Massa demonstranten met rode vlaggen tijdens de opstand en stakingen van mei 1968 in Frankrijk.
De opstand van mei 1968 bracht studenten en arbeiders samen in een massale sociale breuk.

May Made Me: stemmen uit een opstand die levens veranderde

In mei 1968 stond Frankrijk stil. Studenten barricadeerden straten, arbeiders sloten fabrieken, miljoenen mensen trokken zich los uit het alledaagse ritme van werken, gehoorzamen, slikken. Tien miljoen stakers. Twee derde van de beroepsbevolking. Het land op pauze. Wat zich toen ontvouwde, was geen strak geregisseerde revolutie, maar een massale sociale ontregeling waarin mensen hun leven ineens anders begonnen te begrijpen.

Het boek May Made Me: An Oral History of the 1968 Uprising in France van Mitchell Abidor vertrekt precies daar: bij mensen wier levens door mei ’68 zijn omgeploegd. Niet bij theorie, niet bij leiders, maar bij stemmen. Abidor sprak de afgelopen jaren met mensen die in 1968 politiek ‘volwassen’ werden – studenten, arbeiders, activisten – verspreid over heel Frankrijk. Parijs, maar ook Rouen, Lyon, Saint‑Nazaire en kleinere industriesteden.

Geen mythe, maar ervaring

Veel boeken over mei ’68 blijven hangen in het beeld van de Parijse studentenopstand: de Latin Quarter, de slogans, de straatgevechten. Abidor doet iets anders. Hij laat zien dat mei geen cultureel moment was voor een kleine linkse voorhoede, maar een sociale explosie die diepe sporen naliet in fabrieken, buurten en levens.

Steun vrheid.nl op Substack

Zijn gesprekspartners komen uit het hele linkse spectrum: communisten, trotskisten, anarchisten, vakbondsmensen, mensen die zich nergens meer in thuis voelden. Sommigen radicaliseerden blijvend. Anderen trokken zich later terug. Maar bijna iedereen beschrijft mei als een breuklijn: vóór en na.

Een van hen vat het samen in een zin die Abidor als titel koos: ‘I didn’t make May ’68. May made me.’ Dat is geen romantiek. Het is een erkenning dat historische momenten mensen kunnen vormen, zelfs wanneer ze zelf geen idee hadden dat ze ‘geschiedenis’ aan het maken waren.

Arbeiders, vakbonden en botsingen

Een van de sterkste kanten van het boek is de aandacht voor arbeiderservaringen. Mei ’68 was niet alleen een studentenrevolte; het was de grootste algemene staking in de Franse geschiedenis. Toch liepen daar diepe spanningen doorheen.

Abidor laat arbeiders aan het woord die zich boos herinneren hoe de communistische vakbondsleiding probeerde de staking te begrenzen. Het beruchte akkoord van Grenelle – gesloten tussen staat, werkgevers en vakbonden – werd door arbeiders bij Renault Billancourt meerdere keren weggestemd. Tegelijkertijd vertellen andere geïnterviewden dat zij juist wél vertrouwen bleven houden in de Communistische Partij en de vakbonden, of daar zelfs ná mei lid van werden.

Die tegenstrijdigheid is belangrijk. Ze laat zien dat mei geen eenduidig revolutionair project was. Voor velen ging het om waardigheid, zeggenschap, ademruimte – niet noodzakelijk om het omverwerpen van het hele systeem. Het boek weigert die complexiteit glad te strijken.

Geen sterren, wel mensen

Abidor vermijdt bewust de cultus rond bekende namen. Met uitzondering van Alain Krivine – trotskistisch boegbeeld – krijgen ‘gewone’ deelnemers het woord. Dat maakt het boek sterker. De geschiedenis van mei wordt niet verteld als het verhaal van leiders, maar als een wirwar van pogingen, mislukkingen, ruzies, vriendschappen en blijvende keuzes.

We lezen hoe linkse groepjes probeerden contact te maken met stakende arbeiders en vaak hard werden afgewezen. Hoe het feestelijke karakter van de studentenopstand botste met de harde realiteit van fabrieksvloeren. Hoe mensen zich later afvroegen wat er eigenlijk bereikt was – en wat niet.

Buiten Parijs

Een ander belangrijk correctief dat May Made Me biedt, is geografisch. De opstand speelde zich niet alleen af in Parijs. In de provincie gebeurden minstens zo ingrijpende dingen. Abidor’s interviews laten zien hoe ook daar levens ‘binnenstebuiten’ keerden, zelfs toen de Gaullistische staat zich herpakte en de verkiezingen van juni 1968 een forse rechtse overwinning opleverden.

Voor sommigen bevestigde dat de oude leus van mei: ‘Elections, piège à cons’ – verkiezingen als valstrik. Voor anderen was het een harde les in macht, instituties en grenzen. Maar ook buiten Parijs bleef de ervaring van collectieve kracht hangen.

Waarom dit boek nu telt

May Made Me is geen nostalgisch boek. Het romantiseert de opstand niet en schrijft geen gebruiksaanwijzing voor revolutie. Wat het wel doet, is laten zien hoe snel ogenschijnlijk stabiele samenlevingen kunnen kantelen – en hoe diep zulke momenten in mensen doorwerken.

In een tijd waarin sociale onrust opnieuw oplaait, waarin instituties wankelen en collectieve actie weer voelbaar wordt, is dit boek een oefening in luisteren. Naar mensen. Naar tegenstrijdigheden. Naar de rommelige werkelijkheid van verandering.

Mei ’68 was geen voltooid project. Maar het was ook geen voetnoot. Abidor laat zien waarom: omdat het in lichamen, herinneringen en keuzes is blijven zitten. Niet als mythe, maar als ervaring.

Aanbevolen voor jou