Kasha Jacqueline Nabagesera belichaamt queer verzet als collectieve strategie. Tegen repressie en backlash bouwt zij aan netwerken van hoop, kennis en solidariteit – van Kampala tot de wereld.
Autoriteiten gebruiken verdeel-en-heers-tactieken door lokale clanleiders te belonen met tijdelijke privileges, wapens en economische zones, om gemeenschappen te fragmenteren, politieke solidariteit te ondermijnen en bezettingscontrole te consolideren.
Lowkey combineert activisme en kunst tot een principieel, cultureel verankerd verzet. Vanuit zijn persoonlijke ervaringen – zoals Grenfell – treedt hij op tegen koloniale structuren en neoliberale macht in muziek, educatie en grassroots-bewegingen.
De mogelijke ontmanteling van de PKK roept vragen op over echte vrede, macht en onderdrukking. Terwijl politieke leiders spreken over verzoening, blijft de ongelijkheid bestaan. Alleen vanuit de basis kan een rechtvaardige toekomst ontstaan, vrij van staatscontrole en onderdrukking.
Amerikaanse senator Mallory McMorrow laat in Hate Won’t Win zien hoe persoonlijke woede kan uitgroeien tot politieke actie. Ze pleit voor eerlijk onderwijs, solidariteit en zichtbare betrokkenheid – en roept op om haat te weerstaan met moed, verhaal en organisatiekracht.