Rode wilde bloemen groeien door barsten in de muur van een donker, verlaten industrieel gebouw waar licht door gaten in het dak valt.
Rode bloemen die door scheuren in een verlaten fabriekshal groeien, als beeld voor tederheid die standhoudt in systeemdruk.

In tijden van hardheid blijft bell hooks’ Communion noodzakelijk

Er is een bepaalde stilte die valt wanneer je beseft hoezeer deze tijd ons heeft verhard. Niet omdat we dat willen, maar omdat het systeem het van ons vraagt. We moeten overal doorheen kunnen: deadlines, inflatie, crisis na crisis. We moeten zelfstandig zijn, sterk, rationeel, liefst zonder te veel gedoe. Maar ergens onder die laag van overleving zit een ander verlangen. Een zachte honger naar gemeenschap. Naar echte nabijheid. Naar liefde.

Precies daar opent bell hooks een deur in Communion: The Female Search for Love. Zij schrijft over liefde alsof het een politiek project is — en dat is het ook. In een wereld die draait op winst, competitie en schaarste, is liefde een vorm van verzet. Niet de romantische, geconsumeerde versie die overal wordt verkocht, maar liefde als praxis (praktijk — het in daden brengen van wat we geloven): eerlijk, wederkerig, transformerend.

hooks laat zien hoe het kapitalisme gedijt op onze liefdeloosheid. Het systeem profiteert wanneer we onszelf zien als projecten die continu verbeterd moeten worden, wanneer we denken dat we pas iets waard zijn als we presteren, kopen, aanpassen. Denk aan hoe datingapps je liefde laten “swipen” alsof het om keuzemenu’s gaat, hoe zelfhulpindustrieën ons blijven vertellen dat we nóg efficiënter, nóg aantrekkelijker moeten worden om beminnelijk te zijn, of hoe werkplekken affectie verwarren met loyaliteit en burn-out met toewijding. Liefde — echte liefde — past niet in dat schema. Ze laat zich niet optimaliseren. Ze laat zich niet meten. Ze laat zich niet vermarkten zonder leeg te raken.

Steun vrheid.nl op Substack

In Communion beschrijft hooks hoe vrouwen al vroeg leren dat hun beminnelijkheid afhankelijk is van hun aanpassing. We leren dat we liefde moeten verdienen door zacht te blijven, mooi te blijven, beschikbaar te blijven. We leren dat onze eigenwaarde afhankelijk is van hoe bruikbaar we zijn voor anderen. Dat is geen misverstand: dat is kapitalistische logica in intieme vorm.

De woorden van seksuoloog Goedele Liekens raken aan precies dezelfde vroege conditionering waar hooks op wijst. Liekens vertelt hoe meisjes leren dat hun verlangen iets gevaarlijks is: “het seksuele plezier is vooral iets waar je dan schuldig moet om voelen… een vrouw of een meisje zit daar helemaal niet op te wachten op seks.” Dat schuldgevoel wordt niet aangeboren, maar aangeleerd. Het is de boodschap dat je lichaam niet van jou is, maar van de blik die het beoordeelt en beheerst.

Ze benoemt ook hoe vroeg het begint: “vanaf de leeftijd dat we jonge meisjes in een nieuw jurkje steken… ga eens aan papa laten zien hoe mooi je bent.” Die simpele zin — ogenschijnlijk onschuldig — traint meisjes al om bevestiging te zoeken in goedkeuring, schoonheid, braafheid. Niet als mens, maar als iets om gezien te worden. Voor jongens bestaat dat ritueel nauwelijks. Dat verschil is geen toeval: het vormt de basis waar patriarchale verlangens én kapitalistische markten later op teren.

Daarom is zelfliefde volgens hooks geen wellness-slogan maar een politieke daad. Zodra je jezelf niet langer ziet door de ogen van het systeem, gebeurt er iets gevaarlijks: je wordt minder koopbaar. Minder manipuleerbaar. Minder afhankelijk. Zelfliefde wordt zo een vorm van ontregeling — een weigering om je menselijkheid te reduceren tot productiviteit of esthetiek.

Ook in onze relaties kruipt de marktlogica naar binnen. Alles moet efficiënt, afgestemd, functioneel. Wie geeft wat? Wie levert welke emotionele arbeid? Wie past zich aan en hoe vaak? We spreken over liefde alsof het een contract is.

Dat zie je in kleine alledaagse scènes: koppels die hun weekend ‘optimaliseren’ alsof het een projectplanning is; vrouwen die zich schuldig voelen omdat ze ‘te veel’ ruimte innemen in een relatie terwijl ze eigenlijk grenzen stellen; mannen die leren dat emotionele expressie inefficiënt is en dus achterwege blijft. Zelfs ruzies worden soms behandeld als problemen die zo snel mogelijk moeten worden opgelost, in plaats van momenten die vragen om aandacht, tijd en wederzijds begrijpen.

hooks ontmantelt dat: liefde is geen uitruil, maar een oefening in wederkerigheid. Een keuze om relationeel te leven in plaats van transactioneel. Liefde draait niet om balans opmaken maar om aanwezig zijn, ook wanneer het traag, ingewikkeld of niet productief is.

Ze wijst op alternatieve vormen van verbondenheid: romantische vriendschappen, queer relaties, netwerken van zorg. Relaties die niet draaien om bezit, maar om aanwezigheid. Dat zijn structuren die het kapitalisme niet kan verwerken, omdat ze niet gebouwd zijn op schaarste maar op overvloed.

hooks’ eigen leven is daar onderdeel van. In interviews vertelde ze dat ze lange tijd geen partner had, soms jarenlang celibatair leefde, en zich daar niet minder mens door voelde. “I don’t have a partner… I would love to have a partner, but I don’t think my life is less meaningful,” zei ze eens, met die rustige eerlijkheid die zo kenmerkend is voor haar. Die keuze was nooit een afwijzing van liefde; het was een manier om vrij te blijven in een wereld die vrouwen voortdurend vertelt dat hun waarde afhangt van hun relatie-status. Daarmee werd haar persoonlijke pad zelf een kritiek op het idee dat liefde alleen bestaat binnen de klassieke koppeling. Ze liet zien dat liefde — als praxis — niet gebonden hoeft te zijn aan bezit, exclusiviteit of romantische bevestiging. Het kan ook gaan om een diepe verbondenheid met werk, gemeenschap, ideeën, vriendschappen, en met jezelf. Dat zijn structuren die het kapitalisme niet kan verwerken, omdat ze niet gebouwd zijn op schaarste maar op overvloed.

Het meest revolutionaire deel van hooks’ werk komt misschien wel wanneer ze over sisterhood schrijft. Niet als zoetsappige solidariteit, maar als infrastructuur van verzet. Ze is eerlijk over de manieren waarop vrouwen elkaar klein kunnen houden — het oordeel, de schaamte, de competitie die we vanuit patriarchale conditionering meedragen. Maar ze laat ook zien dat er geen bevrijding mogelijk is zonder elkaar vast te houden, juist wanneer het schuurt. Sisterhood is het tegenverhaal bij verdeeldheid: een politiek van zorg.

In alles wat hooks schrijft, klinkt dezelfde overtuiging door: liefde is een vorm van vrijheid die je niet individueel kunt claimen. Ze ontstaat in relatie tot anderen, en ze vraagt moed. Ze vraagt eerlijkheid. Ze vraagt het loslaten van rollen die we zijn gaan spelen om te overleven. Liefde is geen ontsnapping aan de wereld, maar een manier om haar te transformeren.

In een tijd waarin solidariteit vermoeid raakt, waarin bewegingen onder spanning staan en waarin systemen steeds agressiever worden, is Communion een dringende uitnodiging om opnieuw te beginnen bij wat ons menselijk maakt. Liefde is geen luxe. Geen bijzaak. Geen kwetsbare bijkomstigheid.

Liefde is een politieke praktijk die ons leert dat vrijheid niet gaat over individu versus staat, maar over de ruimte tussen mensen. Over hoe we elkaar vasthouden terwijl we zoeken naar een leven dat niet draait om winst maar om waardigheid.

Verandering begint niet bij beleid. Het begint bij het lef om te dromen dat het anders kan.

Als we dromen van echte vrijheid, dan moeten we liefde meenemen. Niet als romantisch ideaal, maar als dagelijkse vorm van verzet tegen alles wat ons kleiner wil maken. In Communion wijst bell hooks die weg met een nuchtere tederheid die je niet snel vergeet: de revolutie begint in de intieme ruimte waar we weigeren onszelf of elkaar te verliezen.

Help deze droom overeind.

Droom van Vrijheid verzamelt stemmen, verhalen en ideeën over vrijheid die niet netjes in het midden blijven staan.

Dit werk kost tijd. Geen advertenties, geen platformlogica, geen commerciële leash. Alleen lezers die onafhankelijke linkse journalistiek overeind houden.

Aanbevolen voor jou