Zack Polanski is de nieuwe leider van de Green Party of England and Wales, lid van de London Assembly en een van de opvallendste stemmen op de Britse linkerflank. Niet omdat hij een technocratisch groen verhaal slimmer verpakt, maar omdat hij klimaat, ongelijkheid, huisvesting, publieke diensten en antiracisme als één politieke strijd benadert.
In Groot-Brittannië is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Jaren van neoliberaal beleid, bezuinigingen, privatisering en uitgeholde lokale voorzieningen hebben diepe sociale schade aangericht, terwijl conservatief en radicaal rechts het ongenoegen steeds harder richting migranten en vluchtelingen heeft geduwd. Farage kon daarop voortbouwen, maar Labour heeft dat frame nooit echt doorbroken. Ook daar werd migratie een kwestie van aantallen, klimaat een communicatierisico en armoede een technisch dossier. Zo verdween de echte machtsvraag naar de achtergrond: wie rooft de publieke rijkdom leeg, wie breekt voorzieningen af en wie profiteert van de onzekerheid waarin miljoenen mensen moeten leven?
Precies daar wijkt Polanski af van de politieke reflex die in Groot-Brittannië bijna overal dominant is geworden. Niet migranten zijn de oorzaak van sociale ontwrichting, maar politieke keuzes in het belang van rijkdom en bezit. Niet de kleine boten zijn het probleem, maar de private jets, de hedge funds, de miljardairs en een politieke klasse die liever naar beneden schopt dan omhoog kijkt. Daar zit de kern van zijn verhaal.
Dat maakt hem relevant. Niet alleen omdat hij scherp formuleert, maar omdat hij weigert mee te bewegen met een debat dat al jaren door rechts wordt ingericht. Terwijl journalisten en commentatoren hem telkens weer proberen terug te duwen in de vertrouwde mal van migratiepaniek, bestuurlijke voorzichtigheid en electorale angst, doet Polanski iets wat nog maar weinig politici aan de linkerzijde doen. Hij schuift niet op naar rechts. Hij draait het verhaal om.
Te lang heeft centrumlinks geprobeerd extreemrechts te neutraliseren door een deel van diens taal over te nemen. Dat heeft nergens rust gebracht. Het heeft alleen bevestigd dat rechts de grenzen van het debat mocht bepalen. Zodra migratie wordt besproken in termen die door rechts zijn ontworpen, zodra klimaat wordt teruggebracht tot een lastige kostenpost, zodra bestaanszekerheid wordt behandeld als een spreadsheetprobleem, is het politieke gevecht al half verloren.
Juist daarom proberen journalisten hem steeds opnieuw terug te brengen tot de veilige orde van het bestaande debat. Is hij nog wel groen genoeg? Is hij niet te links? Jaagt hij de rijken niet weg? Maakt hij de linkerzijde niet zwakker? Het zijn voorspelbare vragen, maar ze verraden vooral hoe smal het politieke midden is geworden. Zodra iemand ongelijkheid echt wil benoemen, zodra iemand migratie niet als zondebok accepteert, zodra iemand klimaat koppelt aan klassenpolitiek, klinkt meteen de beschuldiging van onrealistisch idealisme.
Maar onrealistisch is vooral het systeem dat er nu ligt. Een land waarin mensen geen woning kunnen krijgen, de zorg piept en kraakt, waterbedrijven winst maken op verval, en de rijkdom aan de top blijft groeien alsof de crisis alleen voor anderen geldt. Polanski zegt terecht dat je sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid niet van elkaar kunt losmaken. Dezelfde economische orde die de natuur vernielt, sloopt ook gemeenschappen, arbeidsrechten en publieke voorzieningen. Wie dat uit elkaar trekt, doet precies wat het establishment nodig heeft: de strijd opdelen zodat de macht buiten schot blijft.
Een van zijn sterkste kanten is zijn weigering om gewone mensen te minachten. Mensen die gevoelig zijn voor anti-migratieverhalen zet hij niet weg als dom of moreel verloren. Hij erkent hun woede, hun onzekerheid en hun ervaring dat het land voor velen niet meer werkt. Maar hij weigert die gevoelens in dienst te stellen van racistische politiek. Dat is een wezenlijk verschil. Niet meegaan in reactionaire frames betekent niet dat je sociale wanhoop ontkent. Het betekent dat je de echte verantwoordelijken aanwijst.
Daar ligt ook de zwakte van Labour bloot. Waar Farage openlijk verdeeldheid zaait, probeert Labour diezelfde onderstroom te beheren met nettere woorden en vergelijkbare grenzen. Polanski is daar scherp over, ook omdat Farage in zijn ogen al eerder enorme schade heeft aangericht door mee Engeland uit de EU te trekken en zich nu opnieuw als anti-establishmentfiguur te presenteren terwijl hij alweer jaagt op een volgende ontwrichting, ditmaal rond de NAVO en de Britse veiligheidsorde. Ook op belasting probeert Polanski het frame te kantelen. Tegen het standaardargument dat miljardairs bij hogere belastingen wel zullen vertrekken, zet hij een ander idee van vaderlandsliefde: niet de vlag zwaaien en naar beneden schoppen, maar bijdragen aan de samenleving waarvan je rijkdom afhankelijk is. In die zin wordt belasting bij hem niet alleen een economisch instrument, maar ook een morele en politieke grens. Juist daardoor steekt zijn verhaal scherp af tegen Labour, een partij die ooit sprak namens werkenden maar nu vooral klinkt als beheerder van schaarste. Geen wonder dat zoveel mensen afhaken. Wanneer politiek alleen nog draait om discipline, begrotingsregels en electoraal angstmanagement, blijft er weinig over dat nog op hoop lijkt.
Polanski biedt nog geen volledig uitgewerkt alternatief op elk terrein, en dat hoeft ook niet om politiek relevant te zijn. Wat hij wel biedt, is iets fundamentelers: een taal waarin ongelijkheid weer ongelijkheid mag heten, waarin migratie niet automatisch tot crisis wordt uitgeroepen, en waarin klimaat niet wordt losgezongen van huur, loon, zorg en macht. Dat geldt ook voor zijn positie over Gaza. Als Joodse politicus koppelt hij verzet tegen antisemitisme nadrukkelijk aan verzet tegen islamofobie en aan een onmiskenbare veroordeling van het Israëlische geweld tegen Palestijnen. Juist die combinatie maakt zijn stem relevant, omdat ze weigert mee te gaan in de valse keuze alsof je óf antisemitisme serieus neemt óf opkomt voor Palestijnse levens. Voor Polanski kan dat alleen geloofwaardig samen, en daarin trekt hij een veel helderder morele lijn dan een groot deel van het Britse establishment.
Er zit bovendien nog een andere laag in zijn profiel, en die maakt hem meer dan alleen een scherpe campagnevoerder. Wanneer hij spreekt over zijn partner, die in de palliatieve zorg werkt, wordt ook iets zichtbaar van de morele bron waaruit hij put. Niet alleen liefde en kwetsbaarheid, maar ook respect voor het vaak onzichtbare werk van mensen die een samenleving dagelijks overeind houden zonder podium, status of camera op zich gericht. Juist daardoor sluit die persoonlijke noot aan op zijn politiek: waardigheid, zorg en aandacht voor mensen die zelden centraal staan.
De belangrijkste inzet is dan ook niet of hij de linkse versie van Nigel Farage kan worden. Dat is een mediavraag, geen politieke. De echte vraag is of links eindelijk weer durft te zeggen dat de samenleving niet kapotgaat door mensen onderaan, maar door de concentratie van rijkdom bovenaan. Polanski lijkt dat te begrijpen. En precies daarom krijgt hij nu al de behandeling die elk bruikbaar links figuur vroeg of laat krijgt: sceptisch, kleinerend, wantrouwig, alsof elke duidelijke morele positie eerst door een rechtse douane moet.
Juist daar schuilt ook zijn kans. Want veel mensen voelen allang dat het oude verhaal niet meer werkt. Dat je de klimaatcrisis niet oplost met marktprikkels. Dat je woningnood niet oplost door migranten de schuld te geven. Dat publieke diensten niet herstellen zolang de rijken worden ontzien en de rest tegen elkaar wordt uitgespeeld.
Wat Polanski duidelijk maakt, is in wezen heel eenvoudig: stop met buigen voor een debat dat door rechts is ontworpen. Benoem de vijand waar die werkelijk zit. Kies partij. En durf eindelijk weer een links verhaal te vertellen dat niet om toestemming vraagt.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
