Vrouw met koffer staat voor een Amsterdamse woning met een te koop-bord in het raam, naast een fiets en een hond op straat.
Als wonen een investering wordt, raakt blijven wonen steeds nauwer verbonden met blijven verdienen.

Waarom moeten we werken om te mogen wonen?

“Banen bestaan niet dankzij rijke mensen.”

Het klinkt als een provocatie. Dat is het ook. Maar wie de zin meteen wegzet als overdreven, mist waar hij pijn doet. Mensen hebben altijd gewerkt. Er moest altijd gezorgd, gebouwd, verbouwd, gekookt, gedragen en gedeeld worden. Maar dat is niet hetzelfde als een baan.

Een baan is werk binnen een systeem waarin je moet verdienen om te mogen bestaan. Waar wonen, eten en zorg afhangen van inkomen. Dat systeem is niet uit de lucht komen vallen. Het is gemaakt, verdedigd en steeds opnieuw aangepast aan de belangen van wie bezit heeft.

Steun vrheid.nl op Substack

Vaak wordt dat verhaal verteld aan de hand van Engeland en de enclosures, toen gemeenschappelijke grond werd afgesloten en mensen hun toegang tot bestaan verloren. Maar je hoeft niet terug naar de 18e eeuw om te zien hoe dat werkt. Je kunt ook gewoon door Amsterdam lopen.

Wat ooit een stad was om in te wonen, wordt steeds meer een stad om in te investeren. Sociale huurwoningen verdwijnen of worden verkocht. Wijken veranderen in bouwplaatsen voor dure appartementen. Huren stijgen harder dan inkomens. Starters blijven hangen, gezinnen vertrekken, en wie geen buffer heeft, wordt afhankelijker van elke euro die binnenkomt.

De stad verandert niet zomaar. Er wordt aan verdiend.

Nieuw onderzoek van ABN Amro laat zien hoe concreet dat verschil wordt. Huurders zijn structureel een groter deel van hun inkomen kwijt aan wonen dan kopers. Bij woningeigenaren ligt de woonlastenratio rond de 20 tot 28 procent, bij huurders in de vrije sector en middenhuur rond de 28 tot 38 procent. Vooral jonge huurders in steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht raken verder klem. Zij betalen meer per vierkante meter en komen vaak alleen nog binnen door kleiner te wonen. Dat is de nieuwe tweedeling: wie al bezit heeft, ziet zijn positie beschermd; wie moet huren, betaalt meer voor minder zekerheid.

Juist in zo’n stad klinkt soms de verzuchting: waar zijn de nieuwe Van Eeghens, de superrijken die iets terugdoen voor Amsterdam? Het is een begrijpelijke vraag, zeker in een stad waar rijkdom steeds zichtbaarder wordt en armoede steeds beter verstopt moet blijven. Maar ze blijft ook gevaarlijk beperkt. Want zodra publieke ruimte afhankelijk wordt van particuliere gulheid, wordt democratie vervangen door liefdadigheid. Dan beslist niet de stad samen wat nodig is, maar degene met het grootste vermogen wat hij mooi, nuttig of eervol vindt. Een park kan ooit als geschenk zijn begonnen, maar bestaanszekerheid mag nooit afhankelijk worden van de goedheid van bezitters. Die hoort democratisch afgedwongen, eerlijk verdeeld en publiek beschermd te worden.

Juist daarom is de vergelijking met de oude commons belangrijk. In Nederland is grond allang geen commons meer zoals in het Engeland van de enclosures. Maar het principe is herkenbaar: toegang tot bestaansmiddelen wordt schaars gemaakt en verhandelbaar gemaakt. Een woning is dan niet langer vanzelfsprekend een basis om vanuit te leven. Zij wordt een product waarop rendement moet worden gehaald.

Dat heeft directe gevolgen voor werk. Wie een groot deel van het inkomen kwijt is aan huur of hypotheek, heeft minder ruimte om nee te zeggen. Minder ruimte om te kiezen. Minder ruimte om te rusten. Werk wordt dan geen manier om bij te dragen, maar een noodzaak om niet te vallen.

Je ziet het ook in de taal waarmee over arbeid wordt gesproken. Mensen moeten worden “geactiveerd”. Ze moeten “participeren”. Ze moeten “meedoen”. Uitkeringen worden strenger. Controle neemt toe. Er wordt gekeken of iemand wel genoeg solliciteert, genoeg inzet toont, genoeg discipline heeft.

Maar de belangrijkste vraag blijft meestal buiten beeld: waarom is toegang tot leven zo afhankelijk gemaakt van betaalde arbeid?

De denker David Harvey noemt dit “accumulation by dispossession”: accumulatie door onteigening. Niet alleen land, maar ook publieke voorzieningen, zorg, kennis en woonruimte worden de markt in getrokken. Wat je in Amsterdam ziet, is daar geen bijzaak van, maar een directe uitdrukking. De stad verkoopt grond. Projectontwikkelaars bouwen voor rendement. Investeerders kopen woningen op. Ondertussen wordt bestaanszekerheid individueler, kwetsbaarder en duurder.

Het harde gevolg is juist zo hard omdat het gewoon is gaan lijken. Niet werken wordt steeds minder een optie. Niet omdat mensen niet willen werken, maar omdat ze niet meer zonder kunnen. Daar raakt die oorspronkelijke uitspraak aan iets echts. Banen bestaan niet omdat rijke mensen ze uit vrijgevigheid creëren. Banen worden noodzakelijk in een systeem waarin toegang tot leven achter een prijskaartje zit, en dat prijskaartje steeds verder oploopt.

Zelfs rust wordt geprivatiseerd. Wie uitgeput raakt, krijgt geen kortere werkweek, lagere huur of sterkere publieke voorzieningen, maar een cursus time management of een mindfulness-app. Alsof het probleem in het individu zit, niet in de structuur die mensen uitput.

Toch kan het anders. Finland laat dat zien. Daar werd dakloosheid niet aangepakt door mensen eerst te laten bewijzen dat ze “klaar” waren voor een woning. De volgorde werd omgedraaid: eerst een huis, daarna begeleiding. Wonen werd niet behandeld als beloning voor goed gedrag, maar als voorwaarde om weer grip te krijgen op je leven.

Die aanpak heet Housing First en vertrekt vanuit een eenvoudig inzicht: wie geen veilige plek heeft om te slapen, kan nauwelijks herstellen, plannen maken, werk zoeken, schulden aanpakken of zorg toelaten. Een sleutel is dan geen luxe. Het is het beginpunt.

Finland wist dakloosheid jarenlang sterk terug te dringen. Sinds 1986 daalde het aantal dakloze mensen daar fors. Vanaf 2008 werd Housing First de kern van het beleid. In 2024 steeg dakloosheid voor het eerst in jaren weer, mede door hogere kosten en bezuinigingen op ondersteuning. Juist dat maakt de les scherper: het werkt alleen zolang wonen werkelijk als publieke verantwoordelijkheid wordt behandeld.

Voor Amsterdam is dat geen detail. Het laat zien dat dakloosheid geen noodlot is. En dat bestaanszekerheid niet begint bij strengere controle, maar bij toegang tot wat mensen nodig hebben om niet te breken.

Daarmee zijn we terug bij dezelfde beweging, maar dan in hedendaagse vorm. Wat ooit gemeenschappelijk was, wordt schaars gemaakt. Wat ooit gedeeld werd, wordt verkocht. Wat ooit leven was, wordt werk.

De vraag is dus niet of mensen willen werken. De vraag is waarom werk de voorwaarde is geworden om überhaupt te mogen bestaan. En misschien nog scherper: van wie is de stad nog, als je er alleen mag blijven wonen zolang je blijft verdienen?

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou