Standbeeld van Anton de Kom op het Anton de Komplein met op de trappen de graffiti Black is Beautiful
Het beeld van Anton de Kom met daaronder de tekst Black is Beautiful, aangebracht op de trappen van het plein

Wie mag Anton de Kom verbeelden?

Op het Anton de Komplein in Amsterdam-Zuidoost staat al twintig jaar een bronzen lichaam dat nooit echt tot rust kwam. Het debat over dit beeld gaat niet over smaak, maar over macht: wie bepaalt hoe een antikoloniale verzetsheld wordt herinnerd — en wie wordt geacht dat beeld te slikken?

Wie was Anton de Kom?

Anton de Kom werd in 1898 geboren in Paramaribo, in een samenleving waarin koloniale verhoudingen dagelijks voelbaar waren. Zijn vader was als tot slaaf gemaakte geboren; die erfenis van geweld en ongelijkheid droeg De Kom zijn hele leven met zich mee. Hij kwam naar Nederland, maar keerde begin jaren dertig terug naar Suriname om zich openlijk te verzetten tegen koloniale uitbuiting, racisme en bestuurlijke willekeur.

Dat activisme werd hem niet vergeven. De koloniale autoriteiten arresteerden hem, sloten hem op zonder proces en zetten hem uiteindelijk het land uit. In 1934 verscheen zijn boek Wij slaven van Suriname: een nietsontziende aanklacht tegen kolonialisme, geschreven vanuit het perspectief van de onderdrukten. Het boek laat zien hoe slavernij en koloniale macht geen afgesloten verleden zijn, maar systemen die doorwerken — economisch, cultureel en psychologisch.

Steun vrheid.nl op Substack

Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot De Kom zich in Nederland aan bij het verzet tegen de nazi’s. Hij werd opgepakt, gedeporteerd en stierf begin 1945 in een Duits concentratiekamp. Dat hij pas decennia later erkenning kreeg — opname in de Canon van Nederland, officieel eerherstel — zegt veel over wie lang níét als nationale held werd gezien.

Het ontblote bovenlijf is geen neutrale keuze

Het beeld van kunstenaar Jikke van Loon toont De Kom met ontbloot bovenlijf. De intentie was spiritueel: kwetsbaarheid, innerlijke kracht, universaliteit. Maar intentie is niet hetzelfde als effect. In een koloniale beeldtraditie zijn zwarte lichamen eeuwenlang gereduceerd tot fysieke kracht en ‘natuur’, terwijl intellect, organisatievermogen en politiek bewustzijn systematisch buiten beeld werden gehouden.

Juist bij iemand als De Kom schuurt dat. Hij was schrijver, denker, organisator, antikoloniaal strateeg. Voor veel mensen voelt de naaktheid daarom niet als bevrijdend, maar als een herhaling van een oud frame: het lichaam zichtbaar, het denken impliciet.

Dat spanningsveld is geen misverstand, maar een politieke realiteit. Beeldtaal draagt geschiedenis mee, ook als de maker die geschiedenis niet volledig overziet.

‘Activisten met een eigen agenda’

Opvallend is hoe kritiek van een nieuwe generatie regelmatig wordt weggezet als activisme met een ‘eigen agenda’. Die framing — onder meer vanuit instituties rond het beeld — doet alsof alleen het protest politiek is, en niet het monument zelf, niet de selectieprocedure, niet de keuzes van gevestigde culturele organisaties.

Maar de openbare ruimte is altijd politiek. Het verschil is: sommige politiek wordt als neutraal gepresenteerd, andere wordt gemarginaliseerd. Wie kritiek depolitiseert, maakt machtsverhoudingen onzichtbaar.

Zorgvuldig? De procedure rammelde

In de huidige berichtgeving wordt vaak gesproken over een ‘zorgvuldige procedure’ rond de totstandkoming van het beeld. Wat daarbij steevast ontbreekt, is dat diezelfde procedure destijds juist zwaar ter discussie stond.

Bij de kunstenaarselectie werden ontwerpen van meerdere kunstenaars gepresenteerd, waaronder dat van de Surinaamse kunstenaar Henri Renfrum. Zijn ontwerp kreeg de meeste stemmen bij een publieksstemming. Later werd echter alsnog een internetstemming georganiseerd — bij velen onbekend — die werd meegewogen door de jury. Uiteindelijk kwam Van Loon als winnaar uit de bus.

Naar aanleiding van de onrust liet het stadsdeel de procedure extern evalueren. Het onderzoeksrapport was helder: de richtlijnen voor de jury waren onduidelijk en werden tijdens het proces aangepast; de internetstemming werd laat en ondoorzichtig ingevoerd; en bestuurlijke afspraken werden niet nageleefd. Met andere woorden: juist bij een politiek en historisch gevoelig monument ontbrak transparantie.

Door deze geschiedenis nu weg te laten, ontstaat het beeld van consensus. En consensus legitimeert macht. Het wist de stemmen uit die toen al zeiden: dit klopt niet.

Wat is ‘zorgvuldig’?

Voormalig stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet stelt dat het proces rond het beeld zorgvuldig en onafhankelijk verliep, en dat een extern onderzoek dit bevestigde. Zij benadrukt dat bewoners konden stemmen en dat het bestuur bewust afstand hield om participatie ruimte te geven.

Dat perspectief verdient erkenning. Tegelijkertijd roept het vragen op. Want zorgvuldig volgens bestuurlijke normen betekent niet automatisch dat een proces ook als rechtvaardig wordt ervaren door alle betrokken gemeenschappen. Transparantie is meer dan het openstellen van een stemformulier. Participatie is meer dan stemmen tellen.

Bij een monument voor een antikoloniale denker gaat het niet alleen om procedurele correctheid, maar ook om historische gevoeligheid, machtsverhoudingen en representatieve rechtvaardigheid. Democratie is geen momentopname. Ze is een voortdurend gesprek.

Dat zelfs voormalige bestuurders openstaan voor heroverweging, onderstreept dat het debat geen bedreiging vormt voor het democratisch proces, maar er juist deel van uitmaakt.

Twintig jaar debat is geen falen

Dat het beeld al twintig jaar discussie oproept, kan ook anders worden gelezen. Niet als mislukking, maar als teken van levend geheugen. Monumenten zijn geen eindpunten. Ze zijn strijdplekken.

De vraag is daarom niet alleen of het beeld moet blijven of verdwijnen. De vraag is wie het debat voert, wie wordt gehoord en wie uiteindelijk beslist. Een oproep tot dialoog is alleen geloofwaardig als die ook ruimte laat voor ongemak, machtskritiek en de mogelijkheid dat eerdere keuzes worden herzien.

Een nieuw beeld — of een aanvullend monument — hoeft geen uitwissing te zijn. Het kan onderdeel zijn van een meervoudig geheugen, waarin koloniale geschiedenis niet wordt vastgezet in brons, maar steeds opnieuw wordt bevraagd.

Als we Anton de Kom serieus nemen, nemen we ook zijn kern serieus: dat vrijheid niet wordt geschonken. Dat je haar organiseert. Dat je haar verdedigt. Ook op een plein in Zuidoost. Ook tegen keurige stemmen die zeggen: nu is het wel mooi geweest.

De trappen spreken terug

Op de trappen staat het met krijt geschreven: Black is Beautiful. Geen bronzen sokkel, geen commissie, geen jury. Iemand heeft het gewoon gedaan. Vanuit het hart.

Die woorden doen iets wat het beeld al twintig jaar niet voor iedereen lukt. Ze verbinden lichaam en geschiedenis zonder uitleg, zonder defensie. Ze zeggen niet: kijk hoe universeel. Ze zeggen: wij zijn hier, en dit gaat over ons.

Misschien is dit wel de meest precieze vorm van publieke kunst rond het monument. Tijdelijk, kwetsbaar, niet beschermd door instituties. Een ingreep die niet pretendeert af te zijn, maar reageert. Die niet boven het plein uittorent, maar erdoorheen beweegt.

Waar het beeld vaststaat in brons en besluitvorming, blijft de graffiti open. Ze claimt ruimte zonder toestemming. Ze corrigeert zonder protocol. En juist daardoor sluit ze dichter aan bij de geest van Anton de Kom dan veel zorgvuldige procedures ooit deden.

De woorden kunnen morgen weg zijn. Regen, schoonmaak, beleid. Maar dat is geen zwakte. Dat is de kracht. Want zolang mensen blijven schrijven, wissen en herschrijven, blijft het plein een plek van strijdend geheugen — geen afgerond verhaal, maar een voortdurende oefening in rechtvaardigheid.

Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou