Jonge zwarte activisten met een Amerikaanse vlag, terwijl een van hen het woord vote op zijn voorhoofd heeft.
De strijd om zwarte politieke macht loopt door van de burgerrechtenbeweging naar het verzet tegen het Trump-regime.

Het enige waar Trump wél goed in is: zwarte macht breken

Er zit een vreemde paradox in het tweede Trump-regime. Op veel terreinen oogt het project chaotisch, slordig en incompetent. Zaken lopen vast in rechtbanken. Ministeries verliezen kennis en personeel. Overheidsdiensten functioneren slechter. Buitenlands beleid wordt impuls, dreiging en persoonlijke loyaliteit.

Wie alleen daarnaar kijkt, ziet vooral bestuurlijke wanorde. Maar dat is niet het hele verhaal. Op één punt is het project opvallend samenhangend: het terugdringen van zwarte politieke macht en het afbreken van de multiraciale democratie.

Dat gebeurt niet alleen met racistische taal, nostalgie naar een witter Amerika of aanvallen op diversiteitsbeleid. Het gebeurt ook via wetten, contractregels, personeelsbeleid, kieskaarten, rechtbanken en niet-handhaving. Daar wordt het gevaarlijk. Racisme verschijnt hier niet alleen als scheldwoord, maar als procedure. Als kaart. Als clausule. Als ontslagbrief. Als bezuiniging. Als zogenaamd neutrale hervorming.

Steun vrheid.nl op Substack

Niet chaos, maar restauratie

Trump verkoopt zijn aanval op diversiteitsbeleid als herstel van “merit”, van verdienste. Op 21 januari 2025 trok hij Executive Order 11246 in, de maatregel uit 1965 die federale contractanten verplichtte tot gelijke kansen en non-discriminatie in werkgelegenheid. Die maatregel kwam voort uit de burgerrechtenstrijd van de jaren zestig. De intrekking werd verpakt als strijd tegen “illegale discriminatie” en als terugkeer naar “merit-based opportunity”.

Dat is de bekende truc van reactionaire politiek. De taal van gelijkheid wordt gebruikt om beleid tegen ongelijkheid af te breken. Niet racisme wordt het probleem genoemd, maar de poging om racisme te corrigeren. Niet uitsluiting wordt verdacht gemaakt, maar herstel.

Reuters meldde op 19 maart 2025 dat het Trump-regime een expliciet verbod op “segregated facilities” uit federale contractregels had verwijderd. Het ging om voorzieningen als wachtruimtes, restaurants en drinkfonteinen voor werknemers van federale contractanten. Discriminatie en segregatie bleven onder andere wetten verboden, maar de politieke betekenis van deze administratieve ingreep was moeilijk te missen.

De regering hoefde geen bordje “whites only” terug te hangen om iets fundamenteels te verschuiven. Het was genoeg om taal te verwijderen die zulke bordjes decennialang expliciet uit federale contracten hield.

Zo werkt restauratiepolitiek vaak. Niet altijd door oude symbolen openlijk terug te brengen, maar door de barrières weg te halen die ooit zijn opgetrokken om herhaling te voorkomen. De geschiedenis wordt niet frontaal herroepen. Ze wordt administratief uitgehold.

Zwarte publieke macht uit het zicht

The Guardian beschreef hoe Trump prominente zwarte functionarissen uit hoge posities probeerde te verwijderen of daadwerkelijk ontsloeg. Het artikel noemt onder anderen Lisa Cook bij de Federal Reserve, generaal Charles Q. Brown Jr. bij de Joint Chiefs of Staff en Carla Hayden bij de Library of Congress.

Dat zijn geen willekeurige functies. Het gaat om economische macht, militaire macht, kennisinstituties en publieke herinnering. Juist daar is vertegenwoordiging niet alleen symbolisch. Wie daar zit, bepaalt mede wat als expertise geldt, welke geschiedenis wordt bewaard, welke risico’s worden gezien en welke belangen worden beschermd.

Ook in het Pentagon kwamen zorgen naar buiten over zuiveringen onder minister Pete Hegseth. The Guardian meldde dat Hegseth 24 hoge militaire leiders had ontslagen of tot vertrek had gedwongen, onder wie veel zwarte leiders en vrouwen. Critici zagen daarin geen gewone personeelswisseling, maar een ideologische zuivering die past bij de bredere aanval op diversiteit, gelijkheid en inclusie.

De boodschap is helder. Zwarte aanwezigheid in publieke macht wordt niet alleen bestreden via verkiezingen. Ze wordt ook bestreden door instituties witter, volgzamer en ideologisch betrouwbaarder te maken.

De staat verdwijnt niet. Hij verandert van kant

De federale overheid is voor zwarte Amerikanen historisch belangrijk geweest. Niet omdat de staat vanzelf rechtvaardig was, maar omdat federale banen, burgerrechtenwetgeving en publieke instituties ruimte boden voor bestaanszekerheid, professionele groei en politieke invloed.

Daarom zijn ontslagen en bezuinigingen in de federale overheid niet neutraal. Wanneer een regering snijdt in publieke diensten, treft dat niet iedereen gelijk. De National Women’s Law Center stelde dat vrouwen en mensen van kleur de meerderheid vormen in veel federale diensten die doelwit zijn van grootschalige personeelsreducties. Zwarte werknemers waren volgens NWLC sterk vertegenwoordigd bij onder meer HUD en het ministerie van Onderwijs, twee diensten waar zij 36 procent van het personeel vormden. Federale banen speelden bovendien lang een belangrijke rol als route naar bestaanszekerheid en de zwarte middenklasse.

Hier wordt de staat niet simpelweg “kleiner”. Dat is een misleidende formulering. De staat wordt selectiever. Hij trekt zich terug uit bescherming, maar blijft aanwezig als controleapparaat. Hij snijdt in antidiscriminatie, volkshuisvesting, onderzoek, onderwijs en arbeidsbescherming, terwijl repressie, grensbewaking, deportatie en politiepolitiek worden opgevoerd.

De staat verdwijnt dus niet. Hij verandert van kant.

Wonen zonder bescherming

Die verschuiving is ook zichtbaar bij de Fair Housing Act, de wet uit 1968 die discriminatie bij wonen moet bestrijden. HousingWire berichtte op basis van interne documenten dat het Trump-regime de handhaving binnen HUD drastisch had teruggeschroefd. Schikkingen daalden van 4 tot 8 miljoen dollar per jaar naar minder dan 200.000 dollar, terwijl het aantal discriminatie-aanklachten terugliep van 35 per jaar naar 4 en de fair-housing-afdeling fors werd verkleind.

De ACLU waarschuwde dat het Trump-regime met het terugdraaien van “disparate impact”-regels een belangrijk instrument tegen structurele discriminatie bedreigt. Zulke regels zijn cruciaal omdat discriminatie niet altijd via openlijke intentie werkt. Ze werkt vaak via beleid en praktijken die neutraal lijken, maar in uitkomst groepen systematisch benadelen, in wonen, werk, onderwijs, krediet, algoritmes en selectiecriteria.

Dat is ook voor Nederland herkenbaar. Discriminatie wordt vaak pas serieus genomen als iemand een racistische zin letterlijk uitspreekt. Maar uitsluiting werkt meestal netter. Via formulieren. Via risicoprofielen. Via woningselectie. Via “objectieve” criteria die precies de bestaande ongelijkheid reproduceren.

Stemrecht als machtskern

De scherpste aanval zit bij het stemrecht. De uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Louisiana v. Callais vormt daarin een kantelpunt. De zaak draaide om de kieskaart van Louisiana en de vraag of zwarte kiezers voldoende vertegenwoordiging konden krijgen onder de Voting Rights Act.

Louisiana heeft een grote zwarte bevolking. De strijd ging erover of die bevolking ook politieke macht mocht krijgen in de vorm van representatieve districten.

The New Yorker beschreef hoe de uitspraak in Louisiana v. Callais Section 2 van de Voting Rights Act zwaar uitholt. Waar Section 2 juist bedoeld was om kiessystemen met discriminerende effecten aan te vechten, legt het Hooggerechtshof de lat nu veel sterker bij bewijs van discriminerende intentie. Daarmee wordt het moeilijker om zwarte stemmacht tegen gerrymandering te beschermen.

Gerrymandering klinkt technisch, maar het is een van de belangrijkste wapens in de strijd om macht. Het bepaalt niet alleen wie mag stemmen, maar ook hoeveel die stem waard is. Zwarte kiezers kunnen formeel stemrecht hebben, terwijl hun politieke invloed door districtsgrenzen systematisch wordt verdund.

Dan keren we niet terug naar een abstract constitutioneel debat. We keren terug naar een oude Amerikaanse werkelijkheid: zwarte mensen tellen wel mee als bevolking, maar niet als macht.

Multiraciale democratie als vijandbeeld

De Verenigde Staten zijn nooit vanzelf een multiraciale democratie geweest. Elke stap in die richting is bevochten. Na de Burgeroorlog kwam Reconstruction, gevolgd door witte terreur en Jim Crow. Na de burgerrechtenbeweging kwamen de Voting Rights Act en Civil Rights Act, gevolgd door decennia van juridische tegenaanvallen, voter suppression, mass incarceration, gerrymandering en reactionaire rechtspraak.

Trump staat niet buiten die geschiedenis. Hij versnelt haar. Zijn project gaat niet alleen over persoonlijk racisme, hoe zichtbaar dat ook is. Het gaat om de institutionele vraag wie macht mag hebben in een land dat demografisch, cultureel en politiek multiraciaal is geworden. De reactie van rechts is niet alleen nostalgisch. Ze is strategisch.

Als de bevolking verandert, moeten de regels worden aangepast. Als zwarte kiezers macht krijgen, moeten districten worden hertekend. Als diversiteitsbeleid toegang opent, moet het “discriminatie” heten. Als burgerrechtenwetgeving te effectief is, moet de handhaving worden uitgehold. Als zwarte functionarissen te zichtbaar worden, moeten ze verdwijnen.

Daarom is de titel hard, maar niet overdreven: het enige waar Trump wél goed in is, is zwarte macht breken.

De staat als wapen

Wie dit alleen als Amerikaans drama bekijkt, mist de bredere les. Autoritaire politiek werkt zelden alleen met spektakel. Ze werkt ook met administratie. Met stille wijzigingen in regels. Met het schrappen van woorden. Met het leegmaken van afdelingen. Met het benoemen van rechters. Met het veranderen van kaarten.

De aanval op democratie begint niet altijd met tanks op straat. Soms begint zij met de vraag welke stemmen nog meetellen, welke klachten nog worden onderzocht, welke geschiedenis nog wordt bewaard, welke werknemers nog bescherming krijgen en welke gemeenschappen nog vertegenwoordigd mogen zijn.

Dat maakt deze periode zo gevaarlijk. De chaos is echt, maar ze mag ons niet blind maken voor de samenhang. Terwijl het Trump-regime faalt in bestuur, rechtspraak, economie en diplomatie, boekt zij vooruitgang op een fundamenteler terrein: het smaller maken van de democratie.

Een democratie die zwarte macht breekt, blijft misschien nog verkiezingen houden. Ze houdt misschien nog rechtbanken, campagnes, debatten, peilingen en vlaggen. Maar haar belofte raakt leeg. Want een democratie waarin zwarte burgers wel mogen bestaan, maar steeds minder macht mogen uitoefenen, is geen multiraciale democratie meer. Het is een oude hiërarchie in een nieuw administratief jasje.

De strijd daartegen gaat dus niet alleen over Trump. Zij gaat over de vraag of democratie meer is dan een procedure voor wie al macht heeft. Zij gaat over stemrecht, werk, wonen, publieke functies, onderwijs, geschiedenis en bescherming. Zij gaat over de simpele, radicale eis dat mensen niet alleen geteld worden, maar ook macht krijgen.

Precies daarom is deze aanval zo fel. En precies daarom is verzet ertegen geen bijzaak, maar het hart van de democratische strijd.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou