Donald Trump heeft zijn politieke macht gebouwd op een eenvoudige maar effectieve overtuiging: als je sterk genoeg beweert dat iets waar is, kun je anderen dwingen zich naar jouw werkelijkheid te gedragen. Verkiezingen die hij verloor waren gestolen. Economische tegenvallers waren verzinsels. Tegenstanders waren criminelen, journalisten leugenaars en ambtenaren die hem tegenspraken verraders.
Die methode heeft hem ver gebracht. Verder misschien dan vrijwel iedere Amerikaanse president vóór hem. Maar een afgevuurde raket kun je niet terugpraten naar het magazijn.
De oorlog tegen Iran, inmiddels bijna een half jaar oud, legt daarmee meer bloot dan een militair probleem. Trump beschikt over enorme macht, maar niet over almacht. De Verenigde Staten beschikken over een ongekend militair apparaat, maar niet over oneindige voorraden. En de Republikeinse beweging heeft zich grotendeels rond één man georganiseerd, maar dat betekent nog niet dat iedere Republikein bereid is samen met hem politieke schade op te lopen.
Zolang slecht nieuws kan worden ontkend, tegenstanders kunnen worden geïntimideerd en partijgenoten meer te vrezen hebben van Trump dan van hun eigen kiezers, blijft de sterke leider sterk. Maar oorlog heeft voorraden, slachtoffers, rekeningen en verkiezingen. Op een gegeven moment moet iemand die rekening betalen. Precies daar raken de twee problemen elkaar: Trump ontdekt dat hij de werkelijkheid niet kan commanderen, terwijl Republikeinen moeten beslissen hoeveel politieke schade ze bereid zijn te dragen om te blijven doen alsof hij dat wel kan.
Een oorlog die zich niet laat commanderen
Trump houdt van deadlines. Een tegenstander krijgt een paar dagen om toe te geven, daarna volgt de zwaarste aanval ooit. De vijand zal capituleren, er komt een historische overeenkomst en Trump verklaart zichzelf winnaar. Het is de taal van iemand die politiek beschouwt als een onderhandeling waarin degene die het hardst dreigt uiteindelijk zijn zin krijgt.
Iran blijkt zich daar weinig van aan te trekken. Maanden nadat Amerikaanse bommen voor het eerst op Teheran vielen, heeft Trump verschillende keren met nieuwe escalatie gedreigd zonder de beslissende overwinning te bereiken die hij zijn achterban heeft beloofd. Dat is vervelend voor een president die zichzelf graag presenteert als de man voor wie andere leiders onmiddellijk buigen. Maar inmiddels wordt een fundamenteler probleem zichtbaar: Amerikaanse wapens raken op.
Reuters meldde op 4 augustus dat het Amerikaanse leger tijdens de oorlog vrijwel zijn gehele beschikbare voorraad van bepaalde langeafstandsprecisieraketten heeft verbruikt. Het probleem gaat verder dan één type wapen. Ook voor Patriot- en THAAD-interceptors en Tomahawk-kruisraketten zijn de voorraden fors geslonken. Sommige daarvan kunnen niet in een paar maanden worden aangevuld; het opvoeren van de productie kost jaren.
Iedere raket die boven Iran wordt afgevuurd, kan bovendien niet meer worden ingezet in een conflict met China of Rusland. Dat klinkt bijna banaal, maar het is precies de rekensom waar militaire planners voor staan. De Verenigde Staten voeren niet alleen de oorlog van vandaag. Ze houden voorraden aan voor oorlogen die misschien nooit komen, maar waarop het Pentagon wel voorbereid wil zijn. Volgens bronnen rond de Amerikaanse regering bestaat inmiddels de vrees dat het verbruik in Iran het vermogen van de VS aantast om grote tegenstanders als China en Rusland af te schrikken.
Oorlog maakt zo zichtbaar wat politieke retoriek kan verbergen. Zelfs een militaire supermacht moet kiezen.
Trump heeft jarenlang laten zien hoeveel werkelijkheid met politieke macht kan worden vervormd. Wanneer een president voortdurend beweert dat verkiezingen zijn gestolen, gaan miljoenen mensen dat geloven. Wanneer kritische media consequent tot vijand worden verklaard, kan ieder onwelgevallig bericht worden afgedaan als propaganda. Wanneer Republikeinse politici weten dat kritiek hun carrière kan beëindigen, ontstaat een omgeving waarin steeds minder mensen de leider nog tegenspreken.
Een magazijn werkt anders. Het is vol of het is leeg. Een fabriek kan een bepaalde hoeveelheid wapens produceren, hoeveel presidentiële woede je er ook tegenaan gooit. Volgens de topman van Rheinmetall, een van Europa’s grootste wapenproducenten, zal het veel langer dan twee jaar duren voordat de Amerikaanse ATACMS-voorraden weer zijn aangevuld.
Daar ligt de politieke betekenis van de Amerikaanse wapenschaarste. De Amerikaanse militaire macht is daarmee natuurlijk niet ineens gebroken. Maar hier verschijnt wel een grens waar Trumps gebruikelijke methode niet werkt. Hij kan een journalist een leugenaar noemen, een generaal ontslaan of een minister vernederen. Geen van die dingen produceert een nieuwe raket.
Dat raakt Trump op een gevoelige plek. Zijn politieke persona draait niet alleen om macht, maar om winnen: de overtuiging dat hij sterker onderhandelt, betere deals sluit en tegenstanders uiteindelijk laat buigen. Een oorlog die maanden doorgaat zonder de beloofde overwinning raakt daarom meer dan zijn buitenlands beleid. Hij knaagt aan het verhaal waarop zijn macht mede rust.
Wanneer slecht nieuws verraad wordt
Dan ontstaat voor een politieke beweging die rond één leider is gebouwd een lastig probleem: wie vertelt hem dat?
Volgens berichtgeving liep een bijeenkomst op Camp David uit op een harde confrontatie over het verloop van de oorlog en de toestand van de Amerikaanse wapenvoorraden. Trump en defensieminister Pete Hegseth ontkenden vervolgens dat er een capaciteitsprobleem bestond. Trump richtte zijn woede ondertussen op degenen die informatie over de tekorten naar buiten zouden hebben gebracht. Hij dreigde de verantwoordelijken op te sporen en sprak over lange gevangenisstraffen.
Daar wordt iets zichtbaar wat verder gaat dan Trumps temperament. Slecht nieuws wordt binnen zo’n bestuur niet behandeld als informatie waarmee beleid kan worden aangepast, maar als een aanval op de leider. Degene die een probleem benoemt, loopt het risico zelf het probleem te worden.
Opvallend is dat die vraag inmiddels ook openlijk op Nederlandse redacties wordt gesteld.Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok schreef eerst dat zijn redactie bij een onbevestigde aankondiging van Trump niet simpelweg diens versie wilde overnemen: de krant wilde geen propaganda verspreiden. Een paar dagen later schreef hij opnieuwover de moeilijkheid van journalistiek bedrijven tegenover een president die de nieuwsstroom voortdurend vult met dreigementen, claims en aankondigingen.
Dat klinkt misschien als gewone journalistieke voorzichtigheid. Maar jarenlang heeft precies hier een probleem gezeten. Een president zegt iets, zijn tegenstanders spreken hem tegen en de journalist presenteert beide uitspraken alsof de waarheid ergens keurig in het midden moet liggen. Alleen: een aantoonbaar onjuiste bewering wordt geen mening omdat een president haar uitspreekt. Wie een leugen naast de feiten zet alsof het twee gelijkwaardige lezingen van dezelfde werkelijkheid zijn, controleert de macht niet. Die helpt haar verhaal verspreiden.
Ook het recht stelt in theorie zo’n grens. Dat werd onlangs bijna karikaturaal zichtbaar rond de Reflecting Pool in Washington. Aanklager Jeanine Pirro, jarenlang een uitgesproken bondgenoot van Trump, stond begin juli nog voor de camera’s te verkondigen dat haar kantoor over “tremendous evidence” beschikte tegen voormalig olympisch kanoër David Hearn. Ze zei dat aanklagers konden bewijzen dat hij de pool had beschadigd.
Een maand later lag de werkelijkheid anders. Nieuwe informatie wees erop dat de schade niet door vandalisme was veroorzaakt, maar door een gebrekkige installatie van de nieuwe bekleding. Pirro liet de zaak vallen. Trump bedankte zijn loyale aanklager niet omdat zij haar oordeel aan het bewijs had aangepast. Hij viel haar publiekelijk aan, zei dat ze had “choked” en drong erop aan de zaak opnieuw te bekijken.
Precies daar wordt loyaliteit interessant. Pirro kon jarenlang loyaal zijn aan Trump, maar die loyaliteit bleek niet wederkerig zodra haar professionele oordeel botste met zijn verhaal. Voor Trump was niet langer de vraag wat het bewijs aantoonde, maar waarom zijn eigen aanklager niet meer bereid was zijn versie van de werkelijkheid juridisch overeind te houden.
In een personalistisch systeem stroomt loyaliteit vooral omhoog. Bescherming stroomt lang niet altijd terug.
Nog ongemakkelijker wordt het wanneer dezelfde juridische maatstaf dichter bij Trump zelf komt. Vicepresident J.D. Vance heeft zelf benadrukt dat een beschuldiging niet hetzelfde is als schuld en dat bewijs ertoe doet. Dat klinkt vanzelfsprekend, totdat je bedenkt wie er naast hem in het Witte Huis zit.
Trump is immers niet alleen door politieke tegenstanders van strafbare feiten beschuldigd. Een jury in New York heeft hem op 34 aanklachten schuldig bevonden aan het vervalsen van bedrijfsadministratie. Vance behandelt die vervolging juist als politieke lawfare.
Daar verschijnt een merkwaardige dubbele standaard. Recht en orde worden als harde, bijna absolute principes gepresenteerd wanneer de staat optreedt tegen migranten, demonstranten of politieke tegenstanders. Zodra dezelfde rechtsorde de leider raakt, verandert een strafzaak in politieke vervolging en wordt een veroordeling bewijs dat het systeem corrupt is.
Dat is geen klein detail in Trumps manier van regeren. Een personalistisch systeem vraagt niet alleen loyaliteit aan een leider, maar steeds vaker ook loyaliteit aan diens versie van de werkelijkheid. De journalist moet zijn bewering serieus nemen omdat hij president is. De aanklager moet de juiste vijand vervolgen. De minister moet vertellen dat de oorlog goed verloopt. En degene die zegt dat de raketten opraken, wordt verdacht omdat hij het heeft gezegd.
Bij oorlog zijn de gevolgen daarvan aanzienlijk groter. Een regering waarin ministers, generaals en ambtenaren leren dat slecht nieuws hun positie bedreigt, wordt niet sterker doordat iedereen dezelfde leider gehoorzaamt. Ze wordt slechter in het waarnemen van haar eigen problemen. Een lege voorraad blijft leeg, ook wanneer niemand het nog hardop durft te zeggen.
De president van vrede voert oorlog
Voor Trump komt daar een politieke tegenstelling bovenop die veel dichter bij het dagelijks leven van Amerikanen ligt.
Hij heeft jarenlang geprofiteerd van oorlogsmoeheid. Washington, vertelde hij zijn achterban, werd bestuurd door elites die miljarden dollars verspilden aan eindeloze oorlogen terwijl gewone Amerikanen daarvoor de rekening betaalden. Hij zou anders zijn. Hij zou oorlogen beëindigen, deals sluiten en Amerika niet langer de politieagent van de wereld laten spelen.
Nu voert juist hij een langdurige oorlog in het Midden-Oosten. En oorlog blijft nooit netjes waar de bommen vallen. Amerikanen merken haar aan de benzinepomp. Ze zien miljarden naar het Pentagon gaan terwijl boodschappen, wonen en andere dagelijkse kosten hoog blijven. Republikeinse politici moeten hun kiezers ondertussen uitleggen waarom opnieuw tientallen miljarden nodig zijn voor militaire operaties waarvan het einde moeilijk zichtbaar is.
Daar krijgt de oorlog een klassenkant die in Washington gemakkelijk verdwijnt achter woorden als veiligheid, paraatheid en nationale belangen. Wapenproducenten ontvangen nieuwe opdrachten, defensiebudgetten groeien en aandeelhouders kunnen profiteren, terwijl huishoudens hogere energie- en transportkosten voelen. Niet iedereen betaalt dezelfde rekening en niet iedereen verdient eraan.
Voor een president die beloofde Amerika uit eindeloze oorlogen te houden, wordt dat een steeds ongemakkelijker verhaal. Zeker omdat veel mensen die op Trump stemden dat niet deden omdat ze droomden van een nieuwe oorlog met Iran, maar omdat ze vonden dat hun eigen leven te duur, te onzeker of te weinig gezien werd. Daar begint buitenlandse politiek ineens bij het tankstation.
Hoe loyaal zijn Republikeinen wanneer loyaliteit duur wordt?
Hier verschijnt de tweede grens aan Trumps macht. Niet in een rakettenmagazijn, maar in zijn eigen partij.
Wie alleen naar de Republikeinse achterban kijkt, ziet voorlopig weinig reden om het einde van MAGA uit te roepen. Trump heeft nog altijd een buitengewoon sterke positie binnen de partij. Een ruime meerderheid van de Republikeinen steunt zijn presidentschap en ook zijn aanpak van Iran krijgt binnen de partij veel meer steun dan onder onafhankelijke en Democratische kiezers.
Iedere voorspelling van een naderende Republikeinse opstand moet dus met wantrouwen worden bekeken. We hebben dat verhaal vaker gehoord en Trump heeft het vaker overleefd.
Maar onder die hoge totaalcijfers beweegt wel iets. In een nationale peiling van Marquette uit mei keurde 77 procent van de Republikeinen Trumps functioneren als president goed. Dat is nog altijd een grote meerderheid, maar tien procentpunt minder dan een jaar eerder. Vooral rond economie en kosten van levensonderhoud zijn de cijfers veel zwakker. Slechts 45 procent van de Republikeinen keurde zijn aanpak van inflatie en dagelijkse kosten goed; bij benzineprijzen lag dat op 38 procent.
Ook Iran laat hetzelfde dubbele beeld zien. In die peiling steunde 67 procent van de Republikeinen Trumps aanpak van de oorlog. Dat is stevig, maar aanzienlijk minder dan zijn steun binnen de partij op onderwerpen als grensbewaking en immigratie.
Dat onderscheid doet ertoe. Politieke loyaliteit verdwijnt zelden op een dinsdagochtend omdat kiezers collectief tot nieuwe inzichten komen. Mensen kunnen Trump als president blijven steunen en tegelijkertijd ontevreden zijn over hun boodschappenrekening, benzineprijs of een oorlog die maar doorgaat. Ze kunnen zichzelf nog steeds Republikein of MAGA noemen terwijl hun enthousiasme afneemt. En verkiezingen worden niet uitsluitend door de trouwste aanhangers beslist.
MAGA kan Trump trouw blijven en Republikeinen toch zetels kosten
Voor een deel van de Republikeinse achterban is Trump meer dan een president. Hij is een politieke identiteit geworden. Een aanval op hem voelt gemakkelijk als een aanval op de mensen die zich jarenlang door Washington, media en culturele elites vernederd of genegeerd hebben gevoeld. Die harde kern kan buitengewoon loyaal blijven, zelfs wanneer zijn populariteit daarbuiten wegzakt.
Maar Republikeinse kandidaten hebben meer mensen nodig dan die harde kern. Ze hebben ook gematigder Republikeinen nodig, onafhankelijke kiezers en mensen die vooral stemmen vanuit hun zorgen over economie, belastingen, migratie of veiligheid.
Trump hoeft zijn MAGA-basis dus niet kwijt te raken om de Republikeinse Partij electorale schade te bezorgen. Hij hoeft alleen genoeg mensen buiten die basis af te stoten.
Op 3 november kiezen Amerikanen een nieuw Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaat. De Republikeinse marges zijn klein. In zo’n situatie kan een beperkte verschuiving onder onafhankelijke of minder ideologisch gebonden kiezers het verschil maken tussen regeren en verliezen.
Voor Republikeinse politici ontstaat daardoor een rekensom die jarenlang nauwelijks bestond. Te weinig loyaliteit aan Trump kan een MAGA-tegenstander tijdens de voorverkiezingen opleveren, gevolgd door presidentiële vernedering op sociale media en het verwijt dat je een verrader bent. Te veel loyaliteit kan dezelfde politicus bij de algemene verkiezingen onafhankelijke en gematigde kiezers kosten.
Dat is een ander soort angst. Politieke bewegingen beginnen vaak niet te veranderen wanneer iedereen plotseling in opstand komt, maar wanneer mensen voorzichtig beginnen uit te rekenen hoeveel afstand ze zich kunnen veroorloven.
Niemand wil als eerste vertrekken
Zelfs voorzitter van het Huis Mike Johnson, een van Trumps trouwste bondgenoten, kan niet doen alsof Iran politiek onbelangrijk is. Republikeinen gingen het zomerreces in na verschillende nederlagen in het Congres en met groeiende zorgen over november. Interne verdeeldheid bemoeilijkt begrotingsplannen, terwijl de partij tegelijkertijd tientallen miljarden extra voor defensie en de oorlog moet verantwoorden.
Veelzeggend was hoe de Republikeinse begrotingsvoorzitter Jodey Arrington in juli over tientallen miljarden aan extra militaire uitgaven sprak zonder de woorden oorlog, conflict of Iran te gebruiken. Hij had het liever over militaire paraatheid. Politici vermijden zelden woorden omdat die woorden electoraal goed liggen.
Toch zou het een vergissing zijn om iedere voorzichtige formulering als het begin van een breuk met Trump te behandelen. Daarvoor heeft hij de Republikeinse Partij te grondig veranderd. Veel politici danken hun positie aan zijn beweging. Conservatieve media, activistische organisaties, donornetwerken en miljoenen kiezers zijn jarenlang rond hem georganiseerd. Bovendien bestaat er nauwelijks nog een georganiseerd Republikeins alternatief.
Waarheen zouden ze moeten terugkeren? Naar de partij van George W. Bush en de oorlogen waartegen MAGA zich juist afzette? Naar het economische libertarisme van vóór Trump? Naar een gematigder conservatisme waarvoor binnen de huidige partij nauwelijks een machtsbasis bestaat?
Trump heeft niet alleen tegenstanders uit de partij verdreven. Hij heeft ook veel mogelijke alternatieven uitgehold. Daardoor kan een merkwaardige situatie ontstaan: Republikeinse politici kunnen steeds sterker vermoeden dat Trump hun zetel in gevaar brengt terwijl bijna niemand er belang bij heeft als eerste openlijk afstand van hem te nemen.
En zelfs wanneer die afstand uiteindelijk ontstaat, betekent dat nog geen afscheid van Trumpisme. Een politicus kan genoeg krijgen van Trump als electorale last en tegelijkertijd zijn migratiepolitiek, aanvallen op instituties, economische agenda en autoritaire taal grotendeels behouden.
Misschien is dat wel een van zijn belangrijkste politieke erfenissen: een partij die hem persoonlijk ooit minder nodig kan hebben omdat zij zijn taal inmiddels zelf spreekt.
Wanneer de angst van richting verandert
Dat alles maakt Trump niet zwak. Hij blijft president van de Verenigde Staten. Hij beschikt over een immens staatsapparaat, vergaande bestuurlijke bevoegdheden, een grotendeels loyale partij en miljoenen toegewijde aanhangers. Zijn regering kan mensen deporteren, instellingen ontmantelen, oorlog voeren en het dagelijks leven van miljoenen mensen veranderen.
Zelfs een nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen zou die macht niet vanzelf breken. Trump kan kiezers verliezen en tegelijk zijn greep op de Republikeinse Partij en het uitvoerende staatsapparaat grotendeels behouden.
Een autoritaire leider wordt bovendien niet vanzelf minder gevaarlijk wanneer zijn populariteit daalt. Het omgekeerde kan gebeuren. Wanneer overtuigen moeilijker wordt, groeit de verleiding om te dwingen. Wanneer bondgenoten twijfelen, wordt loyaliteit belangrijker. Wanneer slecht nieuws zich opstapelt, worden de mensen die het brengen gemakkelijker tot vijanden verklaard.
Precies daarom is het te eenvoudig om naar de lege rakettenmagazijnen te kijken en te zeggen dat Trump tegen zijn grenzen aanloopt. De interessantere vraag is wat hij doet wanneer hij die grenzen tegenkomt, en wat de mensen rondom hem vervolgens doen.
Jarenlang hoefde een Republikeinse politicus maar één rekensom te maken: wat kost het mij als ik Trump tegenspreek? Die angst is niet verdwenen. Zijn achterban blijft loyaal en zijn greep op de partij groot.
Maar naast die oude rekensom verschijnt langzaam een nieuwe: wat kost het mij als ik hem blijf volgen?
Dat is nog geen Republikeinse opstand en misschien komt die er helemaal niet. Een partij kan afstand nemen van een impopulaire leider en ondertussen zijn autoritaire politiek behouden. Trumpisme kan zelfs langer leven dan Trump.
Maar voor een beweging die jarenlang heeft gedraaid op de zekerheid dat de leider altijd wint, is twijfel op zichzelf al gevaarlijk. Een raketvoorraad kan leegraken. Een oorlog kan langer duren dan beloofd. Een journalist kan besluiten een bewering eerst te controleren in plaats van haar als nieuws door te geven. Een aanklager kan vaststellen dat het bewijs er niet is. Een kiezer kan bij de benzinepomp besluiten dat hij genoeg heeft betaald.
En ergens in Washington zit dan een Republikein naar zijn eigen peilingen te kijken. Niet met de vraag of Trump gelijk heeft, maar met de vraag hoeveel loyaliteit hij zich nog kan veroorloven.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
