Politicus aan een talkshowtafel met publiek op de achtergrond, tijdens een gesprek over persoonlijke verhalen en politieke macht.
Aan de talkshowtafel wordt beleid vaak persoonlijk gemaakt, terwijl de machtsvragen buiten beeld raken.

De VVD verkoopt geen beleid, maar geruststelling

Er zit een politicus aan tafel. Dilan Yeşilgöz, VVD-leider, glas water binnen handbereik, licht op het gezicht, nette zinnen in een rustige toon. De vraag gaat over beleid, maar het antwoord begint ergens anders: bij thuis, bij ouders, bij vlucht, verlies, hard werken, niet zeuren, doorgaan.

Soms zit het verhaal in een paar zinnen, soms in een voorwerp dat met de jaren van betekenis verandert. Een tas bijvoorbeeld. Eerst was er het verhaal van een simpele draagtas. Jaren later, na een cursus storytelling, werd dat in de vertelling de designertas van haar oma, waarin haar moeder tijdens de vlucht al hun bezittingen bij zich had. Meer hadden ze niet. De presentator knikt. De camera blijft hangen. Even lijkt politiek geen strijd om macht, geld en grenzen, maar een persoonlijk verhaal dat om vertrouwen vraagt.

Precies daar begint het probleem. Niet omdat persoonlijke verhalen niet echt kunnen zijn, en ook niet omdat politici geen geschiedenis hebben. Maar omdat macht allang heeft geleerd dat een goed verteld verhaal zachter landt dan een harde maatregel. Wie bezuinigingen wil verkopen, moet warm klinken. Wie grenzen wil sluiten, moet eerst nabijheid oproepen. Wie ongelijkheid bestuurbaar wil maken, moet doen alsof het om karakter gaat. Politiek wordt dan geen botsing van belangen, maar een verkoopgesprek. En de VVD heeft dat verkoopgesprek jarenlang beter gevoerd dan bijna iedereen.

Steun vrheid.nl op Substack

Aan de talkshowtafel begint de verkoop

De talkshowtafel doet alsof zij spontaan is. Alsof daar, tussen de koffiemok en de ingestudeerde verontwaardiging, het publieke debat vanzelf ontstaat. Maar aan die tafel verschijnt niemand zomaar. Niet de minister, niet de fractievoorzitter, niet de jonge belofte die opeens overal mag uitleggen wat “hard maar eerlijk” betekent.

Achter zo’n optreden zit voorbereiding. Mediatraining. Framing. De keuze van woorden, van emotie, van wat wel en niet gezegd wordt. Een politicus leert niet alleen antwoord geven, maar ook weg bewegen van de vraag. Niet liegen, liever niet. Gewoon verleggen. Van beleid naar gevoel, van verantwoordelijkheid naar intentie, van schade naar toon. Dat is geen klein detail. Dat is macht.

Want wie bepaalt welk verhaal wordt verteld, bepaalt ook wat buiten beeld blijft. De wachtlijst. De huurder. De ouder in het toeslagenschandaal. De Groninger die nog steeds tussen scheuren leeft. De verpleegkundige die applaus kreeg, maar geen lucht. Zij verdwijnen niet omdat niemand over hen praat. Ze verdwijnen omdat hun werkelijkheid telkens wordt vertaald naar bestuurlijke taal: ingewikkeld, pijnlijk, betreurenswaardig, maar helaas.

De VVD heeft die taal lang verfijnd. Zij wist hoe je hard beleid een zachte jas aantrekt. Hoe je marktwerking vrijheid noemt. Hoe je bezuinigen verantwoordelijkheid noemt. Hoe je migranten tot probleem maakt en jezelf tot bewaker van rust. Hoe je een samenleving afbreekt en ondertussen klinkt alsof je alleen maar de boel bij elkaar houdt.

Een persoonlijk verhaal is nooit alleen persoonlijk

Een persoonlijk verhaal kan openen. Het kan mensen dichter bij elkaar brengen en laten zien wat beleid betekent in een leven van vlees en bloed. Daarom vertellen mensen verhalen. Daarom luisteren we. Ook het vluchtverhaal van Yeşilgöz kan werkelijk zijn, met echte angst, echte breuken, echte afhankelijkheid van anderen. Maar zodra zo’n verhaal politiek werk gaat doen, zodra het wordt herhaald, aangescherpt, aangekleed en ingezet aan de talkshowtafel, moeten we een tweede vraag stellen: welk werk doet dit verhaal?

Daarom gaat het niet alleen om de vraag of het verhaal klopt, maar vooral om wat het mogelijk maakt. Maakt het solidariteit groter, of maakt het hardheid acceptabeler?

Een vluchtverhaal kan mensen herinneren aan wat grenzen doen: aan angst, afhankelijkheid en verlies. Het kan ons laten zien dat niemand zonder anderen aankomt, dat veiligheid nooit alleen een individuele prestatie is. Maar hetzelfde vluchtverhaal kan ook worden gebruikt om te zeggen: ik heb het gered, dus anderen moeten niet klagen. Ik kwam hierheen, dus ik mag nu bepalen wie er niet meer bij mag. Mijn geschiedenis bewijst mijn strengheid. Dan wordt persoonlijke ervaring geen brug, maar een hek.

Zo gaat neoliberale politiek graag met verhalen om. Het systeem verdwijnt, het individu verschijnt. Niet de woningmarkt faalt, maar jij had beter moeten plannen. Niet het onderwijs kraakt, maar jij moet kansen pakken. Niet racisme sluit deuren, maar jij moet je beter bewijzen. Niet de overheid heeft mensen vermalen, maar er zijn fouten gemaakt. En aan het einde staat er een politicus die vriendelijk zegt dat verantwoordelijkheid nu eenmaal bij ons allemaal ligt. Behalve, blijkbaar, bij de mensen die de macht hadden.

Macht klinkt vaak redelijk

De kracht van de VVD zat zelden in grootse vergezichten. Zij beloofde geen bevrijding, geen gelijkheid, geen nieuwe wereld. Zij beloofde iets veel aantrekkelijkers voor een bang gemaakte middenklasse: rust. Rust voor wie een koophuis heeft, voor wie vermogen heeft, voor wie niet te veel wil nadenken over wie de schoonmaak doet, wie de pakketten bezorgt, wie de zorg draaiend houdt, wie in de kassen en distributiecentra wordt uitgeput, en wie aan de rand van de stad steeds verder wordt weggeduwd. Rust voor wie wil geloven dat Nederland in de basis eerlijk is, zolang iedereen maar normaal doet.

Daarom klinkt VVD-taal vaak zo redelijk. Zij spreekt niet altijd met gebalde vuist, maar met het gezicht van de manager die zegt dat er moeilijke keuzes nodig zijn. Alsof politiek geen strijd is tussen belangen, maar een vergadering waarin de cijfers nu eenmaal dwingen. Alleen: cijfers dwingen niet. Mensen met macht kiezen.

Er is gekozen voor belastingvoordelen voor bedrijven en vermogenden. Voor een land waarin de rijkste 1 procent van de huishoudens al ongeveer een vijfde van het vermogen bezit, is dat geen neutrale keuze. Er is gekozen voor marktwerking in de zorg. Er is gekozen voor flexibilisering van arbeid. Er is gekozen voor huren die stijgen en lonen die achterblijven. Er is gekozen voor wantrouwen tegenover mensen die hulp nodig hebben. Er is gekozen voor grenzen als politiek theater, terwijl kapitaal vrij mag bewegen. Dat gebeurt niet vanzelf. Dat is beleid.

Juist daarom is politieke marketing zo gevaarlijk. Ze maakt keuzes onzichtbaar. Ze verandert ideologie in gezond verstand. Ze laat een partij die jarenlang aan de knoppen zat praten alsof zij net binnenkomt om de rommel van een ander op te ruimen.

Wie kan zich zo’n verhaal veroorloven?

Niet elke partij, beweging of gemeenschap begint op hetzelfde punt. Wie geld heeft, kan testen welke woorden werken. Wie toegang heeft tot adviseurs, kan leren hoe boosheid wordt omgezet in bestuurlijke ernst. Wie welkom is bij talkshows, kan oefenen tot hij vertrouwd klinkt. Wie dicht bij redacties en lobby’s zit, weet wanneer een verhaal moet landen. Dat voordeel noemen we vaak professionaliteit. Maar het is ook klasse.

Een alleenstaande moeder met schulden krijgt geen mediatraining voordat ze haar verhaal mag doen. Een klimaatactivist krijgt geen vriendelijke introductie als bewaker van de toekomst, maar moet eerst bewijzen dat hij niet hysterisch is. Een antiracistische spreker wordt al snel activistisch genoemd, alsof dat een gebrek aan redelijkheid is. Een ondernemer aan tafel heet daarentegen ervaringsdeskundige.

Zo werkt macht. Niet alleen door mensen het zwijgen op te leggen, maar door sommige stemmen vanzelf normaal te maken en andere stemmen steeds opnieuw verdacht. De VVD kon jarenlang spreken vanuit een positie die al als redelijk werd gezien. Dat is een enorm voordeel. Want wie redelijk wordt genoemd, hoeft zijn uitgangspunten minder vaak te verdedigen. Die mag praten over uitvoerbaarheid, draagvlak en verantwoordelijkheid. Wie verandering wil, moet uitleggen waarom het niet te radicaal is. Wie de bestaande ongelijkheid beheert, hoeft zelden uit te leggen waarom dat niet extreem is.

Maar wat is extremer? Een samenleving waarin mensen zeker zijn van wonen, zorg en inkomen? Of een samenleving waarin werkende mensen voedselbanken nodig hebben terwijl aandeelhouders worden beloond? De redelijkheid van de macht is vaak alleen maar gewenning.

Politiek als reclame maakt burgers kleiner

Wanneer politiek reclame wordt, verandert ook de burger. We worden niet meer aangesproken als mensen die samen kunnen beslissen over de wereld waarin we leven. We worden benaderd als doelgroepen, als zwevende kiezers, als sentimenten op poten, als datapunt in een focusgroep. Dan gaat het niet om wat waar is, maar om wat blijft hangen. Niet om wat rechtvaardig is, maar om wat scoort. Niet om wie schade draagt, maar om wie geloofwaardig oogt terwijl hij schade uitlegt.

Dat maakt democratie dunner. Want democratie vraagt tijd, geduld, conflict, informatie. Zij vraagt ruimte voor mensen die niet mediageniek zijn, voor woede die niet keurig verpakt is, voor verhalen die niet eindigen in persoonlijke overwinning maar in een aanklacht tegen het systeem.

De talkshowdemocratie heeft daar moeite mee. Zij houdt van het individuele verhaal, zolang het niet te structureel wordt. Zij houdt van emotie, zolang die aan tafel beheersbaar blijft. Zij houdt van kritiek, zolang daarna iemand van de macht mag zeggen dat het allemaal ingewikkeld ligt. Zo wordt de samenleving een decor waarin leed wordt getoond, maar macht zelden echt hoeft te wijken.

Minder cynisch, scherper kijken

De les is niet dat alles nep is. Dat is te makkelijk. En het helpt de macht uiteindelijk zelfs, want cynische mensen organiseren zich minder snel. Als alles theater is, waarom zou je dan nog iets doen?

De les is anders. We moeten scherper leren kijken naar hoe politiek gemaakt wordt. Naar de zinnen die steeds terugkomen. Naar de persoonlijke verhalen die precies op tijd verschijnen. Naar de redelijke toon waarmee harde keuzes worden verkocht. Naar de media die sommige mensen telkens uitnodigen en andere mensen alleen bellen wanneer er pijn nodig is.

Een politicus mag een verhaal vertellen. Maar wij mogen vragen: welk beleid moet ik hierdoor zachter vinden? Wie profiteert van deze emotie? Wie verdwijnt uit beeld? En waarom klinkt degene die verantwoordelijk was ineens als toeschouwer? Dat zijn democratische vragen. Geen wantrouwen om het wantrouwen, maar aandacht voor macht.

De VVD heeft lang begrepen dat politiek niet alleen wordt gewonnen met programma’s, maar met gevoel. Met herkenning. Met geruststelling. Met het beeld van volwassen mensen die moeilijke dingen doen omdat het nu eenmaal moet. Maar het moest niet. Het werd gekozen.

En wat gekozen is, kan ook anders. Niet door betere marketing alleen. Niet door linkse praatjes in een rechter jasje. Maar door politiek weer te verbinden aan het leven dat mensen werkelijk leiden: de huur die te hoog is, de zorg die te laat komt, de school die kraakt, de aarde die brandt, de grens die mensen breekt, de baan die te weinig betaalt.

Daar begint tegenmacht. Niet bij het perfecte verhaal, maar bij de weigering om ons nog langer iets te laten verkopen alsof het gezond verstand is.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou