Frantz Fanon, een invloedrijke Caribische denker, psychiater en revolutionair, analyseerde de psychologische impact van kolonialisme en pleitte voor totale bevrijding. Zijn werk blijft relevant in hedendaagse discussies over postkolonialisme en raciale identiteit.
De Curaçaose slavenopstand van 1795, geleid door Tula, was een belangrijke gebeurtenis op de Nederlandse Antillen. Begonnen op de plantage Knip, verzamelden veertig tot vijftig tot slaaf gemaakten zich en bevrijdden anderen. Hun tocht naar Porto Mari omvatte aanvallen op plantages en het bemachtigen van wapens en voedsel. De koloniale autoriteiten stuurden versterkingen en onderdrukten de opstand uiteindelijk. Tula en zijn medeleiders werden op 3 oktober 1795 publiekelijk geëxecuteerd. De opstand benadrukte de onderdrukking en droeg bij aan de beweging tegen slavernij in de regio.
Jean-Jacques Dessalines was een cruciale leider in de Haïtiaanse Revolutie, die Haïti’s onafhankelijkheid in 1804 verklaarde. Zijn bewind was zowel bevrijdend als gewelddadig, en zijn erfenis blijft controversieel.
Noam Chomsky, opgegroeid in Philadelphia, transformeerde de taalkunde met zijn idee van generatieve grammatica en beïnvloedde media en politiek met zijn kritische analyses. Zijn innovaties blijven invloedrijk in taalwetenschap en sociale kritiek.