‘Als je niet wit bent, loop je achter’ – Wat we vaak als ‘normaal’ beschouwen in onze samenleving, is doordrenkt met een geschiedenis van uitsluiting en bevoordeling. Racisme is geen kwestie van enkel persoonlijke opvattingen of incidenten—het zit ingebed in structuren die bepalen wie toegang krijgt tot kansen, veiligheid en waardigheid. Deze structuren zijn niet neutraal; ze zijn gebouwd op aannames die witheid verheffen tot de standaard.
Dit superioriteitsgevoel, hoewel zelden hardop uitgesproken, is diepgeworteld in onze collectieve geschiedenis. Het is het residu van een tijd waarin overheersing en kolonisatie werden gerechtvaardigd met overtuigingen over culturele en raciale hiërarchie. Zelfs vandaag, in een wereld die zichzelf graag als post-raciaal of inclusief ziet, klinkt het nog door in uitspraken als: “Oh god, I love being white, if you are not white, you are missing out.” Zo’n zin is geen onschuldige grap; het onthult een onderstroom van vanzelfsprekend privilege.
Vrijheid brokkelt af in stilte
De mythe van neutraliteit is verraderlijk. Wat als vrijheid wordt verkocht, is vaak enkel toegankelijk voor wie voldoet aan onuitgesproken voorwaarden. Elk zogenaamd neutraal systeem—onderwijs, zorg, werk, zelfs taal—draagt de sporen van ongelijk verdeelde macht. De dominante normen zijn niet toevallig ontstaan; ze zijn gevormd door eeuwenlange belangen en angsten.
Toch ligt de kracht niet bij de structuren zelf, maar bij ons, de mensen die ze dragen of uitdagen. Door te erkennen hoe diep deze vooroordelen verankerd zijn, kunnen we ze ook beginnen los te wrikken. Niet via grootschalige hervormingen van bovenaf, maar in kleine, radicale keuzes van onderuit: luisteren, ruimte maken, samenwerken zonder dominantie. Het begint bij het afleren van reflexen die ongelijkheid voeden—en het aanleren van zorg, solidariteit en verantwoordelijkheid, niet omdat een systeem dat vraagt, maar omdat we dat elkaar verschuldigd zijn.
Een rechtvaardige samenleving ontstaat niet door wetten alleen, maar door de dagelijkse praktijk van gelijkwaardigheid. Wanneer we racisme niet langer beschouwen als een persoonlijk falen maar als een collectief probleem, ontstaat er ruimte voor iets nieuws—een samenleving waarin niet afkomst, kleur of klasse bepaalt wie je mag zijn, maar waarin vrijheid écht voor iedereen begint.
