezingsdebat 2025
Rob Jetten temidden van politieke rivalen tijdens een verkiezingsdebat voorafgaand aan de formatiebesprekingen.

Tussen Illusie en Instorting: Het Politieke Midden op Drift

Er is dat stille, aanhoudende verlangen dat velen van ons meedragen. Geen verlangen naar orde of voorspoed zoals politici het bedoelen, maar naar iets dat dieper zit: dat er eindelijk eens iets goeds, iets menswaardigs, iets échts doorbreekt in de Nederlandse politiek. Niet als campagneleus, maar als breuk. Een kleine collectieve bevrijding, misschien. Iets wat voelt als: dit is van ons.

We hunkeren naar besluitvorming die ons niet managet, maar serieus neemt. Naar gemeenschappen die zichzelf organiseren zonder zich voortdurend te moeten verantwoorden aan systemen die hen wantrouwen. Naar leiders die niet als bestuurders denken, maar als mensen onder mensen. Het hoeft geen utopie te zijn. Maar een beetje ademruimte – en het gevoel dat politiek méér kan zijn dan beheersing en behoud.

Toch gebeurt het niet. Niet echt. Verkiezingen komen, partijen schuiven, het midden lijkt terug. Maar telkens weer blijkt dat ‘midden’ geen brug is, maar een berm. Een rustplek voor partijen die geen richting durven kiezen.

Steun vrheid.nl op Substack

De façade van het midden

Na de verkiezingen van 2025 klinkt het uit veel monden: het midden herleeft. D66 wint. CDA leeft op. Wilders is weer weggezet waar hij thuishoort – aan de zijkant. Maar wie dieper kijkt, ziet een ander patroon. Zoals politicoloog Tom van der Meer, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, laat zien: de pendule slaat nog wel, maar met steeds minder kracht. Het midden keert terug, maar zónder overtuiging. Zonder visie. Zonder weerstand.

Het midden is niet het antwoord op instabiliteit. Het is de instabiliteit – vermomd als redelijkheid. Juist omdat het geen keuzes durft te maken over de grote kwesties van onze tijd: over eigendom, macht, migratie, solidariteit. Het veegt conflicten onder het tapijt en noemt dat ‘pragmatisme’. Maar pragmatisme zonder principes is niet verbindend – het is verdovend.

De figuur Jetten: technocraat of breekijzer?

Rob Jetten, de vrolijke liberaal, werd plots het gezicht van redelijkheid in een rechts verhard land. Zijn lach werd het symbool van een alternatief dat zich afzette tegen Wilders en zijn politieke kruimelbrigade. Maar wat vertegenwoordigt Jetten werkelijk?

Zijn verkiezingsoverwinning is deels het gevolg van het falen van anderen – de implosie van NSC, de ideologische leegte bij GroenLinks-PvdA, de eindeloze zelfdestructie van het radicaal-rechtse blok. En tegelijk: Jetten wéét hoe hij stemmen moet trekken. Hij belichaamt iets glads, iets opbeurends, iets wat hoop suggereert zonder veel te beloven.

Maar precies daar schuilt het probleem. D66 wint zelden op basis van inhoud. Het is een partij die zweeft tussen blokkendozen – net niet links genoeg voor herverdeling, net niet rechts genoeg voor repressie. Zodra het erop aankomt kleur te bekennen – in de formatie, in beleid – haakt een deel van het electoraat af. Jetten is als een spiegelpaleis: je ziet wat je wil zien, maar je botst altijd ergens op.

Een verpletterend gemis aan vanzelfsprekendheid

In het publieke debat over wonen wordt steevast gesproken in termen van tekorten, regelruimtes en beleidsinstrumenten. De wooncrisis wordt geanalyseerd als logistiek probleem, niet als moreel falen. Wat zelden hardop wordt gezegd, is het meest basale: dat mensen het recht hebben om ergens te wonen. Punt.

Dat uitgangspunt – dat wonen geen gunst is, maar een recht – raakt steeds verder buiten beeld. Politici spreken over ‘doorstroming’, ‘betaalbaarheid’ en ‘bouwimpuls’, maar zelden over het recht op bestaanszekerheid als ononderhandelbaar fundament. Wat rest is een beleidstaal waarin mensen als postcodes worden behandeld. Spreadsheetpolitiek die structurele schaarste naturaliseert, in plaats van haar als ideologisch product aan te wijzen.

Tijd voor conflicten die ergens over gaan

Wat er mist in de politiek is niet gematigdheid – het is moed. Moed om conflicten niet te vermijden, maar aan te gaan. Niet als spektakel, maar als vorm van democratische helderheid. Inhoudelijk conflict is niet het probleem, het is de voorwaarde voor verandering. Maar middenpartijen zijn geconditioneerd om verschil te camoufleren in overlegstructuren, tot niemand nog weet waar ze voor staan.

D66 zou nu kunnen kiezen. Voor het recht op wonen. Voor een onafhankelijke rechtsstaat. Voor het afbouwen van de repressieve migratiemachine. Maar dat betekent: breken met partijen die fundamenteel andere waarden vertegenwoordigen. Niet samenwerken ondanks verschillen, maar weigeren omwille van verschil. Alleen dan krijgt een compromis weer betekenis.

Politiek als bevrijding, of als vermijding

Wat ons te wachten staat is geen wederopbouw van het midden, maar een test van zijn houdbaarheid. Of Rob Jetten en consorten werkelijk de rechtsstaat kunnen verdedigen – niet met woorden, maar met daden – zal blijken zodra het schuurt. Zodra het makkelijker is om mee te buigen dan op te staan.

En dan? Dan hopen we opnieuw. Op iets echts. Niet een premier die alles managet, maar een politiek die ruimte maakt. Voor verschil. Voor conflict. Voor gemeenschapskracht. Voor vrijheid – niet als recht van de sterkste, maar als gedeeld fundament. Niet omdat we naïef zijn. Maar omdat hoop, tegen beter weten in, soms het enige is wat we hebben.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou