Het Vrijheidsbeeld in een ongewone pose, met uitgestrekte arm tegen de skyline van New York, symboliseert een reflectie op macht, modernisme en autoritaire tendensen.
Het Vrijheidsbeeld in een alternatieve pose roept vragen op over modernisme, macht en autoritaire symboliek, tegen de achtergrond van New York.

Modernisme, fascisme en de lessen voor onze tijd

Wat Roger Griffin ons leert over macht, technologie en politiek – In perioden van crisis keren historische patronen vaak terug in aangepaste vormen. Economische onzekerheid, technologische versnelling en sociale fragmentatie creëren omstandigheden waarin bekende politieke dynamieken opnieuw zichtbaar worden. Het gaat niet om simpele herhaling, maar om herkenbare structuren die zich aanpassen aan hun tijd. Het werk van Roger Griffin helpt om die echo’s te herkennen. Niet om in het verleden te blijven hangen, maar om te begrijpen wat zich vandaag opnieuw aandient.

Griffin laat zien dat fascisme geen historische afwijking was, maar een moderne politieke reactie op ontwrichting. Dat inzicht is ongemakkelijk, maar noodzakelijk. Zeker nu technologie, sociale media en geconcentreerde rijkdom opnieuw beloftes van vernieuwing verbinden aan uitsluiting en autoritaire verleiding.

Modernisme als politieke kracht

Modernisme ontstond aan het einde van de negentiende eeuw als antwoord op ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Industrialisatie, oorlog, urbanisatie en sociale verschuivingen brachten nieuwe mogelijkheden, maar ook vervreemding en onzekerheid. Kunstenaars en denkers zochten naar vormen die recht deden aan die ervaring. Ze wilden breken met vastgeroeste tradities en nieuwe manieren vinden om de moderne wereld te begrijpen en te verbeelden.

Steun vrheid.nl op Substack

Die kunst was op zichzelf niet ‘fout’ of ‘gevaarlijk’. Veel modernistische kunst was juist kritisch en onderzoekend. Ze richtte zich op het blootleggen van machtsverhoudingen, op het doorbreken van conventies en op het zichtbaar maken van ervaringen die in bestaande culturele vormen geen plaats kregen. Modernistische kunstenaars stelden vragen, brachten twijfel binnen en verzetten zich vaak expliciet tegen autoriteit, nationalisme en conformisme.

Griffins kernpunt is echter dat modernisme niet beperkt bleef tot het culturele domein. De politieke gevolgen werden zichtbaar toen fascistische bewegingen elementen van het modernisme naar zich toetrokken. Niet de kritische inhoud van de kunst werd overgenomen, maar haar vormelijke middelen en emotionele intensiteit. De nadruk op breuk, snelheid, totaliteit en vernieuwing werd losgemaakt van reflectie en ingezet voor politieke mobilisatie.

Fascisme presenteerde zichzelf daardoor niet als herstel van het verleden, maar als radicale heropbouw van de natie. Waar modernistische kunst vaak ruimte liet voor ambiguïteit en meerduidigheid, sloot fascistische politiek die ruimte juist af. Complexiteit werd vervangen door eenduidigheid, twijfel door zekerheid, veelstemmigheid door een opgelegde nationale eenheid.

Kunst werd in dit proces niet afgeschaft, maar ondergeschikt gemaakt. Esthetiek kreeg een instrumentele functie: zij moest gevoelens van kracht, saamhorigheid en bestemming oproepen, in dienst van de ideologie. Griffin vat deze politieke logica samen als palingenetisch ultranationalisme: het idee dat een natie door crisis heen moet om herboren te worden, voorgesteld als modern en onvermijdelijk, maar gedragen door mythen van zuiverheid, eenheid en vijandschap.

Esthetiek, ritueel en mobilisatie

Fascistische bewegingen gebruikten modernistische technieken: massabijeenkomsten, strakke beeldtaal, rituelen, symbolen, nieuwe media. Ze boden niet alleen politieke programma’s, maar zingeving. In tijden van onzekerheid creëerden ze een gevoel van gemeenschap en richting.

Die aantrekkingskracht is cruciaal om te begrijpen. Fascisme won niet alleen door geweld, maar door belofte. Door het idee dat chaos kon worden omgezet in orde, en dat individuele onzekerheid kon verdwijnen in collectieve verheffing. Maar die belofte had een prijs. De wedergeboorte was altijd selectief. Ze rustte op uitsluiting, ontmenselijking en uiteindelijk geweld.

Digitale moderniteit en oude dynamieken

De klassieke fascistische regimes behoren tot het verleden, maar de onderliggende dynamieken die Griffin beschrijft zijn blijven bestaan. Ze hebben zich aangepast aan nieuwe omstandigheden en nieuwe technologieën. Waar in de twintigste eeuw pleinen, kranten en radio centraal stonden, vormen nu digitale platforms, datastromen en algoritmes de kern van politieke communicatie.

Sociale media functioneren daarbij niet als neutrale doorgeefluiken, maar als actieve structurerende krachten. Hun algoritmes belonen snelheid, emotie en conflict. Ze versterken polariserende inhoud en maken het moeilijker om complexe of genuanceerde perspectieven zichtbaar te houden. Zo ontstaan digitale echo chambers waarin wereldbeelden worden bevestigd en aangescherpt, en waarin tegenstemmen steeds minder doordringen.

De fragmentatie van het publieke debat — verspreid over platforms, niches en parallelle informatiesystemen — ondermijnt het idee van een gedeelde werkelijkheid. Dat is geen toevallig neveneffect, maar een structureel gevolg van commerciële platformlogica waarin aandacht en engagement zwaarder wegen dan democratische kwaliteit.

Techmacht en charismatisch leiderschap

Als we Griffins analyse doortrekken naar het digitale tijdperk, wordt zichtbaar hoe oude fascistische dynamieken zich aanpassen aan nieuwe machtsvormen. Binnen deze digitale infrastructuur is een nieuwe machtslaag ontstaan: die van extreem vermogende technologie-ondernemers met directe invloed op communicatie, informatie en publieke verbeelding. Hun macht is niet het resultaat van democratische legitimiteit, maar van eigendom, schaal en technologische controle.

Elon Musk is hiervan het meest zichtbare voorbeeld, maar zeker niet het enige. Ook andere prominente tech-ondernemers en investeerders bewegen zich steeds explicieter richting autoritaire en nationalistische politiek, waaronder openlijke steun aan Donald Trump of aanverwante bewegingen. Wat hen bindt, is niet één ideologie, maar een gedeelde afkeer van regulering, collectieve besluitvorming en democratische begrenzing van macht.

Deze zogenoemde ‘tech-bro’-cultuur combineert een geloof in technologische oplossingen met een sterke hiërarchische wereldvisie. Maatschappelijke problemen worden voorgesteld als technische puzzels die opgelost kunnen worden door slimme individuen, snelle ingrepen en marktlogica. Democratie verschijnt daarbij al snel als inefficiënt, traag of zelfs hinderlijk.

De zelfpresentatie van deze figuren sluit aan bij een modernistische disruptielogica: bestaande instituties zijn failliet verklaard, tradities moeten worden doorbroken, en alleen radicale vernieuwing kan nog redding brengen. Dat narratief lijkt vooruitstrevend, maar creëert ruimte voor machtsconcentratie en uitsluiting.

Griffins analyse helpt om dit scherp te zien. Charismatisch leiderschap, crisisretoriek en de belofte van wedergeboorte zijn geen onschuldige stijlmiddelen. Ze kunnen mobiliseren en enthousiasmeren, maar ook kritiek neutraliseren en politieke macht losmaken van democratische controle. Wanneer technologische infrastructuur en politieke invloed samenvallen in handen van enkelen, ontstaat een autoritaire dynamiek die zich modern en rationeel voordoet, maar fundamenteel antidemocratisch is.

Dat verklaart ook de aantrekkingskracht van figuren als Donald Trump op delen van deze technologische elite. Trump belichaamt een politiek project waarin regulering wordt afgebroken, instituties worden gedelegitimeerd en persoonlijke macht boven democratische procedures wordt geplaatst. Voor ondernemers die zichzelf zien als visionaire buitenstaanders sluit dit naadloos aan: de staat wordt voorgesteld als obstakel, tegenmacht als vijand en loyaliteit als belangrijkste politieke deugd.

Crisis als katalysator

Deze dynamiek is historisch niet nieuw. In het interbellum schaarden delen van de industriële en financiële elite zich eveneens achter autoritaire bewegingen, niet uit ideologische overtuiging, maar uit angst voor verlies van controle. Democratie werd gezien als instabiel, sociale rechten als bedreiging en massapolitiek als risico. Fascistische regimes boden orde, voorspelbaarheid en bescherming van bezit — ten koste van vrijheid en gelijkheid.

De parallellen met vandaag zijn niet één-op-één, maar structureel herkenbaar. Ook nu zien we hoe economische macht zich loszingt van democratische verantwoordelijkheid en hoe crisis wordt aangegrepen om uitzonderingen te normaliseren. Zoals in het interbellum werkt ook vandaag crisis als versneller. Economische ongelijkheid, klimaatontwrichting, culturele veranderingen en geopolitieke instabiliteit creëren angst en verlies aan houvast. In zulke omstandigheden winnen verhalen terrein die eenvoud beloven. Die een schuldige aanwijzen. Die complexiteit reduceren tot identiteit. Of die democratische processen wegzetten als traag en hinderlijk. Of het nu gaat om migratie, klimaat of sociale verandering: telkens zien we hoe onzekerheid wordt omgezet in autoritaire verleiding.

Wat vraagt dit van ons?

Griffins werk nodigt niet uit tot fatalisme, maar tot scherpte. Tot het herkennen van patronen voordat ze verharden. Dat vraagt om historisch bewustzijn — niet als academische luxe, maar als collectieve vaardigheid. Om democratische controle op technologie en kapitaal. Om publieke alternatieven voor private infrastructuur. En bovenal om solidariteit: het actief bouwen aan gemeenschappen die niet draaien op angst, maar op wederzijdse verantwoordelijkheid.

Modernisme hoeft geen schaduw te werpen. Vernieuwing hoeft niet te eindigen in uitsluiting. Maar dat gebeurt niet vanzelf. Geschiedenis schuift alleen aan tafel als we haar negeren. Als we haar serieus nemen, biedt zij geen blauwdruk, maar wel inzicht: autoritarisme kondigt zich zelden aan als breuk met moderniteit, maar juist als haar radicale vervulling.

De les uit Griffins werk is daarom niet dat vernieuwing gevaarlijk is, maar dat zij politieke begrenzing nodig heeft. Zonder democratische tegenmacht, publieke controle en sociale solidariteit kan modernisering omslaan in machtsconcentratie. Wat zich dan presenteert als efficiënt, rationeel en toekomstgericht, blijkt vaak een stap terug in politieke vrijheid.

Waakzaamheid betekent hier niet angst, maar verantwoordelijkheid. Zoals Griffin laat zien, kondigt autoritarisme zich zelden aan als een breuk met de moderne wereld, maar juist als haar consequente en verleidelijke voortzetting. Het vermogen om vooruitgang te verbinden aan gelijkwaardigheid, en technologie aan democratie. Dat is geen vanzelfsprekendheid, maar een voortdurende politieke opgave.

Over Roger Griffin

Roger Griffin is een vooraanstaand historicus en expert op het gebied van fascisme en modernisme. Zijn werk, zoals het invloedrijke boek Modernism and Fascism, biedt een diepgaande analyse van hoe culturele en politieke bewegingen samenkomen in tijden van crisis. Griffin’s inzichten hebben academici en lezers wereldwijd geïnspireerd om kritisch na te denken over de dynamiek van macht en ideologie.

Meer over zijn werk en publicaties vind je op zijn profiel: Goodreads-pagina van Roger Griffin.


Advertenties: Door op een van de advertenties te klikken, help je ons enorm—het kost jou niets, maar maakt een groot verschil voor ons!


Vond je dit een interessant artikel?

Help ons Groeien

Aanbevolen voor jou