Er waait iets kouds door de wereld, een tocht die je vooral voelt in landen die al generaties lang de prijs betalen voor andermans machtsspel. Terwijl mensen in Caracas hun boodschappen tellen en in Donetsk de lucht telkens openscheurt, schuiven de grootste spelers hun stukken vooruit alsof het geen levens zijn maar pionnen. En toch — onder al die grote woorden, dreigementen en schepen vol staal — zit dezelfde angst: een wereldorde die niet meer werkt zoals ze is ontworpen.
In het gesprek met Vijay Prashad — Indiase historicus, directeur van het Tricontinental Institute, jarenlang verbonden aan universiteiten van Caïro tot Amherst, auteur van tientallen boeken over imperialisme, koloniale erfenissen en de strijd van het mondiale zuiden, en een van de meest gerespecteerde stemmen in linkse internationale analyses — op de podcast van Peter Mertens laat hij, kalm maar messcherp, zien hoe het oude imperium zichzelf vastdraait. Venezuela. Oekraïne. Europa. Alles grijpt in elkaar.
Trump blaast weer hoog van de toren, met dreigende taal alsof oorlog een optie in een menukaart is. Maar achter dat kabaal schuilt iets oud: de Amerikaanse wens om de Bolivariaanse revolutie te breken. Niet omdat Venezuela een militaire dreiging vormt, maar omdat het iets deed wat Washington nooit accepteert: olie-inkomsten inzetten voor sociale programma’s, en zich losmaken van de greep van Amerikaanse energiebedrijven.
Dat experiment moest kapot.
En dus kwamen de coup-pogingen, de sancties, de demonisering. Maar het land brak niet. De militaire leiding bleef loyaal, het sociale weefsel scheurde maar bleef bestaan. Een echte invasie? Prashad noemt het terecht Iraq Plus: stad voor stad, straat voor straat, een bloedbad zonder winst. De VS heeft daar geen trek in, en de rest van de wereld waarschijnlijk ook niet.
Maar intimidatie — dat doen ze al.
De militarisering van de Cariben
- Amerikaanse vliegdekschepen voor de Venezolaanse kust.
- Bommenwerpers op Puerto Rico.
- Operaties vanaf de Nederlandse eilanden, zonder dat Den Haag het hardop durft te erkennen.
En ondertussen worden kleine vissersboten uit de lucht geschoten, 85 doden zonder naam of proces. Dezelfde logica als de drone-oorlogen onder Obama. Doden zonder context, zonder verhaal. Alsof macht boven menselijkheid staat.
Waarom Washington Venezuela koste wat kost wil breken
Volgens Prashad zijn er drie kernredenen die samen laten zien waarom Washington zo vastberaden is om Venezuela te breken. Het draait om olie, om macht en om het oude streven om de Cariben weer onder Amerikaanse duim te krijgen.
Venezuela bezit de grootste olievoorraden ter wereld. Dat alleen al maakt het land tot een strategisch doelwit. Daarbovenop komt dat Caracas sterke banden onderhoudt met Rusland, China en Iran. Voor Washington voelt dat als een geopolitieke splinter in het westelijk halfrond: haal Venezuela onderuit, en je verzwakt die hele as in één klap.
En dan is er Cuba. Al decennia probeert de VS dat land economisch klein te krijgen. Zonder Venezolaanse steun zou Havana veel kwetsbaarder staan — precies wat de haviken in Washington willen. Het past allemaal in dezelfde oude droom: de Cariben opnieuw vormgeven als Amerikaanse achtertuin.
Dat alles gebeurt tegen de achtergrond van een nieuwe rechtse golf in Latijns-Amerika, van Milei tot de erfgenamen van vroegere dictaturen. In Washington wekt dat geen twijfel, maar honger: dit is het moment om door te drukken, zeggen ze.
Wat houdt Venezuela overeind?
Niet alleen olie of staatsretoriek. Het is de realiteit dat duizenden militairen sinds 1998 zijn gevormd in het chavisme: een ideologie van nationale waardigheid, grondwetstrouw en sociale soevereiniteit. Dat leger gaat niet uiteenvallen zoals in Irak. En dat weten de strategen in Washington maar al te goed.
Daarom blijft het vooral bij dreigen. Maar dreigen kan al levens kosten — en destabilisatie is op zichzelf al een vorm van oorlog.
Kan een anti-oorlogsbeweging het verschil maken?
Prashad denkt van wel. Niet omdat bewegingen op eigen kracht oorlogen kunnen tegenhouden, maar omdat een aanval op Venezuela dezelfde wereldwijde verontwaardiging zou losmaken als destijds bij Irak. Maduro is geen Saddam; er is geen narratief dat de publieke opinie massaal meezuigt. En Trump weet hoe snel een oorlog een president kan veranderen in een paria, hoe fel mensen reageren wanneer het machtsmisbruik zichtbaar wordt.
Tegelijkertijd wijst Prashad op een andere rem: Rusland en China. Niet uit morele overtuiging, maar uit nuchtere belangen. Zij zien hoe een oorlog hun handelsroutes, investeringen en regionale stabiliteit kan ontwrichten. Als er ergens een rode lijn ligt, dan ligt die daar — bij grootmachten die niets te winnen hebben bij nog een brandhaard op het westelijk halfrond.
En dan Oekraïne: een oorlog die Amerika niet meer kan ‘winnen’
Waar Venezuela voor Trump een kans lijkt om snel te scoren, is Oekraïne vooral een dossier dat afgesloten moet worden. Het sleept zich voort, kost fortuinen en levert niets op van wat Washington ooit beloofde. Rusland breken? Geen sprake van. De Russische economie ontwrichten? Niet gelukt. Moskou in een ‘tweede Afghanistan’ duwen? Een gevaarlijke illusie. Inmiddels heeft Rusland het militaire initiatief stevig in handen.
Trump wil daarom een deal. Een harde, kille, geopolitieke afrekening waarin Oekraïne geen speler maar inzet is. Tegelijk woedt in Washington een strijd tussen twee kampen. Aan de ene kant de realisten — Trump en een deel van het Pentagon — die zien dat Rusland niet klein te krijgen is en dat er met de feiten gewerkt moet worden. Aan de andere kant de ideologen, de hardliners binnen het Amerikaanse establishment, die blijven dromen van een scenario waarin het Kremlin instort en een pro‑Westerse leider mag aanschuiven.
En Europa? Dat beweegt alsof het nog steeds niet inziet dat het geen eigen pion is op het bord, maar eerder decor: aanwezig, zichtbaar, maar niet bepalend.
Europa’s angst, Europa’s verdwalen
Terwijl Oekraïne terrein verliest, verschijnen Europese generaals op tv met de boodschap dat “we de bevolking moeten voorbereiden op het verliezen van kinderen”. Alsof oorlog een logisch vervolg is van gekrenkte trots, alsof dit soort taal er zomaar bij hoort.
Maar de werkelijkheid laat iets anders zien.
Europa verbrak de energieband met Rusland zonder een geloofwaardig alternatief. LNG uit de VS is duur, instabiel en afhankelijk van politieke grillen. Intussen draait Rusland zich in hoog tempo richting Azië, waar China, India en Zuidoost‑Azië uitgroeien tot het economische hart van de wereld. Het is niet Rusland dat geïsoleerd raakt, maar Europa zelf — economisch, ideologisch en diplomatiek.
In China, vertelt Prashad, haalt men ondertussen de schouders op: Europa telt nog mee als het stoort, niet als het bijdraagt. In India lacht men om de hypocrisie: ze kopen Russische olie, raffineren die, en verkopen haar vervolgens doodleuk aan Europa. En Brussel maar verontwaardigd doen.
Het is een tragische vorm van irrationaliteit: een continent dat vasthoudt aan grote woorden en morele poses, terwijl het de materiële voorwaarden voor zijn eigen toekomst ondermijnt.
Wat is de uitweg?
Volgens Prashad — en volgens velen binnen de internationale vredes- en sociale bewegingen — moet de linkerzijde in Europa één fundamentele stap zetten: weer durven bouwen.
Niet alleen “nee” zeggen tegen oorlog, ongelijkheid en militarisering.
Maar een overtuigend “ja” formuleren: een sociaal, democratisch, ecologisch en anti-imperiaal toekomstplan.
De voorwaarden daarvoor:
1. Eenheid
Geen politiek die uiteenvalt bij elk meningsverschil. Echte eenheid ontstaat wanneer verschillende stromingen elkaar weten vast te houden, ook als ze niet over alles dezelfde taal spreken. Dat geeft mensen vertrouwen.
2. Een visie op democratie
Wat zegt het over een systeem wanneer het grootste politieke blok in Frankrijk geen premier mag leveren, terwijl er wél ruimte is voor oorlogstaal en steeds hogere defensiebudgetten — maar niet voor investeringen in zorg en sociale bescherming?
3. Een horizon die inspireert
Geen nostalgie naar oude revoluties, maar nieuwe vormen bouwen die passen bij het leven van nu: voor mensen die in flexbanen worden geduwd, die uitgeknepen worden door platforms en algoritmes, en die nauwelijks zeggenschap hebben over hun eigen tijd en privacy.
4. Internationale solidariteit
Geen morele pose, maar materiële verbondenheid met de strijd van het mondiale zuiden: tegen oorlog, tegen plundering, tegen de oude verhoudingen die blijven rotten.
Tot hier, en dan verder
De wereld schuift. Macht verschuift. Oude imperia wankelen, en dat brengt gevaar en mogelijkheid tegelijk. Wat we nu zien — in Caracas, Kiev, Brussel — zijn niet losse crises, maar barsten in een systeem dat te lang op automatische piloot vloog.
Het is aan ons om iets anders te durven voorstellen. Iets groters dan management van de status quo. Iets menselijks, iets solidaars.
Want er is maar één zekerheid: als we het niet zelf bouwen, bouwen de Trumps van deze wereld wel iets voor ons. En dat wordt een plek waar vrijheid hooguit in de vitrine staat: glimmend gepresenteerd, maar onbereikbaar voor iedereen die niet tot de bovenlaag behoort.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
