Het begint op de tribunes van het Italiaanse voetbal, tussen vlaggen, spreekkoren en mannen die doen alsof politiek daar niets te zoeken heeft. Het begint met een vlag, een spreuk, een arm die net iets te zelfverzekerd omhooggaat. Met jonge mannen die doen alsof het allemaal folklore is. Met bestuurders die wegkijken, journalisten die te laat komen, en politici die zeggen dat men niet moet overdrijven.
Paolo Berizzi overdreef niet. Hij keek alleen langer dan anderen wilden kijken.
Berizzi, onderzoeksjournalist van la Repubblica, volgt al een kwart eeuw de neofascistische en neonazistische beweging in Italië. Sinds 2019 leeft hij onder politiebescherming, na bedreigingen uit precies die hoek waarover hij schrijft. Zijn werk laat zien hoe een beweging die jarenlang als marginaal werd afgedaan, zich langzaam door stadions, scholen, universiteiten, concertzalen, sociale media en straatpolitiek heen heeft gewerkt. Niet als spook uit het verleden, maar als georganiseerde kracht in het heden.
Wie naar het Italië van Meloni kijkt, ziet geen restanten in een vitrine. Je ziet een netwerk dat ruimte kreeg, geld vond, vrienden maakte en bescherming genoot. Je ziet ook de mensen die het jarenlang klein noemden, omdat klein noemen makkelijker was dan ingrijpen.
Van de tribune naar de regering
Berizzi begon niet als dé chroniqueur van Italiaans neofascisme. Hij begon bij de voetbaltribunes. In de jaren negentig onderzocht hij het geweld van ultras en zag hij wat veel anderen niet wilden zien: de curva nera, de zwarte tribune, was niet alleen luidruchtig. Zij was georganiseerd. Politiek. In sommige gevallen openlijk neofascistisch of neonazistisch.
Dat is belangrijk, omdat fascisme zelden terugkeert met een bordje om de nek. Het komt via plekken waar mannenmacht, territoriumdrift, racisme en kameraadschap elkaar vinden. De tribune. De straat. De kroeg. De jongerenafdeling. Het internetforum. En later, als niemand ingrijpt, de gemeenteraad en het parlement.
Jarenlang kreeg Berizzi te horen dat hij zich vergiste. Dat het ging om “vier lawaaiige jongens”. Dat fascisme in 1945 begraven was. Dat Italië te veel wist van Mussolini om ooit terug te keren naar die politieke taal.
Maar geschiedenis verdwijnt niet omdat een land moe is van zijn eigen schuld. Zij blijft in gebouwen, symbolen, families, partijen en instituties zitten. Soms stil. Soms wachtend.
Fratelli d’Italia en de lange schaduw van de MSI
Giorgia Meloni presenteert zichzelf graag als een gewone conservatief. Een leider die orde brengt, grenzen bewaakt en Italië opnieuw trots maakt. Maar haar partij, Fratelli d’Italia, komt niet uit het niets. Zij staat in de lijn van de postfascistische Alleanza Nazionale en indirect van de Movimento Sociale Italiano, de MSI, opgericht na de oorlog door aanhangers en veteranen van Mussolini’s regime.
Dat betekent niet dat Italië morgen wakker wordt in 1922. Zo werkt het niet. Het gevaar zit juist in de modernisering van het oude. Geen zwarte hemden, maar talkshows. Geen staatsgreep, maar constitutionele hervormingen. Geen openlijke dictatuur, maar een langzaam knagen aan rechters, media, minderheden, migranten en maatschappelijke tegenmacht.
Berizzi zegt het harder: Fratelli d’Italia zit vol fascisten. Dat is geen nette formulering voor een debatpanel, maar misschien is netheid hier onderdeel van het probleem. Want telkens als iemand op rechts weer een fascistische groet brengt, Mussolini relativeert, antisemitische taal gebruikt of migranten neerzet als dreiging, heet het een incident. En incidenten worden pas een structuur als iemand de moed heeft ze naast elkaar te leggen.
CasaPound: straatbeweging met rugdekking
Een van de scherpste lijnen in Berizzi’s werk loopt naar CasaPound. Die beweging noemt zichzelf graag sociaal, nationaal en rebels, maar zij is een neofascistische straatbeweging die al sinds 2003 een pand in Rome bezet. Italiaanse aanklagers vroegen in 2023 celstraffen voor elf CasaPound-militanten wegens de illegale bezetting van het hoofdkwartier aan de Via Napoleone III. Volgens berichtgeving ging het om een staatspand; de schade voor de schatkist werd tot 2019 geschat op meer dan 4,5 miljoen euro. Een beslagbevel uit 2020 werd niet uitgevoerd “om redenen van openbare orde”.
Daar zit de kern. Wie wordt hard aangepakt en wie niet? Welke kraakpanden worden ontruimd, welke sociale centra worden gesloten, welke migranten worden opgejaagd, welke demonstranten krijgen de wapenstok? En welke fascistische organisaties mogen jarenlang blijven zitten, groeien, trainen, netwerken en intimideren?
Macht toont zich niet alleen in wat zij doet. Macht toont zich ook in wat zij laat gebeuren.
De normalisering van de fascistische groet
In januari 2024 oordeelde het Italiaanse Hooggerechtshof dat de fascistische groet niet automatisch strafbaar is, tenzij er concreet gevaar is voor geweld of voor heroprichting van de fascistische partij. Extreemrechtse groepen reageerden verheugd. CasaPound noemde de uitspraak een historische overwinning.
Formeel is dat juridisch misschien ingewikkeld. Politiek is het glashelder. Als een samenleving niet meer weet hoe zij een fascistische groet moet veroordelen, dan is niet alleen de arm het probleem. Dan verzwakt de ruggengraat van de democratische cultuur.
En precies daar wijst Berizzi op. De neofascistische beweging heeft vandaag niet per se de massa om morgen een opstand te beginnen. Maar zij heeft iets anders gekregen: ruimte. Dekking. Normaliteit. Het gevoel dat ze niet langer ondergronds hoeft te ademen.
Meloni’s dubbele spel
Meloni begrijpt dit spel. Naar Brussel toe speelt ze de verantwoordelijke staatsvrouw. Naar haar achterban spreekt ze de taal van vernedering, revanche en nationale zuivering. Ze hoeft niet elke fascistische knipoog zelf te maken. Het volstaat dat anderen begrijpen dat de deur openstaat.
Toen undercoverbeelden in 2024 lieten zien hoe leden van Gioventù Nazionale, de jongerenbeweging van Fratelli d’Italia, fascistische saluten brachten, “Sieg Heil” riepen en antisemitische en racistische opmerkingen maakten, reageerde Meloni pas na forse druk. Later hield zij haar partij voor dat er geen ruimte mocht zijn voor mensen die fascistische nostalgie verheerlijkten. Maar juist die noodzaak zegt veel: dit zat niet buiten de beweging, het zat erin.
Dat is het dubbele spel van extreemrechts in regeringsvorm. Naar buiten: afstand nemen. Naar binnen: de cultuur intact laten. Naar buiten: respect voor instituties. Naar binnen: rechters verdacht maken, migranten ontmenselijken, journalisten intimideren, antifascisme behandelen als een mening in plaats van als democratische ondergrens.
De nederlaag van 1945
Volgens Berizzi ligt onder dit alles een nederlaag die nooit werkelijk is aanvaard. De Italiaanse extreemrechtse traditie heeft 1945 niet verwerkt als moreel oordeel, maar als vernedering. Hun vaders verloren. Hun kamp verloor. De republiek werd gebouwd op antifascisme. En sindsdien leeft in die kringen het verlangen om de geschiedenis terug te draaien, niet altijd letterlijk, maar wel politiek.
Daarom is Meloni’s weigering om zichzelf helder antifascistisch te noemen geen detail. Het is geen kwestie van stijl. Het is een keuze. Wie de antifascistische grondslag van de republiek niet wil omarmen, laat ruimte voor degenen die die grondslag willen uithollen.
Fascisme begint niet pas bij kampen en knuppels. Het begint bij het verdacht maken van gelijkheid. Bij de obsessie met nationale zuiverheid. Bij het aanwijzen van binnenlandse vijanden. Bij het idee dat sommige mensen bescherming verdienen en anderen alleen controle. Migranten. Roma. Moslims. Linkse activisten. Vakbonden. Journalisten. Queer mensen. Rechters. Kunstenaars. Studenten.
Altijd weer dezelfde beweging: eerst ontmenselijken, dan disciplineren, dan uitsluiten.
Italië als waarschuwing voor Europa
Italië is geen uitzondering. Italië is een laboratorium.
In Nederland zien we dezelfde normalisering, al draagt zij andere kleren. Extreemrechts hoeft niet overal hetzelfde uniform te dragen om dezelfde functie te hebben. Het kanaliseert woede naar beneden. Niet naar de huisjesmelkers, aandeelhouders, fossiele bedrijven, wapenhandelaren en politieke elites die profiteren van crisis, maar naar mensen die zelf al onder druk staan.
Dat is de oude truc. Wie arm is, krijgt een migrant als vijand. Wie onzeker is, krijgt een feminist als zondebok. Wie machteloos is, krijgt een complot. Ondertussen blijven bezit, grensgeweld, racisme en surveillance overeind. Sterker nog: ze worden uitgebreid.
Daarom moeten we Berizzi serieus nemen. Niet omdat Italië hetzelfde is als Nederland. Maar omdat de mechanismen herkenbaar zijn. Eerst wordt extreemrechts uitgenodigd om “het debat open te breken”. Dan wordt het “de stem van gewone mensen” genoemd. Daarna schuift het bestuur op. En tegen de tijd dat journalisten, rechters, activisten en minderheden onder druk staan, vraagt men zich verbaasd af hoe het zo ver heeft kunnen komen.
Toch is er verzet
De nederlaag van Meloni’s constitutionele hervorming laat zien dat de Italiaanse democratie niet weerloos is. Critici waarschuwden dat haar plannen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de institutionele checks and balances konden ondermijnen. Een meerderheid stemde tegen. Vooral jonge kiezers speelden volgens meerdere analyses een zichtbare rol in deze nederlaag voor Meloni.
Dat is geen eindoverwinning. Wel een ademhaling. Een teken dat antifascisme niet alleen herinnering is, maar praktijk. Stemmen, organiseren, onderzoeken, beschermen, tegenspreken. Niet wachten tot de laars op de stoep staat, maar herkennen hoe autoritaire macht zich vandaag kleedt.
Berizzi leeft onder bewaking omdat hij bleef kijken toen anderen wegkeken. Dat is de taak die nu breder ligt. Niet alleen bij journalisten, maar bij iedereen die begrijpt dat democratie meer is dan eens in de zoveel jaar een stem uitbrengen. Democratie leeft in de vraag wie veilig is, wie gehoord wordt, wie bestaansrecht krijgt, en wie door de macht als probleem wordt aangewezen.
Fascisme keert niet terug omdat het verleden sterk is. Het keert terug wanneer het heden te laf wordt om grenzen te trekken.
En dus moeten die grenzen opnieuw worden getrokken. Niet met nostalgie naar een nette republiek die nooit voor iedereen netjes was, maar met solidariteit die scherper kijkt. Met antifascisme dat niet blijft steken in herdenken, maar ingrijpt waar mensen worden bedreigd, opgejaagd of tot vijand gemaakt.
Niet morgen. Nu.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
