Religieuze leider tussen feestende jongeren op een strand als beeld bij een essay over Amerikaanse onwetendheid, oorlog en imperialisme.
Beeld bij een essay over imperiale afscherming, mediaframing en de luxe om andermans oorlog niet te hoeven kennen.

Het strand, de oorlog en het voorrecht om niets te hoeven weten

“What’s an Ayatollah?” Die ene zin uit de Fox-clip blijft hangen omdat hij tegelijk absurd en onthullend is. Er is iets beklemmends aan zon, alcohol en achteloosheid wanneer elders bommen vallen. Niet omdat mensen op een strand geen plezier mogen hebben. Laat mensen zwemmen, flirten, dronken worden, verdwijnen in hun eigen middag.

Het probleem begint waar achteloosheid politiek wordt. Waar onwetendheid niet gewoon een gebrek is, maar een houding die gedragen wordt door macht. Waar iemand niet weet wat Iran is, niet weet waar Venezuela ligt, niet weet wie er sterft, en toch zonder aarzeling zegt: gooi er maar een bom op.

Dat is ook wat de video zo ongemakkelijk maakt. Het gaat om een clip van iets meer dan drie minuten uit Jesse Watters Primetime, uitgezonden op 24 maart 2026, waarin Fox-producer Johnny Belisario spring breakers in Fort Lauderdale aanspreekt over ICE, Venezuela, Iran en Trump. De montage is duidelijk als spotprent gebouwd: jonge, halfdronken studenten worden een voor een de camera in geduwd tot onwetendheid televisie wordt. Juist die vorm doet ertoe. We kijken niet naar neutrale journalistiek, maar naar een ideologische kermisspiegel waarin domheid wordt uitvergroot, verhandelbaar gemaakt en vervolgens als bewijsstuk rondgaat. Toch valt daarmee het ongemak niet weg. Want zelfs door die cynische montage heen blijft iets zichtbaar: het gemak waarmee mensen, veilig aan de rand van de oceaan, geweld kunnen fantaseren over plekken die voor hen niet meer zijn dan een naam, een meme, een vaag buitenland.

Steun vrheid.nl op Substack

De vraag is dus niet of deze jongeren slimmer moesten zijn. De vraag is wat voor samenleving zulke achteloosheid voortbrengt, en er tegelijk de materiële voorwaarden voor levert. Je kunt je alleen zo onbekommerd van de wereld afkeren als de gevolgen ervan jou zelden rechtstreeks raken. Dat is het privilege van het imperium: niet alleen dat je staat overal kan ingrijpen, maar ook dat jij de rekening meestal niet zelf krijgt.

Wie in Teheran, Beiroet of Basra leeft, kan geopolitiek niet wegdrinken op het strand. Daar komt de geschiedenis je huis in. Daar is buitenlandse politiek geen panelgesprek of contentstroom, maar stroomuitval, schaarste, rouw, angst, verplaatsing. In de Verenigde Staten blijft oorlog voor veel mensen iets abstracts, iets dat zich afspeelt op schermen en kaarten, in cijfers en slogans, ergens buiten beeld. En precies daardoor kan geweld daar klinken als een improvisatie, als een grap, als stoerheid zonder gewicht.

Dat maakt die video meer dan een virale uitglijder. Het is een klein venster op een grotere politieke cultuur. Een cultuur waarin de rest van de wereld verschijnt als decor, en Amerika zelf als vanzelfsprekend middelpunt. Een land is dan geen samenleving met geschiedenis, tegenstellingen, literatuur, arbeiders, kinderen, ouderen, ziekenhuizen en begraafplaatsen, maar een plek waar je een mening over kunt hebben zonder te vragen wie er leeft… en wie er sterft.

Toch is het te makkelijk om hier alleen de spot mee te drijven. Natuurlijk is er iets lachwekkends aan mensen die met grote stelligheid over oorlog praten en tegelijk nauwelijks weten waar landen liggen. Maar spot is goedkoop. Het stelt niets op scherp behalve onze eigen superioriteit. Dan kunnen wij onszelf wijsmaken dat het probleem simpelweg domheid is: een gebrek aan kennis, een beschamend straatinterview. Terwijl de kern dieper zit. Deze onwetendheid is niet toevallig. Ze is meegebouwd in een samenleving die mensen opvoedt als consumenten van beelden, emoties en nationale mythes, niet als deelnemers aan een gedeelde wereld.

Daarom overtuigt ook het liberale antwoord maar half, namelijk dat mensen gewoon beter moeten opletten en zich meer met politiek moeten bezighouden. Alsof meer politieke consumptie automatisch tot meer menselijkheid leidt. Alsof ieder leeg hoofd, eenmaal gevuld met nieuws, vanzelf internationalistisch of vredelievend wordt. Zo werkt het niet. Mensen kunnen heel politiek betrokken zijn en toch racistisch, wraakzuchtig of autoritair denken. We hebben juist gezien hoe gemakkelijk engagement omslaat in ressentiment, complotdenken en digitale kuddevorming. Fascisme groeit niet alleen in onwetendheid, maar ook in een oververhitte informatiesfeer waarin angst, vernedering en vijanddenken permanent worden aangejaagd.

Misschien is het probleem dus niet alleen apathie, maar de vorm waarin politiek nog tot mensen komt. Via clips, feeds, influencers, podcasts en permanente opwinding. Via een machine die niet vraagt om begrip, maar om reflex. Niet om solidariteit, maar om identificatie. Wie sterk oogt, wint. Wie hard praat, lijkt geloofwaardig. Wie een vijand aanwijst, geeft richting aan frustratie. In zo’n klimaat wordt oorlog niet meer besproken als een ramp, maar als content. Buitenlandse politiek wordt een stijl, een pose, een decor voor binnenlandse emotie.

Dat zie je ook in de sprong die in die video zo schokkend snel wordt gemaakt. Eerst is er onwetendheid. Daarna onverschilligheid. Daarna komt het verlangen naar vernietiging. Alsof er maar één stap zit tussen ik weet het niet en bombardeer ze. Alsof onbekendheid met andere mensen hen meteen beschikbaar maakt voor geweld. Dat is misschien wel het donkerste mechanisme hier: niet dat mensen weinig weten, maar dat ze zo weinig relationeel besef hebben dat afwezigheid van kennis direct kan omslaan in ontmenselijking.

En dat is geen individueel defect alleen. Het is ook een les die het rijk zijn burgers dagelijks leert. Jouw leven telt als norm. Jouw veiligheid telt als uitgangspunt. Jouw verdriet krijgt namen, foto’s, monumenten en aandacht. Het verdriet van anderen verschijnt hooguit als achtergrondruis, als jammer detail, als collateral damage. Zo wordt de wereld hiërarchisch verdeeld, niet alleen in beleid en media, maar ook in gevoel. Sommige levens gelden vanzelf als volledig menselijk. Andere levens moeten eerst door de grenscontrole van empathie. Dat is hoe racisme op wereldschaal werkt: niet altijd via open haat, maar via de georganiseerde gewoonte om sommige doden minder zwaar te laten wegen dan andere.

Daarom is het ook niet genoeg om te zeggen dat deze jongeren apolitiek zijn. Ze zijn niet buiten de politiek gevallen. Ze zijn gevormd door een heel politieke orde die hen heeft geleerd dat de wereld er vooral is als uitbreiding van hun eigen horizon. Wat buiten de eigen consumptieruimte valt, blijft vaag. Wat niet meteen terugkomt in benzineprijzen, banen of nationale trots, wordt bijzaak. Dat is geen afwezigheid van ideologie. Dat is ideologie in haar meest succesvolle vorm: zo vanzelfsprekend geworden dat ze onzichtbaar lijkt.

Tegelijk moeten we oppassen voor een omgekeerde gemakzucht. Hoogopgeleid zijn is geen morele categorie. Een diploma maakt niemand onschuldig. Ook de bestuurlijke en intellectuele elites van het Westen hebben oorlogen gelegitimeerd, bezettingen verdedigd en massaal geweld in nette taal verpakt. Wie macht heeft, leert vaak niet om beter te kijken, maar om efficiënter weg te kijken. Het verschil is dus niet simpelweg dat de ene kant boeken leest en de andere kant niet. Het verschil is ook dat de ene kant zich veel meer onwetendheid kan permitteren.

Mensen in landen die onder druk staan, onder sancties leven of de gevolgen van oorlog dragen, krijgen zelden de luxe om geopolitiek als achtergrondruis te behandelen. Daar is de wereld geen quizvraag. Daar bepaalt de wereld of er medicijnen zijn, of de elektriciteit uitvalt, of familie nog veilig thuis kan komen. Onwetendheid is daar geen ontspannen levenshouding, maar een risico. In het hart van een imperium is dat anders. Daar kan politieke onverschilligheid zelf een privilege worden.

Misschien is dat de echte betekenis van die strandbeelden. Niet dat een paar dronken jongeren iets doms zeggen, maar dat hun domheid meteen bruikbaar wordt in een groter mediaspel. De clip werd in een paar dagen tijd breed gedeeld buiten Fox zelf, juist omdat hij tegelijk lachwekkend en verontrustend was. In de reacties verschoof de discussie dan ook snel van die individuele studenten naar de vraag wat de video eigenlijk blootlegt: een cultuur van imperiale afscherming, of simpelweg de voorspelbare leegte van een door media geënsceneerd straatinterview. Dat die twee lezingen naast elkaar konden bestaan, zegt op zichzelf al iets. Een orde waarin geweld ver weg georganiseerd wordt, terwijl comfort dichtbij blijft, produceert niet alleen onwetendheid maar ook formats die die onwetendheid uitbaten. Democratie wordt naar binnen toe gevierd, terwijl vernietiging naar buiten toe wordt uitbesteed. En wanneer burgers daar niets van hoeven te voelen, wordt ook democratische controle een decorstuk: verkiezingen voor binnenlands gebruik, oorlogen voor export.

Daarmee verschuift de vraag. Niet: hoe krijgen we iedereen zover dat ze permanent geopolitiek nieuws volgen? Niet: hoe maken we van elk strand een seminarzaal? De online discussie rond de clip liet precies die spanning zien. Sommigen lazen er vooral burgerlijke onverschilligheid in; anderen wezen erop dat de Verenigde Staten zo machtig en afgeschermd zijn dat veel burgers zich de luxe kunnen permitteren niets te weten over de ravage die hun staat elders aanricht. Die tweede lezing raakt iets wezenlijks. Hoe doorbreek je de morele afstand die mensen leert dat wat in hun naam gebeurt niet echt van hen is?

Dat begint misschien met iets kleins en lastigs tegelijk. Met weigeren om geweld als stoere oneliner te behandelen. Met het besef dat ik weet het niet een eerlijke zin kan zijn, maar het kan me niet schelen bijna altijd een politieke keuze is. Met onderwijs, media en publieke taal die andere delen van de wereld niet pas zichtbaar maken zodra er een strategisch belang of spectaculair oorlogsbeeld aan vastzit.

En het begint ook met een ongemakkelijke erkenning: dat het Westen, en de Verenigde Staten in het bijzonder, niet alleen macht exporteert maar ook gevoelloosheid. Niet overal even expliciet, niet altijd in dezelfde vorm, maar wel als basishouding. Alsof de wereld uiteindelijk bestaat uit zones van belang en zones van verwaarlozing. Alsof sommige mensen geschiedenis maken en anderen alleen de gevolgen ondergaan. Dat is de morele infrastructuur van imperialisme: elders mogen samenlevingen breken zodat hier het idee van normaliteit overeind blijft.

Wie die video ziet en alleen lacht, mist dus iets. Wie hem ziet en alleen morele superioriteit voelt ook. Interessanter is de vraag welke structuren hier hoorbaar worden in dat dronken gebrabbel. Welke lessen over macht, afstand en menselijkheid daar ongemerkt doorheen praten. Want precies daar, in de luchtigheid waarmee over vernietiging wordt gesproken, hoor je hoe een rijk zichzelf begrijpt: als centrum, als norm, als partij die zelden hoeft terug te kijken.

En misschien is dat uiteindelijk waar verzet moet beginnen. Niet bij de illusie dat iedereen alles moet weten, maar bij de eenvoudige, veeleisende gedachte dat andere mensen echt zijn. Dat hun levens niet lichter wegen omdat ze verder weg wonen. Dat een oorlog die in jouw naam wordt gevoerd ook jouw zaak is, of je nu op een strand ligt of niet.

Solidariteit begint niet bij expertise. Ze begint bij de weigering om andermans vernietiging als achtergrondruis te accepteren. Bij het besef dat onverschilligheid nooit neutraal is, zeker niet in het hart van een rijk. En bij de keuze om de wereld niet te bekijken vanuit het comfort van wie beschermd wordt, maar vanuit het leven van wie de klappen opvangt. Pas daar wordt politiek weer iets anders dan spektakel. Pas daar kan een publiek ontstaan dat niet alleen stemt of consumeert, maar verantwoordelijkheid draagt.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou