De VVD spreekt graag over vrijheid. Over verantwoordelijkheid. Over veiligheid. Maar zodra het over vluchtelingen gaat, krijgt die vrijheid een hek eromheen. Dan wordt veiligheid niet langer iets wat mensen bescherming biedt, maar iets waarmee mensen buiten de deur worden gehouden.
Dat is geen stijlverschil meer. Het is een politieke lijn. In haar verkiezingsprogramma voor 2025 schrijft de VVD dat Nederland moet toewerken naar een systeem waarin vluchtelingen alleen nog via hervestiging naar Nederland kunnen komen. Dat betekent volgens de partij dat er in Nederland zelf geen asiel meer kan worden aangevraagd. Het aantal mensen dat wordt toegelaten, zou afhankelijk worden van wat Nederland “aankan” en kan volgens het VVD-programma zelfs op nul uitkomen.
Daarmee schuift de VVD de kern van het asielrecht opzij. Niet langer staat centraal of iemand bescherming nodig heeft. Centraal komt te staan of Nederland die bescherming politiek, bestuurlijk of electoraal wil toestaan.
Van bescherming naar selectie
De harde kern van het VVD-beleid is niet alleen dat er minder vluchtelingen naar Nederland moeten komen. De hardere kern is dat bescherming steeds meer wordt behandeld als gunst, selectie of capaciteitsvraagstuk.
De VVD wil dat asielzoekers die “ongevraagd” naar Nederland komen aan de grens worden tegengehouden en teruggestuurd. Daarbij noemt de partij buurlanden veilige landen waar mensen op grond van de Dublinregels ook asiel kunnen aanvragen. Ook wil de VVD illegaal verblijf strafbaar stellen.
Dat klinkt bestuurlijk. Maar politiek betekent het: wie niet via de juiste route komt, wordt niet gezien als mens in nood, maar als probleem dat moet worden afgeweerd.
Die verschuiving is belangrijk. Want het vluchtelingenrecht is juist ontstaan omdat staten niet altijd vrijwillig bescherming bieden aan mensen zonder macht, geld of papieren. Het asielrecht is geen liefdadigheid van de staat. Het is een minimale grens aan staatsmacht.
De taal van “echte vluchtelingen”
Een terugkerende formulering bij de VVD is dat er ruimte moet blijven voor “echte vluchtelingen”. Op het eerste gezicht klinkt dat redelijk. Natuurlijk moet bescherming terechtkomen bij mensen die haar nodig hebben. Maar in de politieke praktijk werkt die formulering vaak anders.
De tegenstelling tussen “echte vluchtelingen” en anderen wordt gebruikt om wantrouwen de norm te maken. De asielzoeker verschijnt eerst als mogelijke fraudeur, overlastgever of bedreiging. Pas daarna, misschien, als mens met recht op bescherming.
In het VVD-programma wordt asiel direct verbonden met overlast in Budel en Ter Apel, druk op de woningmarkt, criminaliteit en verlies van controle. De partij spreekt over “criminele en overlastgevende asielzoekers”, “kansloze aanvragen” en “passieve of ongecontroleerde instroom”.
Die overlast bestaat. Dat moet niet worden weggewuifd, zeker niet door mensen die niet in Ter Apel, Budel of rond een overvolle opvanglocatie wonen. Maar de omvang ervan moet wel eerlijk worden benoemd. Volgens de WODC-cijfers verbleven in 2024 ruim 106.000 unieke personen enige tijd op een COA-locatie, noodopvanglocatie of tijdelijke gemeentelijke opvanglocatie. Van hen was 11 procent betrokken bij een agressie- of geweldsincident. 3 procent werd door de politie geregistreerd als verdachte van een misdrijf.
Dat is ernstig genoeg om serieus te nemen, maar te beperkt om een hele groep vluchtelingen en asielzoekers politiek als veiligheidsprobleem neer te zetten. Bovendien bestaan de geregistreerde incidenten niet alleen uit geweld tegen anderen, maar ook uit verbale suïcidedreiging en zelfdestructieve acties. De cijfers zeggen dus niet alleen iets over overlast, maar ook over de spanning, wanhoop en gebrekkige omstandigheden binnen een overbelast opvangsysteem.
Natuurlijk moet overlast worden aangepakt. Natuurlijk hebben bewoners van opvangplaatsen recht op veiligheid. Maar wanneer een hele groep consequent via uitzonderingen, misbruik en dreiging wordt besproken, wordt de uitzondering langzaam het beeld van iedereen.
Dat is hoe ontmenselijking vaak werkt: niet door meteen openlijk te haten, maar door steeds opnieuw te suggereren dat de ander eerst moet bewijzen geen gevaar te zijn.
Verdragen als hinderpaal
Een van de scherpste onderdelen van de VVD-lijn is de omgang met internationale verdragen. De partij schrijft dat Nederland moet werken aan aanpassing of opzegging van verdragen als die strengere maatregelen tegenhouden. Ook wil de VVD het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het VN-Vluchtelingenverdrag “moderniseren”, met opvang in de regio, tijdelijke bescherming, terugkeer en democratische controle als uitgangspunten.
Dat woord “moderniseren” klinkt onschuldig. Maar hier betekent het: bestaande rechten afzwakken omdat ze politieke plannen in de weg zitten.
Juist dat is gevaarlijk. Mensenrechtenverdragen zijn niet ontworpen voor momenten waarop bescherming populair is. Ze zijn ontworpen voor momenten waarop staten onder druk staan, kiezers boos zijn, partijen naar rechts schuiven en kwetsbare mensen makkelijk tot zondebok worden gemaakt. Wie mensenrechten alleen respecteert zolang ze geen politieke hinder veroorzaken, respecteert ze niet echt.
De asielwetten: wat inmiddels is veranderd
Wat eerst vooral in verkiezingsprogramma’s en Kamerdebatten stond, is inmiddels deels doorgeschoven naar wetgeving en kabinetsbeleid.
Op 21 april 2026 stemde de Eerste Kamer over drie asielwetsvoorstellen. De strafbaarstelling van illegaal verblijf haalde het niet. Ook de Asielnoodmaatregelenwet werd verworpen. Maar de Wet invoering tweestatusstelsel werd wel aangenomen, met 41 stemmen voor en 34 tegen.
Dat tweestatusstelsel maakt onderscheid tussen verschillende groepen beschermden en beperkt de mogelijkheden voor nareis. Volgens de Tweede Kamer is het doel van die wet om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers en nareizigers te verminderen.
Juridische analyses wijzen erop dat de wet gezinshereniging fors moeilijker maakt. Voor subsidiair beschermden gaan onder meer een inkomenseis, huisvestingseis en wachttijd gelden. Ook wordt nareis beperkt tot kinderen en echtgenoten; partners vallen daar niet automatisch onder. Dat raakt gezinnen hard en kan in de praktijk extra problematisch zijn voor mensen die door oorlog, vervolging of anti-lhbtiq+-wetgeving niet op de “juiste” manier konden trouwen.
Hier wordt zichtbaar wat streng beleid concreet betekent. Het gaat niet alleen over “grip”. Het gaat over gezinnen die langer gescheiden blijven. Over mensen die moeten integreren terwijl hun partner of kinderen nog in onzekerheid leven. Over bescherming die tijdelijker, smaller en voorwaardelijker wordt.
Strafbaarstelling als politiek signaal
De VVD bleef ook in 2025 pleiten voor strafbaarstelling van illegaal verblijf. In haar programma staat expliciet dat illegaal verblijf strafbaar moet worden gesteld. De Raad van State waarschuwde in 2025 dat strafbaarstelling van illegaal verblijf ook gevolgen kon hebben voor mensen die hulp verlenen. Er bestond volgens de Raad een reële mogelijkheid dat hulp aan iemand zonder verblijfsrecht zou kunnen worden gezien als medeplegen of medeplichtigheid. Later stelde de Raad bovendien vast dat de voorbereiding van de strafbaarstelling niet zorgvuldig was geweest en dat wezenlijke vragen over nut, noodzaak, uitvoerbaarheid en juridische samenhang onvoldoende waren gewogen.
Dat is veelzeggend. Strafbaarstelling van verblijf lost geen oorlog op, creëert geen woningen, versnelt geen procedures en maakt terugkeer niet vanzelf mogelijk. Maar het geeft wel een politiek signaal af: wie geen papieren heeft, wordt niet alleen uitgesloten, maar gecriminaliseerd.
Dat is de logica van afschrikking. Maak het leven zo onzeker, zo sober en zo juridisch kwetsbaar mogelijk, in de hoop dat mensen verdwijnen. Maar mensen verdwijnen niet omdat hun bestaan strafbaar wordt gemaakt. Ze verdwijnen hooguit uit beeld. Uit opvang. Uit zorg. Uit bescherming. En daarmee wordt de samenleving niet veiliger, maar harder en ondoorzichtiger.
Het coalitieakkoord: zachtere woorden, dezelfde richting
In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA voor 2026-2030 klinkt de toon soms gematigder dan in het VVD-programma. Er wordt gesproken over “fatsoenlijke opvang”, “sneller meedoen” en het aanpakken van uitbuiting bij arbeidsmigratie. Tegelijk blijft de centrale richting herkenbaar: minder instroom, meer controle, strengere procedures en asielaanvragen buiten Europa.
Het akkoord stelt dat Nederland internationaal wil werken aan een model waarin asielaanvragen buiten Europa worden ingediend en afgehandeld, zodat in Nederland geen asielprocedures meer hoeven te worden doorlopen. Ook staat erin dat aangenomen asielwetten, zoals het tweestatusstelsel, onverkort worden uitgevoerd.
Daar zit de spanning. Het kabinet spreekt over menswaardigheid, maar neemt tegelijk de VVD-logica over dat bescherming vooral op afstand moet worden georganiseerd. Niet hier, niet aan onze deur, niet op onze verantwoordelijkheid.
De woningnood als afleidingsmanoeuvre
Een van de sterkste wapens in het VVD-verhaal is de koppeling tussen asiel en woningnood. De partij schrijft dat de woningmarkt onder druk staat door asielinstroom en stelt dat statushouders niet langer voorrang mogen krijgen bij sociale huur. De wettelijke taakstelling voor gemeenten om statushouders te huisvesten moet volgens de VVD worden afgeschaft.
Natuurlijk is de woningnood echt. Mensen wachten jarenlang op een betaalbare woning. Jongeren blijven noodgedwongen thuis wonen. Huurders worden uitgeknepen. Dakloosheid groeit. Maar die crisis is niet veroorzaakt door vluchtelingen.
De woningcrisis is het gevolg van politieke keuzes: liberalisering, verkoop van sociale huur, marktdenken, speculatie, te weinig publieke bouw en jarenlang beleid waarin wonen steeds meer als investering werd behandeld in plaats van als recht.
Door statushouders tegenover “Nederlanders” te zetten, verdwijnt de echte vraag uit beeld: waarom is er voor zoveel mensen geen fatsoenlijke woning? De tegenstelling tussen woningzoekenden en vluchtelingen is politiek handig, maar sociaal verwoestend. Ze laat mensen vechten om schaarste die door beleid is geproduceerd.
Integratie als voorwaarde, niet als ondersteuning
De VVD spreekt vaak over meedoen. Maar in de praktijk wordt meedoen steeds vaker gekoppeld aan druk, dwang en uitsluiting. Integratie wordt niet benaderd als iets wat mensen kunnen opbouwen met rust, zekerheid, onderwijs, werk, woning en gezinsleven. Het wordt behandeld als test. Wie niet snel genoeg voldoet, verliest rechten. Wie niet in het systeem past, wordt verdacht. Wie afhankelijk is van ondersteuning, wordt gezien als last.
Dat past in een bredere neoliberale logica. De overheid trekt zich terug uit zorg, wonen en bestaanszekerheid, maar wordt juist harder aan de grens, harder in controle en harder tegenover mensen zonder macht. Minder verzorgingsstaat, meer strafstaat. Voor vluchtelingen betekent dat: je mag misschien blijven, maar liefst tijdelijk, sober, gecontroleerd en zonder al te veel aanspraak op een volwaardig bestaan.
Vrijheid voor wie?
De VVD noemt zichzelf liberaal. Maar haar migratiepolitiek laat zien hoe beperkt die vrijheid is. Vrijheid geldt ruim voor ondernemers, vermogenden en mensen die al stevig staan. Voor mensen op de vlucht wordt vrijheid voorwaardelijk, tijdelijk en verdacht.
De vraag is dus niet alleen of het VVD-beleid “streng” is. De vraag is welke samenleving daarachter schuilgaat. Een samenleving waarin grenzen belangrijker worden dan mensenlevens. Waarin verdragen worden gezien als obstakel. Waarin gezinnen worden gescheiden om een signaal af te geven. Waarin mensen zonder papieren strafbaar moeten worden gemaakt. Waarin woningnood wordt gebruikt om solidariteit te breken. Waarin vluchtelingen pas mens mogen zijn nadat ze door politieke selectie, bestuurlijke capaciteit en wantrouwen heen zijn gekomen. Dat is geen toevallige ontsporing. Dat is een koers.
Een andere politiek begint bij weigeren
Een humane politiek begint niet bij naïviteit. Ze begint bij weigeren mee te gaan in de leugen dat hardheid hetzelfde is als eerlijkheid.
Natuurlijk moet opvang goed georganiseerd zijn. Natuurlijk moeten procedures sneller. Natuurlijk moet overlast worden aangepakt. Natuurlijk moet arbeidsmigratie niet draaien op uitbuiting. Maar dat alles vraagt om publieke regie, goede huisvesting, voldoende personeel, eerlijke procedures en internationale solidariteit.
Niet om het afbreken van bescherming.
Niet om het criminaliseren van mensen zonder papieren.
Niet om het uithollen van verdragen.
Niet om het tegenover elkaar zetten van woningzoekenden en vluchtelingen.
De VVD zegt dat Nederland grip nodig heeft. Maar grip voor wie? Voor de mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en geweld? Of voor een politiek die controle belangrijker vindt dan rechtvaardigheid?
Wie vluchtelingen steeds verder buiten beeld duwt, maakt de wereld niet veiliger. Die maakt alleen de kring van solidariteit kleiner. En precies daar moeten we de grens trekken. Niet bij mensen op de vlucht, maar bij de politiek die hen tot vijand maakt.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
