Geld creëert macht, die leidt tot onderdrukking en uitbuiting. Rijken profiteren van het systeem onder de noemer ‘zakendoen’, terwijl armen die terugvechten als gewelddadig worden bestempeld. Alleen solidariteit kan deze ongelijkheid doorbreken.
Peter Kropotkin en Bob Marley delen een krachtige visie op mentale bevrijding en rechtvaardigheid: Kropotkin pleitte eind 19e eeuw voor geestelijke vrijheid en wederzijdse hulp, Marley bracht zelfemancipatie via muziek en de Rastafari-traditie tot leven.
Nelson Mandela’s visie op vrijheid gaat verder dan persoonlijke bevrijding; het vereist solidariteit en verantwoordelijkheid. Echte vrijheid ontstaat wanneer onrechtvaardige systemen worden ontmanteld en iedereen in waardigheid kan leven, vrij van onderdrukking en uitbuiting.
Martin Luther King’s boodschap over vrijheid blijft relevant, met een oproep om samen te werken en te strijden voor een rechtvaardige en vrije samenleving.
Marx en Engels zien vrijheid als een historisch proces dat actieve maatschappelijke verandering vereist. Ze benadrukken het belang van praktische actie, zelfinzicht, en het opheffen van vervreemding om ware vrijheid te bereiken.