Demonstranten marcheren door het centrum van Teheran tijdens economische protesten op 29 december 2025.
Demonstranten lopen door het centrum van Teheran op 29 december 2025, tijdens protesten tegen economische ontwrichting en de val van de rial.

Schaakmat in Iran

Ergens op een scherm in Washington schuift een generaal met zijn vinger over een kaart. Schepen, pijpleidingen, havens, raffinaderijen. Blauwe lijnen voor bondgenoten, rode voor vijanden, pijlen voor macht. Alsof de wereld nog altijd een bordspel is waarop Amerika de stukken verplaatst en anderen wachten tot ze aan de beurt zijn. Maar soms beweegt het bord zelf, en dat is wat er rond Iran zichtbaar wordt.

Hoe Amerika zijn greep op de Golf verloor

Het gaat niet alleen om een militaire crisis en ook niet alleen om een conflict tussen Washington, Tel Aviv en Teheran. Wat hier op tafel ligt, is iets groters: het einde van een vanzelfsprekendheid. De Verenigde Staten dachten decennialang dat zij de orde in de Perzische Golf konden bewaken, afdwingen en, wanneer nodig, bombarderen. Die orde was nooit neutraal. Zij diende olie, kapitaal, bondgenoten en wapendeals. Zij beschermde regimes zolang ze nuttig waren. Zij sprak over vrijheid van scheepvaart, maar bedoelde vaak vrijheid voor markten, vrijheid voor energiebedrijven en vrijheid voor geopolitieke controle. Nu blijkt dat die controle niet zomaar terug te halen is.

Een nederlaag die niet weg te praten valt

Amerika heeft vaker verloren. Vietnam. Afghanistan. Irak, op een andere manier. Telkens kon Washington de schade inkaderen. Het waren dure, bloedige en vernederende nederlagen, maar ze braken niet meteen de centrale positie van de Verenigde Staten in de wereldorde.

Steun vrheid.nl op Substack

Iran is anders, omdat wie de Straat van Hormuz controleert niet alleen een vijand raakt, maar de wereldeconomie zelf. Het gaat om tankers, gascontracten, voedselprijzen, inflatie, elektriciteitsrekeningen en de politieke stabiliteit van landen die ver buiten de regio liggen. De Straat van Hormuz is geen bijzaak. Het is een slagader van het fossiele kapitalisme, en precies daar heeft Iran nu een machtsmiddel in handen dat sterker kan zijn dan welke bom ook.

De Verenigde Staten en Israël konden Iran zwaar raken. Ze konden leiders doden, militaire infrastructuur vernietigen en installaties platleggen. Maar zij konden niet afdwingen wat zij werkelijk wilden: onderwerping. Geen instorting van het regime. Geen beslissende concessie. Geen terugkeer naar de oude verhoudingen. Dat is de harde les van imperiale macht: geweld kan vernietigen, maar het kan niet altijd gehoorzaamheid produceren.

De grens van bombardementen

De voorstanders van oorlog hebben een vertrouwde zin paraat: maak het af. Alsof oorlog een klus is, een verbouwing die wat uitloopt. Maar wat betekent “afmaken” hier? Nog meer bombarderen betekent dat Iran opnieuw kan terugslaan op olie- en gasinstallaties in de Golf. Een paar rake aanvallen zijn genoeg om de wereldeconomie jarenlang te ontregelen. Een grondoorlog betekent een immens land, een geharde staat, een bevolking die niet simpelweg de bevrijder in de armen zal vallen, en een bezetting zonder duidelijk einde. Een zeeblokkade maakt van energie en voedsel politieke wapens en duwt gewone mensen, in Iran en daarbuiten, dieper de ellende in.

De haviken weten dit, maar ze zeggen het zelden hardop. Hun oorlogstaal werkt alleen zolang de kosten abstract blijven, zolang het gaat over “druk opvoeren”, “dominantie herstellen” en “strategische belangen”. Achter die woorden zitten gezinnen die hun boodschappen niet meer kunnen betalen, arbeiders die hun baan verliezen wanneer energieprijzen exploderen, mensen in Iran die opnieuw worden fijngemalen tussen een autoritair regime en buitenlandse agressie, en Palestijnen, Libanezen, Jemenieten en anderen die leven in de schaduw van dezelfde regionale machtsstrijd.

De rekening komt altijd ergens terecht, maar zelden bij degenen die de oorlog verkopen.

Iran hoeft niet te winnen zoals Amerika wil winnen

Washington denkt vaak in termen van totale overwinning. De vijand moet buigen, het regime moet vallen en de wereld moet zien wie de baas is. Maar Iran hoeft niet op die manier te winnen. Iran hoeft vooral te blijven staan.

Dat maakt de situatie zo ongemakkelijk voor Amerika. Een regime dat bombardementen overleeft, sancties overleeft en vervolgens de Straat van Hormuz onder zijn greep houdt, hoeft geen morele overwinning te claimen. Het heeft een machtspositie, en macht hoeft in de internationale politiek niet mooi te zijn om effectief te zijn.

Dat betekent niet dat het Iraanse regime ineens progressief, bevrijdend of anti-imperialistisch in de menselijke zin van het woord is. Dat regime onderdrukt zijn eigen bevolking. Het slaat protesten neer en offert gewone Iraniërs op aan zijn eigen overleving. Daarover moeten we helder blijven. Maar helderheid vraagt ook dat we twee dingen tegelijk zien. Het autoritaire karakter van Teheran maakt de Amerikaanse oorlogslogica niet rechtvaardig, en Amerikaanse agressie maakt de onderdrukking door Teheran niet minder echt. Wie dat onderscheid niet kan maken, raakt al snel verstrikt in propaganda.

De Straat van Hormuz als nieuw machtscentrum

Als Iran de doorgang door Hormuz kan vertragen, belasten, beperken of politiek sturen, verandert de wereldkaart. Niet op papier, maar in de praktijk. Landen die afhankelijk zijn van energie uit de Golf moeten dan niet alleen naar Washington kijken, maar ook naar Teheran. Aziatische economieën, Europese staten en Golfmonarchieën moeten allemaal hun eigen regeling zoeken. Daarmee verschuift de macht.

De Golfstaten, jarenlang beschermd door Amerikaanse hegemonie, zullen zich moeten aanpassen. Zij hebben hun rijkdom gebouwd onder een militaire paraplu die Washington ophield. Als die paraplu scheurt, worden ze gedwongen om met Iran te praten, niet vanuit luxe, maar vanuit noodzaak. Israël komt eveneens in een andere positie terecht. Als Iran de toevoer van olie en gas kan beïnvloeden, zullen andere landen Israël sneller onder druk zetten om geen nieuwe aanvallen uit te voeren op groepen die met Iran verbonden zijn, bijvoorbeeld in Libanon, Gaza of Syrië.

Dat is geen vrede, maar een nieuwe balans van dreiging. Juist daarom is het belangrijk om te begrijpen wat hier gebeurt. De Verenigde Staten verliezen niet omdat Iran rechtvaardiger is. Ze verliezen omdat hun eigen model vastloopt: eindeloze militaire dominantie, fossiele afhankelijkheid, steun aan autoritaire bondgenoten en het geloof dat technologie elk politiek probleem kan oplossen.

De Shivalik en het einde van de vanzelfsprekende dollarwereld

Een goed symbool van die verschuiving is de Indiase LPG-carrier Shivalik. Volgens scheepvaartberichtgeving voer het schip in maart via een ongebruikelijke route langs Iran’s Larak Island voordat het de Straat van Hormuz passeerde. Reuters meldde dat Iran twee Indiase LPG-tankers toestemming gaf om door Hormuz te varen; Lloyd’s List schreef later over verwarring in de scheepvaart rond Iraanse eisen voor toestemming, tol en betalingen via crypto en Chinese yuan. Daarmee wordt zichtbaar dat de strijd om Hormuz niet alleen militair is, maar ook financieel. Wie de doorgang controleert, kan niet alleen schepen tegenhouden, maar ook bepalen onder welke voorwaarden zij mogen varen.

Dat raakt aan iets groters dan Iran alleen. De wereldhandel in olie en gas draait al decennia rond de dollar. Die positie geeft de Verenigde Staten enorme macht: landen hebben dollars nodig, financiële stromen lopen via Amerikaanse invloedssferen en sancties worden daardoor een geopolitiek wapen. Als landen bij een crisis rond Hormuz gaan betalen in yuan, crypto of andere routes buiten de dollar om, is dat nog geen einde van de dollarhegemonie. Zulke voorspellingen zijn vaker gedaan en kwamen vaak te vroeg. Maar het is wel een teken dat landen zoeken naar manieren om minder afhankelijk te zijn van Washington.

Daarmee wordt de Shivalik geen los incident, maar een waarschuwing. Niet omdat één schip de wereldorde verandert, maar omdat één schip kan laten zien wat al langer aan het verschuiven is. De Verenigde Staten blijven machtig: militair, financieel, technologisch en economisch. Maar macht is niet hetzelfde als leiderschap. Als Washington oorlogen begint, bondgenoten onzeker maakt, internationale instituties ondermijnt en vervolgens niet meer in staat blijkt een cruciale zeeroute betrouwbaar open te houden, gaan landen hun eigen uitwegen zoeken. Niet uit idealisme, maar uit noodzaak.

Een post-Amerikaanse wereld, maar niet vanzelf een betere

Veel mensen buiten het Westen zullen met weinig verdriet kijken naar het afbrokkelen van Amerikaanse macht. Begrijpelijk. Van Irak tot Chili, van Vietnam tot Gaza, van Afghanistan tot Iran: de Amerikaanse orde heeft zich vaak verkocht als vrijheid en zich gedragen als overheersing.

Maar een post-Amerikaanse wereld is niet automatisch een rechtvaardige wereld. Als de Amerikaanse hegemonie verzwakt, betekent dat niet dat gewone mensen vanzelf meer macht krijgen. Het kan ook betekenen dat andere staten, andere elites en andere kapitalistische blokken harder gaan vechten om grondstoffen, routes en invloed. China zal zijn positie versterken. Rusland zal kansen zien. Europese landen zullen praten over strategische autonomie en intussen meer geld naar marines, wapens en grensregimes schuiven. Overal zullen regeringen zeggen dat ze veiligheid nodig hebben, en meestal bedoelen ze dan meer controle van bovenaf.

De vraag is dus niet alleen wie Amerika opvolgt. De vraag is of we een wereld willen waarin grootmachten elkaar blijven bevechten over energie, handelsroutes en militaire prestige. Want dan verandert de vlag boven de macht, maar niet het systeem dat mensen eronder laat betalen.

Wie betaalt de prijs?

De arbeider in Rotterdam merkt het aan de energierekening. De taxichauffeur in Caïro aan de brandstofprijs. De moeder in Teheran aan schaarste en repressie. De familie in Gaza aan nieuwe druk, nieuwe dreiging en nieuwe berekeningen boven hun hoofd. De havenarbeider, de boer, de verpleegkundige en de vluchteling dragen de gevolgen van besluiten die genomen worden in vergaderzalen waar hun leven alleen als risico of kostenpost verschijnt.

Dat is de obsceniteit van geopolitiek zoals die meestal bedreven wordt. Mensen verdwijnen in termen als “stabiliteit”, “afschrikking” en “energiezekerheid”. Maar stabiliteit voor wie? Zekerheid voor wie? Voor de markten, voor de bondgenoten, voor de aandeelhouders van energiebedrijven, voor regeringen die hun gezag willen bewaren?

Een werkelijk linkse blik moet verder kijken dan de nederlaag van Amerika alleen. Ja, het verlies van imperiale almacht opent ruimte. Maar die ruimte kan worden gevuld door nieuwe autoritaire machten, nieuwe wapenwedlopen en nieuwe vormen van economische dwang, tenzij mensen, bewegingen, vakbonden en gemeenschappen een andere richting afdwingen. Niet de vrijheid van tankers moet centraal staan, maar de vrijheid van mensen. Niet de veiligheid van olie-installaties, maar de veiligheid van huizen, lichamen, lonen, water, voedsel en toekomst.

Schaakmat is nog geen bevrijding

Washington kan deze oorlog misschien niet meer winnen, niet op de oude manier en niet zonder risico’s die groter zijn dan de overwinning zelf. Dat is de schaakmat waar de Amerikaanse macht nu tegenaan kijkt: doorgaan kan rampzalig worden, stoppen betekent gezichtsverlies, onderhandelen betekent erkennen dat de wereld niet meer luistert zoals vroeger.

Maar voor gewone mensen is schaakmat geen bevrijding. Het is slechts het moment waarop de spelers eindelijk zien dat hun spel vastloopt. De kans zit niet in het juichen om een nieuwe machtsbalans, maar in het weigeren van de logica erachter. Geen oorlog om olie. Geen sancties die bevolkingen wurgen. Geen steun aan regimes omdat ze toevallig aan “onze” kant staan. Geen veiligheid die wordt gebouwd op angst, armoede en onderdrukking.

De wereld na Amerikaanse dominantie wordt niet vanzelf menselijker. Daarvoor is verbeelding nodig, organisatie, solidariteit en de koppigheid om te blijven zeggen dat geen enkel rijk, geen enkele staat en geen enkele markt het recht heeft om hele bevolkingen als pionnen te behandelen. Dat is geen naïviteit, maar misschien wel het enige realisme dat nog iets waard is.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou