Gevel van een Amsterdams gebouw met het woord apotheek op tegels boven de ingang.
Een apotheek is meer dan een winkel: voor veel Amsterdammers is het een noodzakelijke plek van zorg, uitleg en toegang tot medicijnen.

Medicijnen horen niet thuis in de markt

Je merkt pas hoe politiek een apotheek is als je er staat met een recept in je hand en de medewerker zegt: “We hebben het niet.” Niet boos, niet achteloos, maar moe. Achter haar ligt geen complot, geen slechte wil, geen persoonlijke mislukking. Achter haar ligt een keten van verzekeraars, groothandels, fabrikanten, aanbestedingen, lage marges, personeelstekorten en aandeelhouders die ergens ver weg bepalen wat hier aan de balie wel of niet mogelijk is.

In New York ligt nu een voorstel op tafel dat precies daarom interessant is voor Amsterdam. De Vanderbilt Policy Accelerator pleit voor CityRx: een netwerk van publieke apotheken, verbonden aan het gemeentelijke zorgsysteem, gecombineerd met steun aan onafhankelijke buurtapotheken. Niet alleen bezorgen, niet alleen een loket erbij, maar een poging om medicijnen deels uit de greep van grote ketens, verzekeraars en farmaceutische macht te trekken. Grote apotheekketens hebben in New York buurten verlaten, vooral waar mensen minder te besteden hebben; volgens het voorstel is het aantal apotheekvestigingen in de vijf boroughs sinds 2019 fors gedaald. CityRx wil daar publieke inkoopmacht tegenover zetten, zodat medicijnen goedkoper en bereikbaarder worden.

Daar zit de kern. Als voedsel, wonen en zorg aan de markt worden overgelaten, gebeurt er steeds hetzelfde: wie winst oplevert wordt bediend, wie vooral zorg nodig heeft moet wachten, reizen, bellen, formulieren invullen en hopen dat het deze keer wel lukt. De markt noemt dat efficiëntie. Voor gewone mensen voelt het als vernedering in kleine stukjes. Een dicht loket. Een medicijn dat “tijdelijk niet leverbaar” is. Een apothekersassistent die de woede opvangt die eigenlijk bedoeld is voor een systeem dat niemand aan de balie ooit heeft ontworpen.

Steun vrheid.nl op Substack

Wat New York Amsterdam leert

Amsterdam is New York niet. We hebben hier een ander zorgstelsel, andere regels, andere schaal. Maar de politieke vraag is dezelfde: waarom accepteren we dat basiszorg afhankelijk is van partijen die eerst naar contracten, marges en risico’s kijken, en pas daarna naar mensen?

Nederland kent al jaren grote geneesmiddelentekorten. De KNMP meldde dat het aantal tekorten in 2025 daalde ten opzichte van 2024, maar dat nog steeds ruim 3,5 miljoen mensen in Nederland gevolgen ondervonden van een tekort. Ook zegt de beroepsorganisatie dat apotheekteams dagelijks veel tijd kwijt zijn aan het oplossen van tekorten, tijd die niet naar rustig advies, begeleiding of zorg kan gaan.

Dat klinkt technisch, maar in Amsterdam wordt het heel concreet. In Nieuw-West, Zuidoost, Noord of delen van Oost betekent een tekort niet alleen “even later ophalen”. Het betekent extra reizen met weinig geld. Het betekent mantelzorgers die opnieuw moeten bellen. Het betekent ouderen die niet precies weten welk vervangend medicijn ze nu krijgen. Het betekent mensen met longproblemen, diabetes, psychische klachten of chronische pijn die afhankelijk worden van een systeem dat zelf ook wankelt.

En ondertussen staat ook de apotheek zelf onder druk. De toegankelijkheid van openbare apotheken wordt geraakt door toenemende zorgvraag, meer medicijngebruik, personeelstekorten, administratieve druk en geneesmiddelentekorten. Dat is niet de schuld van de buurtapotheker. Vaak zijn juist die onafhankelijke apotheken de plekken waar nog iemand je naam kent, waar iemand merkt dat je medicijnen niet goed samengaan, waar zorg niet begint met een callcenterstem.

Precies daarom is het New Yorkse voorstel slim. Het zet publieke macht niet tegenover de buurtapotheek, maar naast haar. De stad zou haar eigen inkoopkracht gebruiken om prijzen te drukken en tegelijk onafhankelijke apotheken helpen overeind te blijven. Dat is een les voor Amsterdam: publieke zorg hoeft niet te betekenen dat de gemeente alles platwalst. Het kan ook betekenen dat de stad een schild vormt rond wat in de buurt nog werkt.

Een Amsterdamse CityRx?

Stel je voor: een Amsterdamse publieke apotheekvoorziening, niet als glossy pilot voor een wethoudersfoto, maar als harde sociale infrastructuur. Begin in wijken waar de zorgdruk hoog is en inkomens laag zijn. Koppel het aan huisartsenposten, wijkteams, GGD-locaties en bestaande buurtapotheken. Gebruik gemeentelijke en regionale inkoopmacht om essentiële medicijnen beschikbaar te houden. Maak bezorging mogelijk voor mensen die slecht ter been zijn, maar vervang de balie niet door alleen een app. Zorg dat mensen in meerdere talen uitleg krijgen. Laat apothekers en assistenten fatsoenlijk betaald worden. En behandel medicijnen niet als pakketjes, maar als zorg.

Misschien denk je: kan een gemeente dat allemaal wel? Dat is een eerlijke vraag. Maar we moeten ook de omgekeerde vraag stellen: wat kost het ons als we niets doen? Wat kost het als mensen hun medicijnen niet nemen omdat ze ze niet krijgen, niet begrijpen, niet kunnen ophalen of niet kunnen betalen? Wat kost het als ziekenhuiszorg duurder wordt omdat basiszorg faalt? Wat kost het als elke schakel in de keten naar de volgende wijst?

Amsterdam weet al dat armoede en gezondheid aan elkaar vastzitten. De gemeente schrijft zelf dat geldzorgen, armoede en schulden invloed hebben op gezondheid, werk en kansen. Dan moet je ook durven handelen alsof dat waar is. Niet alleen met campagnes over gezond leven, maar met publieke voorzieningen die de druk bij mensen weghalen. Want je kunt iemand niet vragen “eigen regie” te nemen als diegene drie dagen bezig is om een inhalator, bloeddrukmedicijn of antidepressivum te regelen.

Niet alles hoeft winst te maken

De meest radicale zin in dit debat is eigenlijk heel nuchter: niet alles hoeft winst te maken. Een apotheek hoeft geen verdienmachine te zijn. Een medicijn is geen luxeproduct. Een oudere vrouw in Osdorp, een student met ADHD-medicatie, een ongedocumenteerde Amsterdammer met diabetes, een moeder in de Bijlmer die na haar avonddienst nog langs de apotheek moet, zij zijn geen marktsegmenten. Zij zijn Amsterdammers.

Dat betekent niet dat één publieke apotheek alle problemen oplost. Farmaceutische bedrijven blijven machtig. Zorgverzekeraars blijven sturen op kosten. Europese en nationale regels bepalen veel. Maar steden zijn niet machteloos. Steden kunnen kiezen waar ze ruimte huren, wie ze ondersteunen, welke voorzieningen ze publiek maken, welke data ze verzamelen, welke tekorten ze zichtbaar maken en welke druk ze organiseren richting Den Haag.

En Amsterdam zou dit juist moeten begrijpen. Deze stad weet wat er gebeurt als alles wat nodig is wordt behandeld als vastgoed, belegging of product. We zien het bij wonen. We zien het bij energie. We zien het bij kinderopvang. We zien het bij boodschappen. En dus ook bij zorg. Eerst verdwijnt de menselijke maat, daarna noemt iemand dat onvermijdelijk.

Maar niets is onvermijdelijk aan een systeem dat door mensen is gemaakt.

Een Amsterdamse publieke apotheekvoorziening zou geen liefdadigheid zijn. Het zou democratie van onderaf zijn: een stad die zegt dat gezondheid niet begint bij koopkracht, maar bij toegang. Niet bij aandeelhouders, maar bij de balie om de hoek. Niet bij de vraag wat rendabel is, maar bij de vraag wie er morgen zonder medicijn zit.

Als New York nu durft te denken aan publieke apotheken, moet Amsterdam niet doen alsof dat hier te groot, te ingewikkeld of te Amerikaans is. De vraag is kleiner en scherper: durven wij medicijnen te behandelen als wat ze zijn: een levensvoorwaarde, en durven wij de markt daar eindelijk een stap opzij te laten doen?

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou