In Oekraïense steden staan inmiddels muren vol portretten van gesneuvelden. Foto naast foto, naam naast naam, een stille inventaris van een oorlog die voor families nooit abstract is. In Den Haag wordt ondertussen gesproken over hogere defensiebudgetten, nieuwe wapensystemen en een Europa dat zich opnieuw moet bewapenen. Het kabinet‑Jette presenteert die koers als noodzakelijk realisme. Tegelijk verdwijnt de oorlog in Oekraïne langzaam uit het dagelijkse nieuws, alsof het conflict zelf naar de achtergrond schuift.
Maar oorlog verdwijnt zelden echt. Terwijl de aandacht verslapt, werken de gevolgen juist door: in energieprijzen, in defensie-uitgaven, in diplomatie en in de manier waarop Europese staten opnieuw over macht en veiligheid spreken.
Soms lijkt een oorlog plots te beginnen. Tanks steken een grens over, raketten slaan in, leiders kondigen noodmaatregelen af. Maar wie een paar stappen achteruit doet, ziet iets anders: geweld ontstaat zelden uit het niets. Het groeit langzaam, in de schaduw van politieke keuzes, economische afhankelijkheden en oude machtsverhoudingen die nooit echt verdwenen zijn.
De oorlog in Oekraïne laat dat scherp zien. Journalist Chris de Ploeg merkte al jaren vóór de grootschalige invasie op dat Oekraïne steeds meer in het “kruisvuur” van rivaliserende machtsblokken terechtkwam. Een plek waar geopolitieke belangen, economische afhankelijkheden en politieke narratieven samenkomen. Wat vandaag verschijnt als een militair conflict tussen Rusland en Oekraïne, blijkt bij nader kijken het kruispunt van langere historische bewegingen te zijn: de uitbreiding van de NAVO, de energie-architectuur van Europa en de onopgeloste erfenis van het Sovjet-imperium. Waar die lijnen elkaar raken ontstaat spanning. Precies op dat punt ligt Oekraïne.
Het einde van een imperium dat niet echt verdween
Toen de Sovjet‑Unie in 1991 uiteenviel veranderde de kaart van Europa ingrijpend. Vijftien nieuwe staten verschenen op het wereldtoneel en miljoenen mensen werden plots inwoners van nieuwe landen.
Voor Rusland betekende dit meer dan het verlies van een politieke orde. Het betekende ook het verdwijnen van een enorme strategische bufferzone die decennialang deel had uitgemaakt van het veiligheidsdenken in Moskou.
In de jaren negentig leek dat verlies tijdelijk minder zwaar te wegen. Rusland verkeerde in economische chaos en politieke instabiliteit en was afhankelijk van westerse leningen en internationale instellingen. Terwijl het land probeerde te herstellen begon ondertussen een andere ontwikkeling vorm te krijgen: de NAVO schoof langzaam oostwaarts.
Voormalige Warschaupact‑landen en later ook ex‑Sovjetrepublieken traden toe tot het bondgenootschap. Voor veel landen in Oost‑Europa betekende dat bescherming tegen mogelijke Russische invloed, terwijl het in Moskou werd ervaren als een militaire grens die stap voor stap dichterbij kwam.
Dat verschil in perspectief — bescherming voor de één, omsingeling voor de ander — werd nooit echt opgelost en bleef bestaan als een geopolitieke zenuw die steeds gevoeliger werd.
De Europese droom
Tegelijkertijd groeide een andere aantrekkingskracht in Oost‑Europa: de Europese Unie. De EU presenteerde zichzelf niet als militair project maar als een economisch en politiek model. Integratie betekende toegang tot markten, infrastructuurfondsen en een institutioneel kader dat corruptie en oligarchische macht moest terugdringen. Daardoor werd toetreding tot de EU voor veel landen een historisch doel
Ook in Oekraïne ontstond een diepe politieke discussie over die richting. Een deel van de elite zag integratie met Europa als een kans om een andere staat op te bouwen, terwijl andere groepen de historische, economische en culturele banden met Rusland wilden behouden.
Die spanning kwam tot uitbarsting in 2013 en 2014 toen massale protesten uitbraken nadat de regering een associatieverdrag met de EU had afgewezen. Wat begon als een binnenlandse politieke crisis veranderde al snel in een geopolitieke confrontatie: Rusland annexeerde de Krim en in de Donbas brak oorlog uit.
Vanaf dat moment werd duidelijk dat Oekraïne niet alleen een nationale strijd voerde over politieke koers, maar ook een conflict dat de belangen van grote machtsblokken raakte.
De informatieoorlog rond Oekraïne
Wie probeert het conflict te begrijpen botst al snel op een ander front: de strijd om het verhaal. Journalist Chris de Ploeg beschreef al in 2016, in zijn boek Oekraïne in het kruisvuur, hoe het land niet alleen een militair maar ook een informatief slagveld werd. Volgens hem werd het conflict vanaf het begin omgeven door een informatieoorlog waarin verschillende machtsblokken hun eigen versie van de werkelijkheid probeerden te vestigen.
In veel westerse media werd de Maidan-opstand van 2013–2014 vooral voorgesteld als een democratische revolutie tegen een corrupte, pro‑Russische regering. Dat beeld bevatte een belangrijk deel van de werkelijkheid: honderdduizenden mensen gingen de straat op tegen autoritarisme en corruptie. Tegelijk bleven andere elementen vaak op de achtergrond, zoals de rol van oligarchische machtsgroepen, de invloed van nationalistische milities en de geopolitieke belangen van westerse staten die Oekraïne dichter bij hun politieke en economische sfeer wilden trekken.
Aan Russische kant ontstond een spiegelbeeldig narratief. In Kremlin‑media werd Maidan vaak afgeschilderd als een door het Westen georganiseerde staatsgreep, waarbij fascistische groepen de macht zouden hebben gegrepen en Russische minderheden in gevaar zouden zijn. Ook dat verhaal vereenvoudigde de werkelijkheid sterk en werd gebruikt om Russische interventie politiek te rechtvaardigen.
Zo ontstonden twee dominante vertellingen die elkaar versterkten: in het ene verhaal verdedigde Oekraïne de democratie tegen Russische agressie, in het andere verhaal verdedigde Rusland Russischtalige gemeenschappen tegen een door het Westen gesteunde machtsgreep. Beide perspectieven bevatten elementen van waarheid, maar beide lieten ook belangrijke delen van de werkelijkheid buiten beeld.
De oorlog in de Donbas werd daardoor niet alleen met wapens uitgevochten maar ook met beelden, verhalen en informatiecampagnes. Rusland, Oekraïne, de Europese Unie en de NAVO gebruikten allemaal communicatie, propaganda en strategische framing om hun eigen rol te legitimeren en die van hun tegenstanders te delegitimeren.
De Ploeg wees er destijds al op dat deze strijd om interpretatie het voor buitenstaanders moeilijk maakt om het conflict helder te begrijpen. Wanneer propaganda, nationale belangen en geopolitieke rivaliteit door elkaar lopen, ontstaat een publieke discussie waarin nuance snel verdwijnt.
Dat betekent niet dat alle partijen in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor geweld of escalatie. Het betekent wel dat de manier waarop conflicten worden verteld vaak onderdeel wordt van het conflict zelf.
Energie: de stille infrastructuur van macht
Om de crisis volledig te begrijpen moet nog een andere laag worden bekeken: energie. Sinds de jaren zestig is Europa sterk afhankelijk van Russische olie en gas. Pijpleidingen lopen van Siberische gasvelden naar Europese industriegebieden, en veel van die leidingen kruisen Oekraïens grondgebied.
Daardoor werd Oekraïne een cruciale transitstaat in het Europese energiesysteem, een positie die zowel macht als voortdurende spanning opleverde.
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstonden herhaaldelijk conflicten over gasprijzen, schulden en transitvergoedingen tussen Rusland en Oekraïne. In 2006 leidde zo’n gasconflict zelfs tot onderbrekingen van leveringen aan verschillende Europese landen, waardoor ook elders in Europa zichtbaar werd hoe kwetsbaar de energieketen eigenlijk was.
Energie werd daarmee steeds nadrukkelijker een geopolitiek instrument. Voor Rusland betekende energie‑export politieke invloed in Europa, terwijl Europese economieën profiteerden van relatief goedkope Russische energie die industriële groei ondersteunde. Juist die wederzijdse afhankelijkheid leek lange tijd stabiliteit te garanderen, maar maakte het systeem uiteindelijk ook kwetsbaar.
De energieoorlog
Toen Rusland in 2022 Oekraïne op grote schaal binnenviel veranderde energie vrijwel onmiddellijk in een strategisch wapen. Europa probeerde zijn afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen versneld af te bouwen, terwijl Rusland gasleveringen gebruikte als politiek drukmiddel.
De gevolgen waren onmiddellijk voelbaar. Energieprijzen schoten omhoog, industrieën kwamen onder druk te staan en regeringen moesten haastig alternatieve energiebronnen zoeken. Tegelijkertijd begon Rusland zijn export steeds meer richting Azië te verschuiven.
De energiekaart van Europa werd daarmee opnieuw getekend. De Europese Unie ontwikkelde plannen om Russische gasimporten drastisch te verminderen, maar de werkelijkheid bleek ingewikkelder dan politieke verklaringen doen vermoeden. Energie‑infrastructuur is traag, duur en diep verweven met economische belangen, waardoor pijpleidingen, contracten en industriële ketens zich niet in één winter laten herschrijven. Daarom blijven energiestromen ook vandaag politieke spanningen veroorzaken binnen Europa zelf.
Oorlog om infrastructuur
De oorlog heeft bovendien zichtbaar gemaakt hoe centraal energie‑infrastructuur is geworden in moderne conflicten. Elektriciteitscentrales, raffinaderijen, transformatorstations en pijpleidingen behoren tot de belangrijkste doelwitten van aanvallen.
Dat is geen toeval. Zonder energie stopt alles: industrie, communicatie, transport en militair materieel. Legers draaien op brandstof, datacentra op elektriciteit en moderne economieën op een constante stroom energie.
Wie de energie‑infrastructuur van een land vernietigt raakt daardoor de basis van zijn samenleving. In die zin speelt een deel van deze oorlog zich niet alleen af aan het front, maar ook in kabels, leidingen en transformatorstations.
De NAVO‑paradox
De oorlog legt ook een fundamentele paradox bloot in de Europese veiligheidsstructuur. De NAVO werd na de Koude Oorlog gepresenteerd als een defensieve alliantie die stabiliteit moest garanderen, maar naarmate de organisatie verder naar het oosten uitbreidde begon Rusland haar steeds meer te zien als een instrument van strategische omsingeling.
Elke uitbreiding kreeg daardoor twee tegengestelde betekenissen: voor de ene kant betekende het veiligheid, voor de andere kant dreiging. Oekraïne kwam precies in het midden van die tegenstelling terecht.
De terugkeer van geopolitiek
Misschien is dat uiteindelijk wat deze oorlog het duidelijkst maakt: geopolitiek is nooit verdwenen. Na het einde van de Koude Oorlog ontstond in Europa het idee dat economische globalisering en internationale instituties nationale rivaliteit langzaam zouden vervangen en dat handel, markten en diplomatie conflicten zouden temperen. De gebeurtenissen rond Oekraïne laten echter zien dat territorium, macht en invloedssferen nog steeds een centrale rol spelen in internationale politiek.
Europa wordt daardoor gedwongen opnieuw na te denken over vragen die decennialang naar de achtergrond waren verdwenen: militaire verdediging, energie‑onafhankelijkheid, economische sancties en strategische autonomie. Het zijn vragen die niet alleen over veiligheid gaan, maar ook over macht en afhankelijkheid.
Een land op de breuklijn
Wanneer historici later naar deze periode kijken zullen ze Oekraïne waarschijnlijk zien als een van de centrale breuklijnen van de eenentwintigste eeuw. Niet omdat het land zelf een grootmacht is, maar omdat het precies ligt waar verschillende historische krachten elkaar ontmoeten: de erfenis van het Sovjet‑imperium, de uitbreiding van Europese instituties, de geopolitiek van energie en de rivaliteit tussen grote machten.
Oekraïne bevindt zich daardoor op de grens tussen verschillende werelden: tussen imperium en autonomie, tussen energie‑infrastructuur en militaire strategie, en tussen het Europa dat na 1991 ontstond en het Europa dat nu opnieuw vorm krijgt.
De oorlog is daarom niet alleen een tragedie voor de mensen die er leven. Achter elke strategische kaart en elke geopolitieke analyse staan namen, gezichten en families, zoals op de herdenkingsmuren in Oekraïense steden waar portretten van gesneuvelden rij na rij naast elkaar hangen. Voor families die hun huizen verliezen, voor steden die worden verwoest en voor een generatie die opgroeit in schuilkelders. Hij laat ook zien dat de wereldorde die na de Koude Oorlog vanzelfsprekend leek aan het verschuiven is, en dat wanneer machtsblokken opnieuw hun grenzen tekenen gewone mensen vrijwel altijd de prijs betalen.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
