Er is een filmpje van Russell Brand dat de afgelopen dagen weer overal opdook. Brand zit tegenover Piers Morgan, met een bijbel bij zich, alsof dat boek niet alleen gelezen wordt maar ook dienstdoet als schild, als bewijsstuk, als talisman. Morgan vraagt hem naar de passages die hem zouden steunen nu hij juridisch onder vuur ligt. Brand bladert. Hij zoekt. Hij praat. Hij vindt niets. Negentig seconden lang kijkt de kijker naar iemand die zich een religieuze ernst heeft aangemeten, maar niet eens weet waar hij die ernst moet terugvinden. Brand werd in 2024 publiekelijk christen en liet zich dopen; de scène werd juist daarom zo breed gedeeld.
Het is makkelijk om daar alleen om te lachen. En eerlijk is eerlijk: het is ook grappig. Maar het filmpje laat meer zien dan één man die zijn huiswerk niet heeft gedaan. Het toont iets wat op rechts vaker gebeurt: religie wordt niet zozeer beleden als wel gedragen. Als een jas. Als een pose. Als een manier om schuld, macht en publieke vernedering te overleven.
We kennen dit patroon. Niet altijd komt het uit conservatieve hoek. Denk aan Kevin Spacey, die in 2017 uit de kast kwam als homoseksueel op hetzelfde moment dat Anthony Rapp hem beschuldigde van seksueel grensoverschrijdend gedrag toen Rapp veertien was. Een identiteit die op zichzelf niets verkeerds betekent, werd ineens naar voren geschoven op een moment waarop het eigenlijk over macht, schade en verantwoordelijkheid moest gaan.
Bekering als politiek gebaar
Maar in het Trump-tijdperk heeft de religieuze bekering, en dan vooral de bekering tot een hard soort katholicisme, een bijzondere plek gekregen. Niet omdat deze mensen plotseling allemaal hunkeren naar mystiek, biecht en naastenliefde. Eerder omdat traditie bruikbaar is geworden als taal voor orde, hiërarchie en gehoorzaamheid.
Waarom juist katholicisme?
Daar is niet één antwoord op. In de Verenigde Staten zijn protestanten talrijker dan katholieken, zeker binnen christelijk rechts. Juist daarom heeft het katholieke traditionalisme voor sommige rechtse bekeerlingen een soort subculturele glans. Het is kleiner, ouder, zwaarder beladen. Het voelt als een geheime kamer in plaats van een kerkzaal met tl-licht. Bovendien biedt het katholicisme een rijke voorraad aan rituelen, dogma’s en ingewikkelde theologische discussies. Wie net binnenkomt, kan zich er snel een kenner wanen.
Maar belangrijker is iets anders. Reactionair rechts draait uiteindelijk om hiërarchie. Om de overtuiging dat sommige mensen moeten heersen en anderen moeten volgen. Een bepaald soort conservatief vindt het protestantisme dan al gauw te los, te persoonlijk, te democratisch. De katholieke kerk daarentegen is oud, centraal georganiseerd en gebouwd rond gezag. Voor wie droomt van gehoorzaamheid zonder te veel tegenspraak, heeft dat aantrekkingskracht.
Daar komt een historische schaduw bij. In Spanje onder Franco, in Portugal onder Salazar en in Québec vóór de Quiet Revolution werd reactionair katholicisme verbonden met autoritaire macht. Zulke regimes zijn door de geschiedenis afgewezen, maar ze blijven rondspoken in de verbeelding van de meest illiberale delen van rechts. Niet als waarschuwing, maar als heimwee.
JD Vance en de paus als hinderpaal
En dan komen we bij JD Vance. Vance groeide op in een protestantse omgeving en bekeerde zich in 2019 tot het katholicisme. Inmiddels is hij als vicepresident een van de belangrijkste gezichten van het nieuwe Amerikaanse rechts. Zijn botsing met paus Leo XIV liet precies zien hoe dun dat traditionalistische laagje soms is. Leo XIV koos zijn naam in verwijzing naar Leo XIII, de paus van Rerum Novarum, de encycliek uit 1891 die de sociale kwestie centraal zette en het recht van arbeiders om zich te organiseren verdedigde.
Toen paus Leo XIV zich uitsprak tegen oorlogstaal, wraakzucht, drones, geldverering en de verleiding van almacht, reageerde Vance alsof hij het had over een lastige senator van de Democratische Partij. Met beleefde minachting. Men kon de paus respecteren, zei hij, maar het Vaticaan moest zich liever bezighouden met moraal en kerkzaken, terwijl de president van de Verenigde Staten het publieke beleid bepaalde.
Dat is opmerkelijk. Niet alleen omdat Vance katholiek is. Vooral omdat hij hier ineens klinkt als een seculiere liberaal uit een karikatuur: moraal is privé, politiek is bestuur, en de staat moet gewoon zijn werk doen. Maar de katholieke kerk heeft zich altijd met politiek bemoeid, ten goede en ten kwade. Wie doet alsof moraal en macht netjes te scheiden zijn, heeft niet alleen weinig begrepen van de kerkgeschiedenis, maar ook weinig van politiek zelf. Macht zonder moraal heet geen neutraliteit. Het heet heerschappij.
In dezelfde periode verspreidde Donald Trump via Truth Social een door AI gemaakte afbeelding van zichzelf als paus. Die post kwam kort na de dood van paus Franciscus en leidde tot felle kritiek, juist omdat het beeld zo schaamteloos speelde met religieuze symboliek en zelfverheerlijking. Later volgden meer AI-beelden waarin Trump zichzelf liet afbeelden in half-goddelijke, keizerlijke of messianistische poses.
Traditie als decor
Hier begint het echt te wringen. Een traditionele katholiek zou zo’n beeld niet verdedigen. Die zou erdoor geschokt zijn. Niet uit politieke correctheid, maar uit eerbied. Wie serieus gelooft in zonde, nederigheid en de afstand tussen mens en God, kan niet achteloos lachen om een president die zichzelf als religieus icoon laat rondpompen door de digitale rioolbuizen van het internet.
Maar dit nieuwe rechts wil beide kanten tegelijk. Het wil de uitstraling van traditie zonder de beperkingen ervan. Het wil ritueel zonder nederigheid, kerk zonder armen, geloof zonder gehoorzaamheid aan iets wat groter is dan de leider. Het wil oude vormen gebruiken om nieuwe macht te verkopen.
Dat is waarom het woord “traditionalisme” hier misleidt. Wat zich vandaag traditionalistisch noemt, is vaak niet bezig met traditie. Het is bezig met esthetiek. Met sfeer. Met Latijn, iconen, kruisen, donkere pakken, grote woorden over beschaving en orde. Maar zodra de traditie werkelijk iets vraagt, zorg voor armen, terughoudendheid in oorlog, kritiek op geldmacht, eerbied voor de waarheid, wordt ze opzijgeschoven. Dan blijkt de traditie decor te zijn.
De marktlogica met wierook eroverheen
Achter dat decor staat iets anders: een wereldbeeld waarin macht het enige echte beginsel is. Mensen, landen, lichamen en grenzen worden gezien als materiaal. Er zijn winnaars en verliezers. Wie wint, mag nemen. Wie verliest, had maar sterker moeten zijn. Dat is geen christendom. Dat is de marktlogica met wierook eroverheen.
Trumpisme is daarvan de meest platte vorm. Het gelooft niet werkelijk in gemeenschap, recht of algemeen belang. Het gelooft in transactie, vernedering en roof. Buitenlandse politiek wordt dan het afpersen van kleinere landen door grotere. Binnenlandse politiek wordt een machine waarin de winnaars samenkomen om waarde uit de samenleving te trekken. De staat is geen uitdrukking van een volk, laat staan van zorg. De staat is een buit.
En juist onder de vlag van religieus traditionalisme hebben figuren als Vance en andere intellectuelen van nieuw rechts hun trouw aan Trump proberen te rechtvaardigen. Dat is de kern van de absurditeit. Men beroept zich op zondebesef om een man te dienen die zichzelf nooit iets verwijt. Men spreekt over beschaving en verdedigt tegelijk een politiek van wreedheid, leugen en spektakel. Men roept om orde, maar leeft van chaos.
Wat overblijft
Het resultaat is geen terugkeer naar traditie. Het is Jezus-slop: religieuze beelden, AI-glans, machtsfantasieën en halfbegrepen dogma’s, allemaal door elkaar gehusseld tot bruikbare propaganda. Niet bedoeld om mensen te verheffen, maar om macht heilig te laten lijken.
En daar zit het gevaar. Want wanneer religie niet langer de macht ondervraagt maar haar versiert, wordt ze een wapen tegen precies de mensen voor wie elke geloofstraditie iets zou moeten betekenen: armen, vluchtelingen, arbeiders, zieken, gevangenen, mensen zonder bescherming. De mensen die altijd betalen wanneer leiders zich door God gezonden wanen.
De vraag is dus niet of Russell Brand zijn bijbelpassage kon vinden. De vraag is wat er gebeurt wanneer een hele politieke beweging de taal van geloof gebruikt zonder zich nog iets aan te trekken van de inhoud ervan. Wat blijft er over van traditie wanneer ze alleen nog dient om overheersing mooier te maken?
Misschien alleen dit: een kostuum, een scherm, een leider in wit gewaad, gegenereerd door een machine, gedeeld door miljoenen, en vereerd door mensen die beweren dat ze de leegte van de moderne tijd willen bestrijden terwijl ze haar zelf produceren.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
