De remigratietop in Portugal is alweer even voorbij, maar dat maakt haar niet minder belangrijk. Sommige bijeenkomsten zijn geen nieuwsflits, maar een waarschuwing: daar zie je hoe een woord wordt klaargemaakt voor beleid.
Toen Forum voor Democratie-Kamerlid Lidewij de Vos naar de remigratietop in het Portugese Figueira da Foz afreisde, ging zij niet naar een gewone bijeenkomst over migratiebeleid. In een evenementenlocatie buiten de stad, bewaakt en afgeschermd van kritische pers, stapte zij een internationale conferentie binnen waar extreemrechts zichzelf oefent in machtstaal.
Het woord dat daar centraal stond was “remigratie”. Dat klinkt administratief, bijna netjes, alsof het om formulieren, procedures en vrijwillige terugkeer gaat. Maar op deze top betekende het iets anders: mensen wegwerken uit de samenleving omdat zij niet passen in het witte, nationalistische en reactionaire Europa dat extreemrechts voor zich ziet.
Daarom doet de aanwezigheid van Gregory Bovino ertoe. Hij was niet zomaar een Amerikaanse gast op een Europees extreemrechts congres, maar een van de gezichten van Trumps harde migratieapparaat. Onder Trump werden grensagenten niet alleen aan de grens ingezet, maar ook in Amerikaanse steden. Chicago, Los Angeles, Minneapolis en andere plekken werden behandeld alsof ze bezet gebied waren. Migranten, buurtbewoners, straatverkopers, arbeiders en mensen die simpelweg “niet wit genoeg” oogden, kregen te maken met controles, invallen, arrestaties en geweld.
Dat is de politieke betekenis van Bovino in Porto. Hij kwam niet alleen vertellen wat hij vindt. Hij kwam laten zien wat extreemrechts bedoelt wanneer het van “remigratie” beleid wil maken. Bovino presenteerde zichzelf niet als terughoudende oud-functionaris, maar als iemand die de deportatiemachine nog steeds verder wil duwen: harder, zichtbaarder, minder gehinderd door politici die hem te voorzichtig zijn. Dat zei Bovino in feite zelf ook. In zijn toespraak bedankte hij Martin Sellner, een van de belangrijkste verspreiders van het begrip “remigratie”, en zei hij dat hun ideeën elkaar spiegelden. Dat is belangrijk. Bovino stond daar niet als toevallige gast of exotische Amerikaan. Hij bevestigde voor de zaal dat de Amerikaanse deportatiepraktijk en de Europese identitaire fantasie uit hetzelfde politieke liedboek zingen.
In Europa wordt “remigratie” al jaren verpakt door identitaire denkers, activisten en parlementariërs die zich voordoen als bezorgde verdedigers van cultuur. Sellner wil het begrip via boeken, demonstraties, memes, influencers en conferenties steeds verder de mainstream in duwen. In de Verenigde Staten kreeg dezelfde gedachte onder Trump een uniform, een voertuig, een arrestatieteam en een deur die werd ingetrapt. De bijeenkomst bij Porto bracht die werelden samen. De Europese fantasie over etnische zuivering keek naar Amerika en zag een handleiding.
Daarom was Bovino belangrijk voor die zaal: niet ondanks zijn verleden, maar dankzij dat verleden. Zijn aanwezigheid gaf de conferentie wat zij zocht: bewijs dat het kan. Dat massale deportatie niet alleen een extreemrechtse droom hoeft te blijven, maar staatspraktijk kan worden. Dat woorden als “orde”, “veiligheid” en “grenzen” kunnen worden vertaald naar invallen, arrestaties, angst in wijken en gezinnen die uit elkaar worden gerukt. Dat een staat mensen kan opjagen en dat dit vervolgens op een congres wordt verkocht als beschaving.
Ook zijn uiterlijk werd onderdeel van die boodschap. Duitse media bespraken eerder zijn lange groene jas, glimmende knopen, korte kapsel en autoritaire uitstraling. Later bleef Bovino zelf met die beeldtaal spelen: de jas, de armgebaren, de poses waarin discipline en dreiging samenvallen. Dat ging niet alleen over kleding. Politiek heeft altijd beeldtaal. Uniformen, marsen, zonnebrillen, leren jassen, strakke rijen, harde kaken: extreemrechts weet dat macht niet alleen wordt uitgesproken, maar ook wordt opgevoerd. Niemand hoeft te bewijzen dat een jas letterlijk een SS-uniform is om te zien wat hier gebeurt. De esthetiek leunt op een oud verlangen: de sterke man, de zuivere orde, het geweld dat zich presenteert als discipline. Bovino droeg geen neutrale jas. Hij droeg een rol: de man die niet met mensen discussieert, maar hen verplaatst.
Die voorstelling hield niet op bij zijn jas. Ook de omgang met de pers paste erin. Rechtse influencers en bevriende media mochten naar binnen, kritische journalisten werden buiten gehouden bij partytenten en een livestream. Binnen scandeerde de zaal “remigratie”, buiten werd de pers getreiterd. Dat is geen detail. Extreemrechts wil aandacht, maar geen tegenspraak; zichtbaarheid, maar geen verantwoording.
Daarmee wordt ook duidelijk wat De Vos daar deed. Zij stond niet op een ongemakkelijke bijeenkomst waar toevallig een paar extreme gasten rondliepen. Zij stond op een podium waar de internationale radicaal-rechtse beweging haar woorden, beelden en strategieën op elkaar afstemt. Met de Oostenrijkse identitair Martin Sellner, de Amerikaanse witte nationalist Jared Taylor, oud-grenscommandant Gregory Bovino, politici van AfD en Vox en activisten uit kringen van Voorpost, Pegida en White Lives Matter lag de lijn openlijk op tafel. FvD leverde daar niet alleen een Nederlandse aanwezigheid. FvD leverde aansluiting.
FvD probeert “remigratie” in Nederland te verkopen als humaan beleid: een redelijke correctie op migratie, een rustige oplossing voor een probleem dat de partij zelf voortdurend opblaast. Maar op de remigratietop viel dat masker af. Daar werd zichtbaar wat dit woord in de praktijk betekent: geen vrijwillige terugkeer, maar een politiek project dat mensen op grond van afkomst, religie en vermeende cultuur eerst verdacht maakt, daarna uitsluit en uiteindelijk wil verwijderen.
De Vos kan later zeggen dat zij niet verantwoordelijk is voor alle andere aanwezigen. Dat is de bekende uitweg. Extreemrechts verschijnt graag in gezelschap, maar wil nooit verantwoordelijk zijn voor dat gezelschap. Het wil netwerken zonder besmet te raken. Het wil applaus ontvangen zonder rekenschap af te leggen. Het wil woorden delen, podia delen en vijanden delen, maar bij kritiek doen alsof iedereen toevallig in dezelfde zaal stond.
Dat is ongeloofwaardig. Wie spreekt op een conferentie rond “remigratie” met figuren als Sellner, Van Langenhove, Taylor en Bovino, kiest een kant. Wie daar het woord neemt namens een Nederlandse parlementaire partij, maakt extreemrechts niet kleiner, maar groter. En wie daarna blijft volhouden dat het alleen om “vrijwillige terugkeer” gaat, vraagt het publiek om niet te kijken naar de mensen naast haar.
Maar juist die mensen vertellen het verhaal. Bovino laat zien waar “remigratie” naartoe wil: niet naar vrijwilligheid, niet naar nette formulieren, niet naar beleidstaal die niemand pijn zou doen. Het eindpunt is een samenleving waarin burgerschap voorwaardelijk wordt, afkomst verdacht wordt gemaakt en de staat mensen als probleemlichamen behandelt. Eerst in woorden. Dan in lijsten. Dan in invallen. Dan in bussen, cellen en vliegtuigen.
Dat is waarom Porto belangrijk is. Niet omdat daar iets nieuws werd bedacht, maar omdat daar zichtbaar werd hoe ver de normalisering al is. De Amerikaanse deportatiemachine en de Europese identitaire beweging herkenden elkaar. De Vos stond daar niet als buitenstaander bij. Zij stond ertussen.
Nederland moet ophouden doen alsof dit nog een gewoon debat over migratie is. “Remigratie” is geen technische term. Het is een fascistisch project in nette kleren. Soms draagt het een pak, soms een parlementair jasje, soms een lange groene jas met glimmende knopen. De boodschap blijft dezelfde: sommige mensen horen er volgens hen nooit echt bij.
Daar moeten we niet beleefd over doen. Daar moeten we een grens trekken.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
