Demonstranten in Londen houden een spandoek met “We Are All Palestine Action” voor de National Gallery, met Palestijnse vlaggen en borden over het recht op protest.
Demonstranten betuigen steun aan Palestine Action en verdedigen het recht op protest na het omstreden verbod onder de Britse antiterreurwet.

Wanneer solidariteit terrorisme heet

Een kartonnen bord. Zwarte stift. “I oppose genocide, I support Palestine Action.” Meer stond er vaak niet op. Toch klikten er handboeien. Meer dan 2.500 mensen werden opgepakt. Dominees, gepensioneerden, oud-militairen. Alsof een zin, uitgesproken in het openbaar, ineens een bedreiging voor de staat werd.

Een tik op de vingers van de macht

Drie hoge rechters in het Verenigd Koninkrijk hebben geoordeeld dat het verbod op Palestine Action onder de antiterreurwet disproportioneel en onwettig was. De maatregel greep volgens de rechtbank diep in op het recht op vrije meningsuiting en vergadering. Dat is geen detail. Dat is de kern.

Voor het eerst is een organisatie die onder de Britse Terrorism Act is verboden, daar met succes tegen opgekomen in de rechtszaal. De rechters waren helder: een klein deel van de acties viel binnen de brede juridische definitie van “terrorisme”, maar de schaal en aard rechtvaardigden geen verbod. Voor strafbare feiten bestaat het gewone strafrecht al. Dat laatste is belangrijk. Want als het strafrecht volstaat, waarom dan het zwaarste wapen uit de kast trekken?

Steun vrheid.nl op Substack

Wie wordt hier beschermd?

Volgens medeoprichter Huda Ammori was het verbod geen veiligheidskwestie, maar een economische. De acties richtten zich op Elbit Systems, Israëls grootste wapenfabrikant. Bezettingen, blokkades, vernielingen van eigendom. Geen geweld tegen personen, zo erkende ook de regering in de procedure. Wat kost dat? Miljoenen aan winst. Contracten die verdampen.

En dus schuift de vraag naar voren: wie beschermt de staat als zij “veiligheid” zegt? Burgers? Of bedrijven die profiteren van oorlog en bezetting? Dat is geen complotdenken. Het is een machtsanalyse. Wanneer economische schade aan een wapenproducent zwaarder lijkt te wegen dan het recht op protest, dan zie je waar de prioriteiten liggen.

Terrorisme als rekbaar begrip

De Britse Terrorism Act is breed. Wie steun betuigt aan een verboden organisatie kan tot 14 jaar cel krijgen. Een bord omhooghouden kon al leiden tot arrestatie. De politie in Londen zegt nu tijdelijk te stoppen met aanhoudingen, maar bewijsmateriaal te blijven verzamelen voor mogelijke vervolging als het hoger beroep slaagt.

Meer dan 500 mensen zijn al aangeklaagd. Zij leven in onzekerheid. In een juridisch niemandsland. Dat is de stille schade van dit soort besluiten. Niet alleen de directe repressie, maar ook de afschrikking. De boodschap: kijk uit wat je zegt. Kijk uit met wie je je associeert. Het label “terrorisme” is geen neutrale categorie; het stigmatiseert, isoleert, maakt verdacht.

Internationale mensenrechtenorganisaties en een VN-rapporteur riepen de regering op het vonnis te respecteren en excuses te maken aan wie onterecht als terrorist werd weggezet.

Van Londen naar Amsterdam

Dit speelt in het VK. Maar de logica is herkenbaar. Ook hier schuiven grenzen. Demonstraties worden ingeperkt. Actiegroepen worden geframed als “extreem”. Wetgeving rond openbare orde en terrorisme wordt opgerekt.

Steeds weer hetzelfde patroon:

  1. Een groep verstoort economische of politieke rust.
  2. De overheid spreekt van orde en veiligheid.
  3. Fundamentele rechten komen onder druk.

En wie betaalt? Gewone mensen. Met boetes, strafbladen, onzekerheid. Met angst om nog een bord omhoog te houden.

Het vonnis herinnert ons eraan dat rechtsstatelijke grenzen er niet voor niets zijn. Dat macht niet onbeperkt mag zijn, ook niet wanneer zij zich beroept op nationale veiligheid. Misschien juist dan niet.

De minister gaat in hoger beroep. De strijd is dus niet voorbij. Maar er is iets verschoven. De vanzelfsprekendheid waarmee solidariteit met Palestina onder terrorisme werd geschaard, is juridisch doorbroken. Dat geeft lucht.

Want uiteindelijk gaat dit niet alleen over één actiegroep. Het gaat over de ruimte om onrecht te benoemen, om economische macht uit te dagen, om je lichaam tussen een wapenfabriek en haar winst te plaatsen en te zeggen: tot hier.

Solidariteit is geen misdrijf. En wanneer staten dat toch zo behandelen, dan is het aan ons — hier, daar, overal — om de ruimte voor protest open te houden. Niet uit romantiek, maar uit noodzaak.

Aanbevolen voor jou